Veertiende zondag door het jaar (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

We leven in een tijd van veel verwarring, juist ook bij gelovige mensen. Vroeger leek het allemaal veel gemakkelijker: je wist precies waar je je aan te houden had, je kende je christelijke plichten, van vasten en onthouding en biechten enz. en je wist daarmee ook of je een goede gelovige was of niet.
Tegenwoordig is er zoveel verdeeldheid in de kerk, zoveel verschillende meningen en opvattingen die met elkaar botsen, dat je vaak niet meer weet wat je nu wel of niet moet geloven. Je kunt dan wel eens denken: kwam er nog maar eens een profeet die precies zou vertellen hoe alles in elkaar steekt, wat je moet doen om een goede gelovige te zijn. Kwam Jezus nog maar eens terug dan kon hij ons precies vertellen wie gelijk heeft en wie ongelijk. Dan zouden we weer precies weten waar we aan toe waren.
Zo denken is in feite nogal zinloos vind ik. Ten eerste komt Jezus niet in onze tijd. en de profetische figuren die er ook in onze tijd zijn worden vaak niet herkend, juist zoals Jezus in zijn tijd niet erkend werd. En als Jezus toch zelf zou komen, is het nog een hele grote vraag of wij hem wel zouden herkennen en erkennen. Waarschijnlijk zouden we net als de bewoners van Nazaret zeggen: wat verbeeldt hij zich wel. En het zou best kunnen zijn dat hij dan net al toen verwonderd zou staan over ons ongeloof.
Nu zult u misschien denken: dat moet je niet tegen ons zeggen maar tegen al die mensen die niet meer naar de kerk komen. wij zijn toch gelovige mensen, anders waren we hier toch niet. Dat is natuurlijk wel zo, maar de vraag is wel of wij met ons geloven wel altijd op de golflengte zitten die hij van ons wil. De Joden van Jezus’ tijd dachten ook dat zij gelovige mensen waren en toch is Jezus vol kritiek op hun manier van geloven.
Als we in het evangelie lezen wat Jezus zegt tot de Joodse priesters en schriftgeleerden, dan krijgen we wel eens de indruk dat zij allemaal heel corrupt en kwaadwillend zijn. Toch is dat niet zo: op hun manier waren zij heel godsdienstige mensen, en ze waren er zelf heilig van overtuigd dat zij het op de enig goede manier handelden, ze onderhielden toch alle wetten en regels tot in de kleinste puntjes. En toch zegt Jezus dat hun geloof dood is en dat ze op een verkeerde golflengte zitten.
We zijn allemaal mensen die graag vastigheid willen, we willen graag precies weten waar we aan toe zijn, dat geldt voor de joden van toen , dat geldt evenzeer voor de meesten van ons. Daarom willen we zo graag alles in hokjes zetten en willen we regels voor alles, dan kan het niet mis gaan. Maar leven en samenleven en alle situaties die zich daarbij kunnen voordoen zijn te complex, te verschillend om ze te kunnen vast leggen in hokjes en regeltjes. Dat is juist wat hij de Joodse leiders verweet: dat ze meer aandacht hadden voor de letter van de wet, en te weinig waar het werkelijk om ging.
Een voorbeeld: als hij op een sabbat een zieke mens geneest, krijgt hij het aan de stok met de Joden want op de sabbat mag er niet gewerkt worden.. Maar hij verweet hun bekrompenheid en gebrek aan realiteitszin, alsof de sabbatsrust belangrijker was dan het redden van een medemens.
Het is in onze tijd vaak verwarrend, maar als we precies willen weten wie wel of niet gelijk heeft, zal bij Jezus aan het verkeerde adres zijn: hij is geen vraagbak die voor alle situaties in het leven een kant en klaar antwoord heeft. Net als alle profeten geeft hij een bepaalde richting aan, de richting die God aan ons leven wil geven. Het gaat om een bepaalde levenshouding van barmhartigheid, van liefde, van openstaan voor elkaar, van elkaar steeds het goede toewensen en geven. En een echt gelovige mens is hij die steeds zoekende is om die houding heel concreet in zijn leven en in zijn levensomstandigheden te verwerkelijken. Moge hij dat geloof bij ons vinden.

Zoeken in Preken Online