Een van de belangrijkste taken van ouders is het opvoeden van hun kind of de kinderen. Daar zijn volwassenen het tamelijk over eens. Kinderen voeden is gemakkelijker dan ze opvoeden.
Het is een uitgebreid en soms moeizaam karwei: Telkens maar weer duidelijk maken waar de grenzen liggen tussen wat veilig is en onveilig is, wat toekomst heeft en wat niet, eerlijk en oneerlijk, kortom wat goed is en wat verkeerd is. Deze taak wordt vanaf de geboorte met vreugde aangepakt, maar het duurt niet lang of het gezag waarmee dit gebeurt wordt weldra ondermijnd. “De meester heeft gezegd dat je met je handen of in de handel even goed en dikwijls nog beter de kost kunt verdienen en daarbij een gelukkig leven leiden dan met een groot verstand en na veel geleerd te hebben”. Daar ga je als ouders met die aansporing om toch vooral op school je best te doen. Het gezag in huis kalft af. Niets helpt nog, “want de meester heeft het gezegd”. In de puberteit vervliegt zelfs het gezag van de leraar die ook al te dichtbij te horen en te zien is. “Want op de TV zeggen ze dat softdrugs helemaal niet zo link zijn en verder: dat je met goede punten maar geen praktijk nergens terecht kunt. Dit droevige lot is ook pedagogen, psychiaters en psychologen beschoren. Het is een bekend verschijnsel dat de meest begaafde beroepsmatige opvoeders er niet in slagen ook maar een beetje structuur aan te brengen in het leven van hun eigen kinderen . Ze hebben allemaal buitengewoon goede raad, ze genieten wellicht terecht gezag buitenshuis, in hun werk, maar bij degenen die het dichtst bij hen lijken te staan slaat het niet aan.
Is dit dan geen goede reden om het vermoeide hoofd in de schoot te leggen en het verder aan anderen over te laten? De verleiding is groot en eeuwenoud. Want al ver vóór onze jaartelling riepen profeten: “Ik hou er mee op, ze luisteren niet, ik ben de risee van het land. Ze zijn als domme ganzen die je voeren wilt: ze vliegen weg als je ze brood wil geven. Verslappen? Zeker niet, want de stem die lange tijd schijnbaar niet wordt gehoord, maar die niet heeft nagelaten vol te houden, die stem gaat op een dag wel doorklinken. Zelfs lang nadat de ouders gestorven zijn worden ze geciteerd: “Mijn vader zei altijd…en mijn moeder heeft ons geleerd….
“Houd moed”, wordt ons vandaag gezegd. “Uw lot is het lot van profeten, miskend, uitgelachen en de allergrootste zelfs ter dood gebracht”. Maar hun boodschap is, meestal via anderen, teruggekeerd en heeft dikwijls eeuwen doorstaan.
We zijn in goed gezelschap, want vandaag lezen we van Jezus van Nazareth, die buiten zijn eigen stad, buiten zijn eigen familie en buiten zijn collega-schriftgeleerden wél werd gehoord, begrepen en erkend, maar absoluut niet in zijn eigen millieu. Hij heeft het volgehouden om mensen aan te sporen Gods wereld nu al dichterbij te halen. Hij is daar niet mee opgehouden zelfs niet toen Hij naar het leven werd gestaan. Het profetenlot vraagt inderdaad een heel stuk van het leven van ouders, van opvoeders, van opa’s en oma’s, van alle mensen die hun verantwoordelijkheid voor hun medemens op pakken, van mensen die het goede voor hebben met de medemens. Gelukkig kost het maar zelden werkelijk het leven. Dus niets te klagen , maar vol houden. Dat is op deze aardbol ons aller profetenlot. Amen