14e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Veertiende Zondag door het jaar - B 7 juli 2024

Evangelie: Marcus 6, 1-6

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: ‘De profeet, de aanwezigheid van God in de maatschappij.’ Het onderstaande citaat uit deze homilie, waar wij voor het samenstellen van deze Bouwstenen van vertrekken, heeft het vooral over de betekenis van de profetie in het algemeen.

Wat het evangelie van deze zondag betreft, vermeldt hij alleen even het vers Mc 6,2: ‘Hij gaf onderricht in de synagoge’. En dan zegt hij daarbij: “… dat is profeet zijn: onderrichten, leraar zijn”. We gaan nu verder in op wat Mgr. Romero in zijn homilie zegt over de profetie.

“Een profeet is iemand die spreekt in de naam van een ander. … De profeet is niets meer dan een instrument van God. … Als God een kind van de aarde roept om zijn capaciteiten te openen en ze ter beschikking te stellen om de Geest van God te ontvangen, dan is het eerste wat belangrijk is: het feit dat deze oproep ‘grond onder de voeten’ heeft, en dat de geroepene van daaruit, vanuit de realiteit van vandaag, opstaat; dat het woord dat hij spreekt naar de hoogte toe gaat, dat er een verticale dimensie is die hem verenigt met God, in wiens naam hij moet spreken. …. De profeet, vervuld met de Geest van God, gaat de wereld in en realiseert daar datgene wat wij als thema van deze homilie hebben vooropgesteld: de aanwezigheid van God in de samenleving, in de geschiedenis, in de wereld. De mensen in de wereld die het woord van de profeet horen zullen dan niet langer kunnen zeggen dat God niet tot hen heeft gesproken, want de profeet laat hen telkens weer verstaan: ‘Dit is wat de Heer zegt’.”

“Of ze je nu respecteren en graag hebben of niet, jij bent Gods aanwezigheid midden in de samenleving. En let wel: God staat daar vaak in de weg van hen die de macht en de rijkdom aanbidden - wees dus niet bang. Maar de mensen zullen vroeg of laat toch moeten zeggen: ‘Er was een profeet die ons de aanwezigheid van God aankondigde.’ … De eerste indruk die de profeet telkens weer voelt is zijn kleinheid, zijn ontoereikende kleinheid vergeleken met de grootsheid van de missie die hij heeft gekregen. God zegt echter tegen hem: ‘Zeg niet dat je het niet kunt. Ik zal met je meegaan en niemand zal zich kunnen verzetten tegen deze goddelijke aanwezigheid die bij de profeet hoort.’ … Wat een prachtige ervaring is het om te proberen Christus een beetje te dienen en in ruil daarvoor in de wereld het spervuur ​​van beledigingen, wantrouwen, laster, het verlies van vriendschappen, het als achterlijk beschouwd worden… te ontvangen! … Wat een paradoxale ervaringen zijn dat voor de profeet! … Het is het werk van God dat in ons gebeurt, en daarom zijn wij niet bang voor de profetische missie die de Heer ons heeft toevertrouwd. Ik kan me voorstellen dat iemand zegt: ‘Ach, die of die daar beeldt zich in dat hij een profeet is!’ Het is echter niet zo dat ik zomaar van mezelf geloof of mezelf wijs maak dat ik een profeet ben, het is zo dat jij en ik in feite een profetisch volk zijn, en het is ook zo dat iedere gedoopte persoon juist vanuit het doopsel de deelname aan de profetische missie van Christus heeft ontvangen.”

Mgr. Romero komt verschillende keren terug op de profetische opdracht van elke gedoopte. Daarom zegt hij ook dat we in feite een profetisch volk zijn (of zouden moeten zijn?). Hij deelt in deze homilie ook enkele basiservaringen die eigen zijn aan de christelijke profetie. Deze ervaring bijvoorbeeld is heel essentieel: Je spreekt altijd in naam van een Ander. Het gaat niet om jouw individuele mening. De profeet is een geroepene van Godswege. Die roeping heeft dus een transcendente dimensie. De mens wordt geraakt door het Hogere, het Diepere, het Onzichtbare. Het gebeurt aan hem/aan haar.

