Vijftiende Zondag door het jaar - B 14 juli 2024
Evangelie: Marcus 6, 7-13
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
In het evangelie van vandaag horen we het vervolg op de tekst die vorige zondag werd voorgelezen uit Marcus, hoofdstuk 6. Mgr. Romero gaat in deze homilie dan ook verder in op het thema van het profetisme waar hij het vorige week al over had. Zijn preek van vandaag krijgt als titel: “Christus heeft ons een profetische opdracht toevertrouwd”. De citaten die we als vertrekpunt van onze Bouwstenen nemen, staan in zijn homilie gerangschikt bij de ondertitel: “De voorwaarden voor de ware profeet”.
Zowel de Kerk als geheel, de kerkelijke leidersfiguren alsook alle christen gedoopten hebben de verantwoordelijkheid om hun profetische opdracht uit te voeren, in een wereld waar onrecht, geweld, leugen en corruptie heersen en waar de (super)rijken alsmaar rijker worden en steeds meer mensen arm(er). De profeet lijdt onder die opdracht die hem is toevertrouwd, maar hij kan toch niet anders dan de wonden aanwijzen en aanraken die door deze ‘ongelijkheidsmachine’ bij zoveel mensen geslagen zijn. In deze homilie spreekt Mgr. Romero over drie belangrijke voorwaarden voor een authentiek christelijk profetisme.
Een eerste voorwaarde: “De profeet is een uitverkorene op Gods initiatief, en het is God zelf Die hem zendt. Alleen hij die gezonden is, kan en mag prediken. Alleen degene die de Heer heeft horen zeggen: ‘Ga het aan de mensen vertellen’ kan en mag zeggen: ‘Dit is wat de Heer mij gebiedt te zeggen.’ En alleen hij krijgt van God de nodige machtiging en bevoegdheid om in Zijn Naam op te treden – de categorie van de profetische missie hangt ervan af – zoals gezegd is in het evangelie van deze zondag: ‘Hij gaf hun de macht over de onreine geesten.’ (Mc 6, 7)” “ … De apostelen ontvingen deze missie van Christus, als een missie en een machtiging die hen nog sterker identificeerde met Degene die hen zond. Vanaf dit moment zijn zij noch min noch meer de vertegenwoordigers van Christus zelf in deze wereld…”
Dit is een eerste, en meteen een zeer delicate voorwaarde voor een authentiek profetisme. Want het is immers zo dat ook de valse profeten beweren dat ze uitverkorenen zijn van God. Het gebruik en misbruik van religie als rechtvaardiging van politiek messianisme is daar een flagrant voorbeeld van. De sleutel tot het verifiëren van de authenticiteit van het ‘door God zelf uitverkoren zijn’ is gelegen bij de vraag of het doen en laten van zo’n profeet te identificeren valt met het leven, de verlossende praxis, de profetische boodschap van Jezus zelf. Het dagelijks leven van een authentieke profeet ‘van Godswege’ is altijd en onverminderd transparant naar het leven van Jezus, naar de hele levensdynamiek van die Grote Profeet uit Nazareth. Hoezeer de valse profeten de christelijke taal ook misbruiken, hun praxis en hun woord zijn een constante knieval voor en een permanente aanbidding van de idolen van macht en rijkdom, en dat zonder enige kritiek.
Het is bijzonder merkwaardig en eigenlijk zeer onrustwekkend dat nogal wat traditionele kerkmensen zo vlug in de val trappen van dergelijke valse profeten. Dat zie je gebeuren bij de politieke aanhang van Trump in de US. Dat zie je ook in een deel van de Kerken in Nicaragua, die hun spreken en hun praxis steeds meer aanpassen aan de vraag of het al dan niet door de Sandinistische filter zal passeren. Zou dat alles niet te maken hebben met een grote leegte in de jarenlange kerkelijke ervaring? Daar waar de dogmatische leer, de ritus en de cultus belangrijker waren dan de Jezus-ervaring, en waar de ontmoeting met de levende Jezus en de confrontatie met Zijn leven, Zijn sterven en verrijzen stelselmatig werd verwaarloosd en zelfs niet zo belangrijk werd geacht, daar kan uiteraard niet veel hoop bestaan op een authentiek christelijk profetisme. Zij die zichzelf gelovig achten, passen zich dan liever en gemakkelijker aan bij de gevestigde wanorde in het land en in de wereld. Zelfs onheilsprofeten (van bijvoorbeeld extreemrechtse partijen) krijgen dan steeds meer volgelingen. Wanneer Kerken en kerkleiders een nauwe band hebben met de politieke en economische machten, staan ze per definitie ver van die Jezus en kunnen ze dus geen authentieke christelijke profeten zijn. De voorwaarde die Mgr. Romero hier aanhaalt, vereist dat de Kerk opnieuw op zoek gaat naar ‘Jezus’; dat we echt terugkeren naar Jezus en Zijn evangelie, en naar de plaatsen waar Hij ook vandaag werkzaam aanwezig is.
