Een succesvolle zending (Mc. 6,7-13)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

In de tijd van Jezus waren er geen auto’s en geen treinen, er was geen telefonie en internet.

Hoe zouden zijn consignes luiden voor wie nu op tocht moet gaan?

De eerste zending was van korte duur. Het was voor zijn leerlingen hun eerste stage. Ze hadden Jezus aan het werk gezien, zowel als prediker maar vooral als de man, gezocht door zieken. Zij hadden ook al gemerkt dat zijn optreden niet overal even goed onthaald werd en dat er tegenstanders waren, die hem beschuldigen.

Nu moesten ze zelf naar de mensen toegaan. Niet alleen, maar twee aan twee. Hij werkte volgens het principe van de tandem. Met een collega kan je ervaringen delen. Maar blijf tevens verbonden met de grote gemeenschap.

Zij voelden zich vooral gerugsteund door Jezus zelf. Zij zouden doen wat hij heeft gedaan: onreine geesten verdrijven en mensen oproepen tot ommekeer.

Eenvoud

Ze moesten niet te veel meenemen. Stappers, zelfs zij die een lange tocht naar Santiago ondernemen, krijgen nog diezelfde raad: meen geen te zware rugzak. Beperk je.

Ze mochten wel sandalen dragen, want barrevoets is het stappen moeizaam en raken voeten vlugger verwond.

Een stok is goed om te steunen en ook wel om, zo nodig, zich te verweren.

Zij vertrouwen erop dat hij hun macht heeft gegeven en ook dat er plaatsen zullen zijn waar ze gastvrijheid zullen ervaren, waardoor ze in contact komen met mensen om naar hen te luisteren, van hen te leren en mekaar te verrijken.

Luisteren en ontvangen

Op de site Lazarus blikt Jean –Jacques Suurmond terug hoe hij een tijd lang de zending had opgevat. Hij stond ooit als zendeling met een megafoon op straat. Die tijd ligt nu achter hem. Zijn inzichten over zending wijzigden.

“Ik wist toen een beetje te goed hoe je wel en hoe je niet moet geloven. Bij mij ontbrak de gezonde twijfel die kenmerk is van echt geloof. En met een megafoon kun je wel spreken, maar niet luisteren. Ik was niet nieuwsgierig naar die voorbijgangers, ik vond niet dat ik iets van hen kon leren. Ze moesten hun hart aan Jezus geven, zodat ik hun naam aan mijn lijstje kon toevoegen voordat ik naar de volgende straathoek liep. Ik bedreef zending zoals ik eerder als tiener in het zweet mijns aanschijns sinaasappels aan de deur had verkocht.”

Er moet eerbied zijn voor elke mens die we ontmoeten. Daarvan getuigt het leven van Henri Nouwen. Michael Ford tekent een portret van deze eenzame mysticus ” Voor Henri Nouwen was iedere mens een vindplaats voor God” (M Ford, Henri Nouwen. Portret van een eenzame mysticus, Op. cit. p. 63).

Henri Nouwen verbleef een tijd lang in Zuid-Amerika, Het was een ommekeer in zijn eigen roeping. Hij stond open voor wat de mensen hem daar te bieden hadden. Hij begreep dat hij wat hij door ontving nadien moest doorgeven aan mensen van Noord-Amerika voor hun bekering en genezing (Ibid. p. 67). Ditzelfde heeft hij nadien ervaren bij zijn werk in de Ark gemeenschap. Hij ontdekte er dat de mensen tot wie hij gezonden werd in feite zijn gidsen zijn geworden (Ibid. p. 79).

Onreine geesten

Welke zijn onze onreine geesten? Ze zijn legio. Dat we niet tevreden zijn en steeds meer en meer willen bereiken, dat wij rusteloos zijn Dat we onvoldoende zorg hebben voor de diepte, voor de medemens en de zorg om de schepping; In zijn brieven over de ecologie en over de broederlijkheid vestigt paus Franciscus onze aandacht op enkele van deze onreine geesten.

Zieken zalven met olie

Volgens het korte relaas bij Marcus is de eerste zending gelukt. Zij spraken woorden van bevrijding waardoor ze onrust verdreven. Ze zalfden vele zieken met olie. Vandaar kwam die olie? Want in hun opdracht was geen sprake van olie.

Het is trouwens de enige plaats bij Marcus waar over zalven met olie gesproken wordt.

Wij onthouden hoe de zorg voor zieken heel belangrijk is en hoe nabijheid genezend kan zijn.

Tijdens een chrisma-mis in Brussel vroeg bisschop Kockerols welke olie de kerk hier nodig heeft. Elk jaar wordt de olie van de catechumenen gewijd, de olie voor de ziekenzalving en het heilig chrisma. De Brussels hulpbisschop sprak over de ollie van vreugde, die ons tot blijde dienaars maakt, over de olie van kracht die ons sterk maakt en zacht om het evangelie te verkondigen en over olie om de lampen, brandend te houden wanneer we samenkomen om te bidden en op licht hopen voor onszelf en voor onze omgeving.