Dan is er de ervaring van de ‘ontoereikende kleinheid’, de zwakheid, de stunteligheid, de armoede van zijn/haar eigen persoonlijk leven en geloof. Met waarschijnlijk ook de eigen incongruentie tussen het profetisch woord dat we spreken en datgene wat we er zelf van terecht brengen. Wie zich toch door deze oproep van Godswege laat raken “… wordt er zich dan bewust van ‘de aanwezigheid van God in de samenleving, in de geschiedenis, in de wereld’ te moeten zijn.” Wie durft nu zo iets aan?

De profeet loopt ook het gevaar eigenwijs te worden, te doen alsof hij/zij God zelf is, de Gezalfde nu, het laatste woord in de geschiedenis. Mgr. Romero spreekt in dit verband over het gevaar van de ijdelheid: jezelf toch wel extreem belangrijk gaan vinden en/of je door anderen op een piëdestal laten zetten. Neen. Het gaat erom “… niets meer dan een instrument van God” te zijn. De profetische roeping eist een diepe nederigheid. Wanneer de profeet het bijna onmogelijke doet om in Gods naam te spreken in deze actuele geschiedenis (die gedomineerd wordt door de idolen van macht en rijkdom), dan zal hij/zij niet ontsnappen aan “… het spervuur ​​van beledigingen, wantrouwen, laster, het verlies van vriendschappen, het als achterlijk beschouwd worden.” “… God staat vaak in de weg van hen die de macht en de rijkdom aanbidden.” Mgr. Romero heeft het zelf aan den lijve ondervonden. De Salvadoraanse profetische Kerk heeft in de jaren ‘70 en ‘80 van vorige eeuw een heel zware tol betaald omwille van haar profetisch getuigenis. De profetische sector van de Kerk in Nicaragua gaat vandaag door hetzelfde vuur. Dit hoort als het ware bij de profetische opdracht in een wereld van onrecht, geweld, oorlog, honger, uitsluiting, onvrijheid, leugen,… En toch zegt Mgr. Romero ons: “…het is het werk van God dat in ons gebeurt, en daarom zijn wij niet bang voor de profetische missie die de Heer ons heeft toevertrouwd”.

Bij deze reflectie denken we aan een tekst van Eduardo Hoornaert waarbij hij aangeeft **hoe Helder Camara (**die mettertijd toch uitgegroeid was tot één van de grootste profeten van onze Kerk in de vorige eeuw) op een bepaald moment moest breken met wat algemeen aanvaard werd of wat moest aangezien worden als de enige waarheid, als de enige weg, om (als profeet) te kiezen voor nieuwe toekomstperspectieven. Eduardo Hoornaert schrijft: ‘… Hij (Helder Camara) neemt steeds duidelijker afstand van het traditionele consensusbeginsel en helt geleidelijk over naar het minderheidsbeginsel. Hij weet uit ervaring dat het consensusbeginsel gemakkelijk afleidt naar autoritarisme en niet zelden mensen ontslaat van hun verantwoordelijkheidsgevoel voor beslissingen die door een meerderheid worden genomen. Wat door iedereen wordt beslist, wordt immers door niemand beslist. Men pleit zichzelf vrij door te zeggen het eens te zijn met de meerderheid en op deze manier voelt men zich ontslagen van het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid. Men onderwerpt zich aan een externe logica en gedraagt zich als een radertje in een systeem dat als geldig wordt beschouwd, zonder zich vragen te stellen bij de concrete impact van een beslissing die op basis van consensus genomen is. Op die manier worden systemische onrechtvaardigheden in stand gehouden. Het consensusbeginsel functioneert hier als een puur technisch, bureaucratisch, zichzelf in stand houdend mechanisme.’ Wanneer die meerderheid dan nog aan iedereen begint te twijfelen, sterke controle begint uit te oefenen, alles beluistert en bekijkt om andere opinies die van de consensus afwijken tijdig te ontdekken en te verdrukken, wordt het autoritarisme nog meer repressief. Dergelijke processen spelen zich steeds weer af in alle soorten van organisaties en landen. Het zal ons dan ook niet verwonderen dat het consensusbeginsel ook in de Kerken heel veel kwaad heeft gedaan.