De tweede voorwaarde: “Het profetisme gaat altijd uit van een gemeenschapsgevoel. Het evangelie van deze zondag zegt niet voor niets: ‘Jezus stuurde hen twee aan twee uit…’ (Mc 6, 7). En Hij zei ook nog ‘dat ze in het huis van familie of vrienden in de stad moesten verblijven, en dat ze dan van daaruit tot de mensen moesten prediken. En indien het volk hun boodschap zou accepteren, zou er vrede komen voor dat volk.’ (Mc 6, 10-11)” “… Het gaat om de mensen die als gemeenschap de boodschap willen aanvaarden – een boodschap die hen vraagt om een broederschap te vormen die geen samenleving van wolven tegen wolven zou zijn, of van mensen die bang zijn voor elkaar.” “… Moge de Heer ons verlossen uit dat land, waarvan we in deze dagen kunnen zeggen wat Christus ooit zei: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt.’” “… Het is nog steeds tijd voor ons om, niet alleen als individuen, maar als Salvadoraanse broederschap in het geheel, de boodschap van Christus te aanvaarden die ons toegestuurd wordt via het christelijke volk - ik bedoel: het authentiek-profetische volk.”
Mgr. Romero legt nu de nadruk op de verbondenheid tussen de christelijke gemeenschap en de profetische opdracht. Het gaat niet zozeer over individuele profeten, maar over een profetische volk in zijn geheel. De Aartsbisschop zei zelf: ‘Het volk is mijn profeet’, en hij ervaarde steeds meer dat de geloofwaardigheid van zijn profetisch spreken groeide in het hart van het volk. Wanneer het volk zich herkent in de boodschap van de bisschop, dan kan hij zelf ook luisteren naar Gods woord dat opkomt vanuit de schreeuw, de hoop en de strijd van het volk. Het authentieke profetisme in de Kerk heeft absoluut die gemeenschappelijke wortels nodig. Zo is ook de levendige gemeenschap (vrij van politieke en ideologische manipulatie) een belangrijke toetssteen voor de profeet.
De derde voorwaarde van het ware profetisme is “… de prachtige omschrijving die Christus maakt van wat Hij aan Zijn leerlingen meegeeft als noodzakelijke toerusting voor het vervullen van hun missie. Het is toch merkwaardig dat Hij hen zulke concrete en eenvoudige adviezen geeft, en zulke doodgewone ‘alledaagse’ leef-regels voorschrijft. Hij draagt hen op enkel een wandelstok mee te nemen en niets anders; noch brood, noch een reistas, noch los geld in de gordel; en dat ze sandalen moeten dragen, maar geen reservetuniek moeten meesleuren.” “… Hij zegt tegen hen dat ze ‘de evangelische geest van armoede’ moeten onderhouden.” “ … Niemand is zo vrij als hij die niet onderworpen is aan de god van het geld, en niemand is meer een slaaf dan wie de afgodendienaar is van het geld.” “… Ga het koninkrijk van God prediken.” “… Het is dus niet langer de tijd voor mooie kledij, voor grote nutteloze gebouwen, voor de oogverblindende pracht en praal van onze Kerk. Dit alles heeft misschien ooit zijn functie gehad.” “ …maar nu wil de Kerk zich vooral presenteren als arm onder de armen en als arm onder de rijken, om zowel de armen als de rijken te evangeliseren.”
Deze derde voorwaarde heeft alles te maken met de concrete levensstijl van de profeet die zich geroepen weet. Zijn manier van leven wordt in het evangelie van deze zondag heel concreet beschreven: hij moet zich voorzien van een wandelstok tot ondersteuning op de weg en van een paar schoenen om die weg te kunnen gaan – dat is genoeg. Maar verder geen ballast (geld, reservekledij), en geen valliesje met dingen die zekerheid kunnen geven voor als het misschien moeilijk wordt. Het gaat hier inderdaad over ‘de evangelische armoede’. Aartsbisschop Romero legt daarmee ook trefzeker de vinger op een aantal zaken van pracht en praal en overweldigende luxe in de Kerk die we erfden van vorige generaties, en die er nog altijd zijn. Zijn oproep is heel duidelijk: de Kerk van vandaag en van morgen moet ‘arm’ zijn, zowel onder de armen van het volk alsook in haar relatie met de rijken. Hij pleit nadrukkelijk voor een arme Kerk, zonder macht en zonder rijkdom!!!!! Ligt ook daar niet één van de redenen waarom een échte evangelisatie in de 21° eeuw zo moeilijk is?