Zonden en schaamte

Wanneer we de geschiedenis overlopen, zien we dat wij soms te veel bagage mee hadden en dat ons handelen wegens gebrek aan eenvoud niet steeds fraai was. Paus Franciscus sprak tijdens de Covidpandemie over Covid ervaringen in zijn leven, moeilijke momenten, die achteraf gezien hem veel geleerd hebben. In een van deze periodes las hij de zevenendertig volumes van Ludwig von Pastor over de History of the Popes. “Ik had een roman kunnen lezen, of iets meer interessants. Maar waar ik nu ben kan ik niet anders dan me afvragen waarom God mij inspireerde om die te lezen. Het was alsof de Heer mij aan het voorbereiden was met een vaccin. Van het moment dat ge de pauselijke geschiedenis kent is er niet veel meer dat gebeurt in de Vaticaanse curie en in de Kerk vandaag dat u een schok kan bezorgen. Het is een grote hulp geweest voor mij.”

De kerk heeft in eigen midden nog een aantal duivels uit te drijven en moet zich blijven bekeren en haar fouten en zonden bekennen. Ze moet zich zoals Petrus richten tot de gekruisigde en verrezen Heer en met hem bekennen en bidden: “Ga weg van mij Heer, want ik ben een zondig mens.” Wij moeten, zo schrijft de paus in zijn brief aan kardinaal Marx,

bidden om een heilzame schaamte en aan de Heer vragen om ons te behoeden de schaamteloze deerne te zijn, waarover Ezechiël schrijft in hoofdstuk 16. Dit eindigt met deze belofte: “Als ik mijn verbond met jou heb gesloten, zult je beseffen dat ik de HEER ben en overdenken wat je gedaan hebt; je zult je schamen, en zwijgen omdat je vernederd bent – maar wat je hebt gedaan. Zo spreekt God, de HEER” (Ez. 16, 62-63).

Terugblik

Ze hadden het niet al te breed,

geen wit gesteven boorden.

Ze waren vissers, alle twaalf,

een volk van weinig woorden.

Ze hadden nog geen beeldbuis,

geen flats, geen bungalowtjes.

Ze stoeiden aan het blauwe meer,

met wankele, houten bootjes.

Geen DC-8, geen maanraket,

geen auto en geen koets.

Ze liepen op het witte strand

en meestal barrevoets.

Zo leefden zij, ze hadden niets:

geen bad, geen telefoon, geen fiets.

Maar in hun midden zat een man:

daar hielden al die vissers van.

Hij zocht het niet in telefoon en

computers of in elektronen.

Hij zocht het zonder valse schijn,

in aardig voor elkaar te zijn.

Hij had het over ‘ander leven ‘,

over vergeten en vergeven,

over elkaar de hand toesteken,

en over samen brood te breken.

Hij zei gewoon: “Gij zult niet doden !”

En daarmee hield Hij ’t voor gezien.

Hij had geen boeken vol geboden.

Hij had er in totaal slechts tien.

Maar toen de rijken en geleerden

Hem hoorden, toen begon ’t venijn.

Het was bedrog wat Hij beweerde.
Het leven mocht niet simpel zijn.

Ze hebben Hem toen vastgegrepen.

Ze hebben Hem de mond gesnoerd,

het zware kruishout laten slepen

en Hem naar Golgotha gevoerd.

En het is nooit meer goed gekomen,

want sinds men Hem heeft opgepakt,

heeft men de liefde ons ontnomen,

waarover Hij zo vurig sprak.

Maar altijd blijft het heimwee hangen

naar die eenvoudige Mensenzoon

en altijd speur je nog ’t verlangen

naar Hem , die zelfs na al ’t gehoon

vanuit zijn laatste kracht nog fluistert:

“Heer, vergeef hun wat ze doen .”

Altijd is er nog dat heimwee

naar die ene man van toen.

Toon Hermans

Jean-Jacques Suurmond beëindigt zijn getuigenis in Lazarus als volgt: “In de Eerste Wereldoorlog werkte priester Teilhard de Chardin als ziekenverzorger. Midden in het geweld van granaten en gasaanvallen gaat hij even een dorpskerkje binnen om te bidden. Daar krijgt hij het visioen dat de bron zal worden van zijn zending en van zijn kosmische theologie. Zoals in veel Franse kerkjes hing daar een afbeelding van Jezus met een brandend hart. Terwijl hij daarnaar kijkt, ziet hij het vuur in dat hart steeds sterker oplaaien. Langzaam verdwijnt het gezicht van Jezus in ‘het beeld van een wereld in gloed’.

Dat was voor mij een nieuw inzicht. In echte zending verdwijnt Jezus. En wij verdwijnen met hem: geen beurs, geen kleding, geen stok, zelfs geen ik. Je wordt licht, zo licht. Alsof je opgaat in een dans, de dans van de goddelijke oogst.

Pas dan vinden voorbijgangers bij ons echt ruimte om nieuwgeboren te worden.”

De Vader van onze Heer Jezus Christus roept elke mens om zijn kinderen te worden door Jezus Christus (cf. Ef. 1,1-6)

Zoeken in Preken Online