Als we de titel van Mgr. Romero’s preek: ‘De profeet, de aanwezigheid van God in de maatschappij’ ernstig nemen, dan hebben we als christenen een enorme verantwoordelijkheid: Gods aanwezigheid in de samenleving aanwijzen, hoorbaar en zichtbaar maken. Dit laatste betekent ook het profetisch doorprikken van de idolen en het ontmaskeren van hun dienaars en zij die hun woorden spreken. Profeten weten dat Gods aanwezigheid het best gezien, gehoord en verstaan wordt vanuit de levenssituatie van arme mensen, meestal mensen die verarmd zijn door macht en rijkdom. Wanneer ze in die situatie mee hun kruis dragen, dan zullen ze het minderheidsprincipe in het land en in de wereld versterken. ‘Abrahamitische minderheden’ (kleine gelovige gemeenschappen) ondermijnen dan de structuren van macht en rijkdom. Waarschijnlijk is de 25%-revolutie, de meest recente campagne van Broederlijk Delen in ons land, daarin ook als een belangrijke dynamiek te situeren. We hoeven niet bang te zijn.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Wie zijn vandaag voor jou ‘profeten’ - instrumenten van God? Wat betekenen ze voor de samenleving? Hoe sta jij tegenover hen en wat doe je met hun profetische aanwezigheid en boodschap?

Op welke manier word jij aangesproken en geraakt door God om vanuit jouw spreken en handelen Zijn profeet te zijn (de opdracht die je bij je doopsel hebt meegekregen)?

Waar zie jij vandaag dat wurgende ‘consensusprincipe’ bezig, waarover Eduardo Hoornaert spreekt? Hoe ervaar jij dat persoonlijk? Ben je zelf actief betrokken bij de inspanningen om het profetische minderheidsprincipe te beleven?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 16. Veertiende zondag door het jaar-B – 7 juli 2024.

Laten we het talent dat God ons gegeven heeft niet verbergen.

“Daarom is het triest om stil te staan bij de lafheid van zoveel praktiserende christenen en bij het verraad van andere gedoopte mensen. Zij zijn gedoopt, ja, maar wat doen zij dan, eenmaal zij op het hoogste politieke terrein gearriveerd zijn? Waar is hun doopsel dan naartoe? Er zijn gedoopten aanwezig in politieke partijen en in populaire politieke groeperingen, maar waar is hun doopsel gebleven? Er zijn gedoopten aanwezig in de beroepswereld, op het arbeidersveld, op de markt. Waar een gedoopte zich ook bevindt, daar zou een Kerk moeten zijn, er moet een profeet op het toneel verschijnen, er moet iets gezegd worden in de naam van de waarheid die de leugens van de wereld verheldert. Laten we geen lafaards zijn, laten we het talent dat God ons sinds onze doop gegeven heeft niet verbergen. En laat ons werkelijk de schoonheid en de verantwoordelijkheid beleven van een profetisch volk.’

Het lijkt een zeer actuele oproep te zijn voor ieder van ons: laten we het talent dat God ons heeft gegeven niet verbergen. Aartsbisschop Romero legt ons uit dat het een roeping is die uitgaat van, en die onlosmakelijk verbonden is met ons doopsel. Maar in feite is het zo dat elke persoon, als mens, ongeacht of hij of zij gedoopt is of niet, geroepen is om al zijn talenten en capaciteiten, zijn sterke en zwakke punten te gebruiken om bij te dragen aan de opbouw van nieuwe processen van de mensheid, met de bedoeling deze geschiedenis (lokaal en mondiaal) steeds menselijker te maken. Natuurlijk zou het gedoopt zijn moeten betekenen dat we ons ten zeerste bewust zijn van deze missie om de wereld menselijker te maken, net zoals dat bij Jezus het geval was. Omdat we reeds heel vroeg als kinderen gedoopt zijn, hebben we helaas geen enkele concrete ervaring behouden met het doopsel; we hebben alleen het zogenaamde ‘doopbewijs’ overgehouden als attest, en we bewaren misschien nog ergens in een album of map enkele foto’s van die blijde gebeurtenis. In de basisgemeenschappen hebben we deelgenomen aan ervaringen zoals het initiatieweekend, precies met de bedoeling om bewust stil te staan bij ons doopengagement. En zo, door het bewust worden van de weg van Jezus hebben we onze betrokkenheid bij ons gedoopt zijn uitgesproken en ons engagement hernieuwd.

