Als je je niet bekeert, wordt je geëxecuteerd!

B-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

15e zondag door het jaar Cyclus B Mc 6,7-13

„Als je je niet bekeert, word je geëxecuteerd“


\

Beste vrienden,

„Als je je niet bekeert, word je geëxecuteerd” – Een vreselijke uitspraak, maar ooit behoorde dat tot de christelijke missioneringspraktijken. Of je laat je dopen, of je wordt geëxecuteerd! Ik herinner me nog goed hoe ik op school voor het eerst hoorde dat ganse volkeren zich onder dwang tot het christendom moesten bekeren. Toen ging het over de overwinning van Karel de Grote over de Saksen. Die mensen hadden de keuze: het “nieuwe geloof“ aannemen of sterven. En als vader weigerde om zich te bekeren, werd gewoon de ganse familie over de kling gejaagd.

In onze dagen kunnen we gewoon niet meer begrijpen hoe zo iets ooit mogelijk was. Wij kunnen ons de wreedheid van die vroeg middeleeuwse tijden moeilijk voorstellen. Hoe konden mensen ooit zo verblind zijn. Alsof je geloof met geweld zou kunnen doorgeven! Je kan mensen misschien dwingen om aan iets mee te werken. Met de nodige druk kan je hen misschien dwingen om zich volgens bepaalde regels te gedragen. Je kan hen misschien ook dwingen om naar de kerk te komen, ritussen te volgen en bepaalde ceremonieën te ondergaan. Maar geloof opwekken, dat kan je met zulke methoden zeker niet. Want geloof heeft met overtuiging te maken. En een overtuiging kan je niet opleggen. En je kan die ook niet eisen.

Jezus wist dat. Daarom gaf Hij aan zijn leerlingen de opdracht mee: „Als men op een bepaalde plaats niet naar je wil luisteren, ga dan gewoon verder”. Waar de boodschap in dove oren valt, heeft het immers geen enkel nut om aan te dringen. Om overtuiging te wekken, om mensen met God in contact te brengen, om mensen werkelijk met God vertrouwd te maken, moeten die mensen voor de boodschap open staan, hun interesse moet ervoor gewekt zijn, hun vragen moeten worden beantwoord en ze moeten bereid zijn om de voorgestelde weg mee te gaan.

Als men niet naar jullie wil luisteren, gaat dan gewoon verder..

Ook vandaag is dat zeker nog even belangrijk als toen. Vandaag wordt er natuurlijk niet meer gemissioneerd met het zwaard. Maar ook vandaag ervaar je bij het doorgeven van het geloof nog dingen, die niet minder vreemd overkomen.

Daar waar ook vandaag nog mensen twee aan twee worden uitgezonden om het geloof te verspreiden, of waar de ouders het geloof doorgeven, gaat dat ook nu nog dikwijls gepaard met druk en soms ook met dwang.

Bij het begin van de vormselcatechese hoor je van kinderen en jongeren soms ook:“Ik moest wel”. En soms worden die kinderen zwaar onder druk gezet door ouders die zelf helemaal niet meer pratikeren. Dat gebeurt dan onder het motto: „zo lang je nog klein bent, moet je dat doen. Als je dan later oud genoeg bent, kan je zelf kiezen. En waar dat kind dan voor zal kiezen, dat kan je vandaag al denken.

Geloof kan je niet afdwingen. Geloof kan je alleen maar proberen voor te leven. En dan, als er mensen zijn die willen luisteren, als er bij die mensen vragen opkomen, dan kan je proberen om op die vragen te antwoorden. Je kan hen zeggen: “Kijk om je heen, naar ons en onze medebroeders en zusters, kijk hoe wij leven. En als die manier van leven u bevalt, willen wij u graag helpen om ook zo te kunnen leven.

En je moet niet bang zijn als je dat nu niet doet. Hier geldt niet het motto “wie nu niet wil is definitief uitgesloten”. Hier geldt eerder “wie nu niet wil, die heeft misschien gewoon wat meer tijd nodig“.

Soms hoor ik zeggen dat we er toch zeker op moeten letten om zo veel mogelijk mensen op jonge leeftijd te bereiken, want als we ze dan niet bereiken hebben we ze voor altijd verloren. Maar wat voor een beeld van geloof staat daar achter?

Alsof wij op die manier iets zouden moeten of kunnen bereiken. Alleen kunnen wij helemaal niets bereiken! Het gaat hier om Gods kinderen, niet die van ons, en het is ook Gods kerk. En als God een weg zoekt naar het hart van de mensen, dan vindt Hij die ook. Maar daarvoor heeft Hij ons nodig, niet om zijn boodschap op te dringen, maar om die boodschap door onze levenswijze te verkondigen, door haar voor te leven.

God baant zich altijd een weg, maar Hij doet dat op zijn manier en wanneer Hij dat verkiest. En daarbij houdt Hij maar in geringe mate rekening met datgene wat wij in onze pastorale planning hebben besloten.

Wanneer de mensen vandaag niet open staan voor Gods boodschap, dan zijn ze dat mogelijk op een later tijdstip wel. God zal hen niet met rust laten. Hij dringt in hun leven binnen.

Maar wanneer dat gebeurt, dan zijn wij aan de beurt, dan moeten wij de signalen die deze mensen uitzenden ook horen en begrijpen. Om dat te kunnen moeten wij nu reeds onze zinnen scherpen. Wij moeten kunnen aanvoelen wanneer mensen door God worden beroerd. Want als de vragen opkomen moeten er mensen ter plaatse zijn die mee naar antwoorden kunnen zoeken, die begeleiden en die de weg naar het geloof met hen meegaan.

Soms gebeuren er van die onbegrijpelijke dingen zoals bij die Aziatische student die in Leuven bij een pastorie aanbelde en eenvoudig de wens uitte: “Ik zou graag Christen worden!”. Hij kreeg als antwoord: “Oh, een volwassenendoop, heu, dat is moeilijk nu, daar hebben wij nu geen actie voor lopen. Ge kunt daarvoor best ergens anders naartoe gaan“!

Hier werd een mens met geloofsvragen gewoon weggestuurd terwijl er op hetzelfde moment grote voorbereidingen voor het vormsel werden getroffen en iedereen zich daarna afvraagt waarom het resultaat uitblijft en al die inspanningen zo weinig vrucht dragen.

Het Evangelie is op dit vlak veel wijzer: „wanneer men u op één plaats niet wil horen, ga dan verder. Maar wees altijd bereid om antwoord en rekenschap te geven en om te getuigen van de hoop die u vervult – overal daar, waar de mensen ernaar vragen.

Amen.

Zoeken in Preken Online