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Wat doe ik, wat doen wij om Jezus beter te kennen, om werkelijk met Hem (en niet met allerlei afgoden en idolen) op stap te gaan in ons leven? Hoe staat het met onze ‘terugkeer naar Jezus’ als Bron en referentiepunt, om Hem ook als de Levende, Verrezen Heer te kunnen verkondigen?
Waarom is het voor ons zo moeilijk om echt gemeenschap te vormen? Wat belemmert ons om een authentieke profetische kerkgemeenschap te worden? Waar moeten we dringend aan werken op dat vlak?
In welke mate lukken wij er in om te leven in ‘evangelische armoede’? Wat kunnen we beter allemaal achterlaten en loslaten, ten einde vrij te zijn om dan vanuit die armoede authentiek-profetisch te kunnen getuigen van het Evangelie?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 17. Vijftiende zondag door het jaar-B – 14 juli 2024.
De verlossing van mensen houdt verband met de gerechtigheid die op aarde door mensen wordt beoefend.
“Moge iedere christen en ieder lid van de Kerk; mogen wij allemaal, net als Maria, weten hoe we tranen kunnen wegvegen en verdriet kunnen troosten. Maar laat ons ook, net als zij, moedig als ze was in haar profetische belijdenis, weten hoe we het kwaad kunnen ontmaskeren en het onrecht kunnen aanklagen, omdat de verlossing van de mensen, volgens het Magnificat, het lied van de Maagd zelf, verbonden is met de gerechtigheid die mensen op aarde beoefenen en met het respect dat wij hier opbrengen voor de waarheid van God. AMEN."
Sommigen hebben wel eens het gevoel gehad dat de figuur van Maria in de Kerkelijke Basisgemeenschappen (KBG) verwaarloosd werd en zelfs een beetje vergeten. Ik geloof veeleer dat Maria precies in de KBG opnieuw de fundamentele plaats heeft gekregen van weleer en hersteld is in de functie die ze altijd al had in de geschiedenis van de verlossing. In Maria vinden we een heel duidelijk model van wat het betekent om Jezus te volgen. De moeder van Jezus is een voorbeeld van trouw tot onder het kruis.
Mgr. Romero roept ons vandaag op om terug te keren naar twee duidelijke opdrachten die er altijd zijn in het volgen van Jezus, en hij vraagt om die tot de onze te maken, precies op de manier waarop Maria ze heeft beleefd en zoals zij ze metterdaad heeft geaffirmeerd.
Ten eerste is er deze opdracht: “… weet hoe je tranen kunt wegvegen en verdriet kunt troosten”. Gedurende ons hele leven maken we allemaal (zeer) moeilijke momenten mee. Sinds onze kindertijd dragen we niet zelden wonden met ons mee die nooit genezen. En al levende komt daar van alles bij: ziekten, nieuwe wonden, de dood van vader, moeder, broers en zussen, teleurstellingen in relaties, frustraties op het werk, ontgoochelingen in de Kerk, ernstige behoeften om te kunnen overleven (qua voedsel, huisvesting, kleding, gezondheid,…), slachtoffer worden van overvallen en afpersing,… De tijd van de COVID-19-pandemie heeft die pijnlijke ervaring nog verder verscherpt en verdiept. Het is niet zo maar voor niets dat sommigen spreken over dit aardse bestaan als over een ‘tranendal’. Het is in deze realiteit dat Maria ons vraagt om ‘de tranen weg te vegen en het verdriet te troosten’. Het gaat dan niet om een soort van paternalisme of een betuttelende houding tegenover de miserie van anderen, maar wel om een diepe solidariteit bij alle lijden en pijn. We zijn in staat om met anderen te huilen, om hun tranen te drogen, om troost en kracht te bieden te midden van zoveel verdriet. We moeten onder het kruis van anderen gaan staan, en daar niet van weglopen. Het kruis van mensen helpen dragen, ook. Dit alles vereist een enorme nederigheid en een attente gevoeligheid voor de pijn die anderen moeten doormaken.
