Er zijn duidenden middeltjes in de handel die de bedoeling hebben om van een zieke mens weer een gezonde te maken. Soms helpen zelfs nepmiddeltjes, maar meestal is er meer nodig. Gelukkig degene die tot op hoge leeftijd het gebruik ervan heeft kunnen uitstellen. Het is uitstel, geen afstel, want op een dag moet er iets geslikt worden al is het maar een paracetamolletje. Het begin is gemaakt, de rest volgt nog wel. Ouderdom is geen ziekte; het komt een beetje in de buurt ervan net als het dunner worden van de haardos. Dan volgt de stok om op te steunen, vervolgens de rollator en misschien nog eens de rolstoel. De leeftijdsbril is er meestal al veel eerder.
Voor degene die niets mankeert lijken die dingen allemaal heel ver weg, dingen bestemd voor een ander wereld. Het is inderdaad zo dat wereld van de zieken en die van de gezonden een heel eind uit elkaar liggen. Dat maakt het extra moeilijk als op een dag datgene wat wij het noodlot noemen toeslaat. Gisteren nog gezond vandaag helemaal niet meer. Dan begint het geduvel met medicijnen , operaties, hulpmiddelen en zo meer.
Met dit alles kunnen we dikwijls nog een heel tijdje op de been gehouden worden, maar dat er ingeleverd moet worden is zeker, elke keer een beetje meer. Dat is een heel beroerde gewaarwording, dat die rimpeltjes niet meer weg willen, dat er weer een plusje of minnetje in het brilleglas bijkomt en als het ernstiger mankementen zijn die niet meer willen verdwijnen verandert de vraag van “hoe kom ik er vanaf?” in “hoe ga ik er mee om?” Ben ik nu doodongelukkig of heb ik vrede met het prijs geven, kan ik accepteren? Voor de een is dat een korte weg en voor de ander een lange weg die moet worden afgelegd.
Het is verbazingwekkend hoezeer mensen dan verschillen. De een zeurt jaar in jaar uit over een kleinigheidje en de ander hoor je niet of nauwelijks terwijl er heel wat aan de hand is. Een dezer dagen sprak ik iemand die van de ene op de andere dag door een paar hersenbloedingen werd geveld.“Ik heb gevloekt, gehuild en gebeden”. Maar hij was niet verslagen. Dat was dus net als bij de man Job uit het Oude Testament.
Vandaag gedenken we iemand die het allemaal heeft meegemaakt. Bij Lidwina van Schiedam begon het lang geleden met een val op het ijs. Van een beetje werd het erger, alles werd geprobeerd, niets hielp noemenswaard.Enfin het verhaal is bekend en u kunt het desgewenst nog eens nalezen, want het ligt bij de uitgang van kerk. Het is 36 jaren een lange reeks van de ene ellende naar de andere. Op zich niet zo uitzonderlijk, maar wel de ontwikkeling die zij doormaakte. Of ze ooit gevloekt heeft staat nergens beschreven, maar in elk geval wel dat zij gekomen is tot acceptatie, het aanvaarden van iets wat zelfs ondragelijk leek. Dat was zo sterk dat ze mensen die bij haar kwamen wist op te monteren in plaats van andersom. Hoe dat mogelijk is, is een raadsel,zoals we ons dat zo vaak kunnen afvragen van sommige zieken: Waar halen ze toch de moed vandaan? Lidwina maakte daar geen geheim van: Zij accepteerde, zij gaf elke dag meer een stuk prijs van haar leven en dat lukte haar omdat ze door haar bidden heen Gods warme hand steeds voelde. Die liet haar niet los, daar had ze vertrouwen in.
Dat meisje, waarnaar onze kerk is genoemd, geeft ons voor ons ziekzijn van nu of later mee: Als de middelen zijn uitgeput en wil ondanks alles niet ongelkkig zijn en anderen ongelukkig en hopeloos maken: “Probeer het dan eens met acceptatie en overgave”. En voor wie zich afvraagt: “Overgave aan wie?” Probeer het dan ook eens met overgave aan Gods hand.