Maar levensomstandigheden, gebeurtenissen, obstakels, teleurstellingen, angsten,… kunnen er voor zorgen dat we beetje bij beetje toch de talenten die God ons heeft gegeven, verborgen hebben en dat we in zekere zin ‘lafaards’ geworden zijn. Wat een tegenstrijdigheid, wat een contradictio in terminis: laffe christenen! Wanneer we het pad van de basisgemeenschappen een tijd hebben bewandeld, begrijpen we en weten we heel goed waar de uitdagingen van onze inzet liggen, maar toch zijn niet weinig broeders en zusters bang geworden; ze hebben hun talenten verborgen en zichzelf opgesloten in hun eigen huis of gezin. Vandaar de krachtige oproep van Mgr. Romero, die op dit moment zo actueel is: waar is uw doopsel naartoe? Hij doet zo een oproep naar politici, leden van politieke partijen, volksorganisaties, arbeiders en boeren, markt- en straatverkopers, professionals,… En laten we die categorieën nog wat uitbreiden: leraren, gezondheidswerkers, overheidsfunctionarissen, werknemers in hun eigen economische initiatieven, catechisten, gemeenschapsleiders, priesters, religieuzen,… Wat hebben jullie in godsnaam (!) gedaan met jullie doopbeloften?

Tijdens de liturgie van de Paasnacht worden we jaar na jaar uitgenodigd om ons doopengagement te hernieuwen, maar vaak is ook dit een jaarlijks terugkerend ritueel geworden zonder dat er concrete consequenties aan verbonden worden in de historische praktijk. Het échte certificaat van ons gelovig engagement is niet het doopbewijs, noch het jaarlijkse ritueel van de hernieuwing van onze doopbeloften, maar het is te vinden in het leven van alledag, in het gezin en in de sociale praktijk. Want het is daar dat we zichtbaar en voelbaar maken dat we die engagementen serieus nemen – of niet.

In de catechismus hebben we geleerd dat elke christen en heel het volk van God door het doopsel deelachtig is in de drie functies van Christus: als Priester, Profeet en Koning. Maar weinigen van ons weten waar dat over gaat, en er zijn er nog minder die deze drievoudige missie in de praktijk van hun leven proberen te vervullen. De priesterlijke missie verwijst niet naar een (priesterlijke) status ergens in de hiërarchie van de Kerk, maar naar onze roeping om te dienen, om elkaars voeten te wassen, en om ons eigen leven ten dienste te stellen van anderen, vooral van individuen, gezinnen en in de eerste plaats van mensen in kwetsbare sectoren. De profetische missie moet de aanwezigheid van de God van Jezus in het dagelijks leven en in de geschiedenis onderscheiden, en aan de kaak stellen wat daar – gezien vanuit de armen – in strijd is met Gods heerschappij. En verder moet zij ook het mobiliseren van de hoop aankondigen. Deze missie verplicht ons tot de zware strijd voor een samenleving zonder slaven, zonder uitbuiting, zonder superieuren en ondergeschikten, zonder ‘wij en jij’ – en ze roept ons op om te werken aan een samenleving waarin we genereus en solidair met elkaar willen delen. Onze koninklijke opdracht tenslotte moet ervoor zorgen dat wij allen als mensen gevormd worden naar het model van waardige en waarachtige inwoners van Gods Koninkrijk.

Beste gedoopte, waar is jouw doopsel in jouw manier van leven nog te herkennen en terug te vinden? We hoeven niet bang te zijn om onze rol als volgelingen van Jezus op ons te nemen.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een aantal andere reflecties op basis van citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero, uitgesproken op de Veertiende zondag door het jaar-B, 8 juli 1979, met telkens een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

220 Iglesia profética:

https://www.facebook.com/watch?v=1414110582415742

219 Perros mudos:

https://www.facebook.com/watch?v=3553851528185848

218 El éxito del profeta:

https://www.facebook.com/watch?v=532600965332889

217 La religión necesita profetas:

https://www.facebook.com/watch?v=713685516398729

216 Pueblo profético:

215 Micrófonos de Dios:

https://www.facebook.com/watch?v=1893093907560811

214 El pueblo es mi profeta:

https://www.facebook.com/watch?v=447787980556571

Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 4 juli 2021, en werd nu herzien voor de Veertiende zondag door het jaar-B, 7 juli 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Veertiende zondag door het jaar-B, 8 juli 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 87.

Zoeken in Preken Online