De tweede missie waar de Aartsbisschop ons aan herinnert wanneer hij over Maria spreekt, is “… haar profetische belijdenis: zij laat ons weten hoe we het kwaad kunnen ontmaskeren en het onrecht kunnen aanklagen.” Het is niet voldoende tijdens onze gebedstijden het Magnificat van Maria vroom te bidden of mooi te zingen. Het getuigenis daarover dat we vinden in het Evangelie van de gemeenschap van Lucas (1, 46-55) is in de eerste plaats een uitdrukking van de profetische missie die elke christelijke gemeenschap op zich zou moeten nemen. Maria’s Magnificat is als een geloofsbelijdenis die haar profetische missie openbaart en verwoordt. God staat aan de kant van de armen en duwt voor hen en met hen de geschiedenis in de richting van fundamentele veranderingen. Helaas wordt in de verschillende Maria-devoties niet voldoende aandacht besteed aan Maria als ‘profetes’, een vrouw die de moed heeft om ‘… het kwaad te ontmaskeren en te protesteren tegen het onrecht’. In devoties als die van ‘María Koningin’ (van de vrede), van ‘María Keizerin’ (van Latijns-Amerika) en in de afbeeldingen van Maria die haar laten zien in een luxueuze jurk met een gouden kroon op het hoofd, wordt de aandacht veeleer afgeleid van de grondbeginselen van Maria’s missie. Wanneer het beeld dat men van de Maagd Maria laat zien niet langer het uitzicht heeft van een eenvoudige vrouw, de behoedster van een arm ‘volk’, is het onmogelijk om haar profetische missie te kunnen ontdekken.
Al vanaf de tien geboden van het Eerste Testament wordt het ‘kwaad’ dat in de wereld heerst in een drievoudige basisdimensie aan de kaak gesteld: stelen, liegen en doden. De menselijke geschiedenis werd en wordt op alle continenten gekenmerkt door dit structurele kwaad: er zijn mensen die stelen en doden, en die dan ook nog liegen om het kwaad dat ze bedrijven te verbergen. Hoe ernstig de COVID-19-pandemie ook geweest is, er stierven ook toen nog dagelijks veel meer mensen van de honger dan van corona. Hoe brutaal de oorlogen in Oekraïne en in Gaza ook zijn, elke dag sterven er in de wereld meer mensen die uitgehongerd zijn, dan er in de oorlog sneuvelen. Het heersende wereldsysteem doodt dag na dag duizenden mensen als gevolg van de honger en de armoede. De hongerlonen in de fabrieken, in de landbouw en in het thuiswerk, alsook de miserabele pensioenen blijven er voor zorgen dat ons volk pijn lijdt en bloedt. Hetzelfde proces is zich aan het voltrekken in de manier waarop we omgaan met Moeder Natuur. Wij zijn de enige biologische soort die stelselmatig zijn eigen omgeving en levensbron vernietigt, en wel in een mum van tijd. In werkelijkheid spannen het ‘kapitaal’ (de economische machten) en de krachten van de politiek permanent samen om het kwaad (stelen, moorden, liegen) te blijven verspreiden en zelfs nog uit te breiden, ten behoeve van het profijt van enkelen. In vele gevallen heeft de religieuze macht dit bondgenootschap ook nog gezegend. Dit alles doet ons inzien dat de figuur van Maria, met de dubbele missie waar Mgr. Romero ons vandaag aan herinnert, van fundamenteel belang is om Jezus te kunnen volgen, en om de geschiedenis te kunnen vermenselijken.
Maria is niet alleen trouw geweest tot onder het kruis van Jezus. We vinden haar later ook aanwezig onder de apostelen. Sommige onderzoekers denken dat het waarschijnlijk Maria is geweest die de leerlingen na de dood en de verrijzenis van Jezus opnieuw heeft samengeroepen. Maria is dus ook een kracht van hoop. Haar profetische stem beperkt zich niet tot de veroordeling van het kwaad en van zij die het bedrijven, maar die stem van haar opent tegelijk ook altijd horizonten die uitzicht bieden op het Koninkrijk. God zal trouw zijn. Wat Hij tijdens diens leven in Jezus begon, zal Hij blijven doen. Zonder die hoop en dat perspectief zullen we niet de nodige kracht kunnen vinden om te blijven vechten, zodat we de onrechtvaardige structuren in de samenleving kunnen ontwortelen. We hoeven niet bang te zijn om risico’s te nemen zoals Maria deed, met de kracht van haar Magnificat, en in de geleefde praktijk ervan.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een aantal andere reflecties op basis van citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero, uitgesproken op de Vijftiende zondag door het jaar-B, 15 juli 1979, met telkens een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
230 El pecado personal y social:
229 Iglesia profética:
228 Falsos profetas:
227 Una devoción liberadora:
226 Iglesia pobre:
225 Víctimas de la sociedad de consumo:
224 Iglesia perseguida:
223 Espiritualidad de pobre:
https://www.facebook.com/watch?v=737397437341408
222 Riqueza y progreso:
https://www.facebook.com/watch?v=527008155778406
221 Libertad y esclavitud:
https://www.facebook.com/watch?v=721161385662863
Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 11 juli 2021, en werd nu herzien voor de Vijftiende zondag door het jaar-B, 14 juli 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vijftiende zondag door het jaar-B, 15 juli 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 124.