Sta eens stil: “ Profeet: knelpunt beroep…”
In Kafarnaüm geneest Jezus het dochtertje van Jaïrus en de vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies lijdt. Hij doet wat God zou doen: mensen een nieuw leven geven! ,De menigte draagt Hem op handen: dat moet wel een man Gods zijn!
In zijn geboortedorp Nazareth, na zijn onderricht, eerst een zelfde verrassende vraag: “ Waar haalt Hij dit allemaal vandaan? En zo wijs”. Hij spreekt zoals ook God zou spreken: barmhartig en bevrijdend.
Maar het hapert: ze verdragen niet dat er iemand uit hun kleine gemeenschap zo uitspringt, Iemand die ziet wat zij niet zien, Iemand die spreekt zoals zij nog nooit gehoord hebben.
“ Wie is Hij toch?” Een vraag die dikwijls terugkeert…
Wie is Jezus voor ons? Mag Hij de spiegel zijn van Gods barmhartigheid? Mag Hij ons wijzen op wat echt telt in het leven? Mag Hij onze ogen openen voor wat we nu nog niet zien; ons optillen boven onze eerste verlangens uit?
De negatieve reactie van zijn dorpsgenoten verhindert Jezus te zijn wie Hij voor hen wil zijn. Niemand kan goed functioneren in een negatief klimaat.
Daarom: mensen gevraagd die bemoedigen, die bevestigen in het goede, die altijd weer wijzen op een nieuw begin, die ons bij Jezus brengen, zoals Hij voor ons wil zijn: beeld van God, onze liefhebbende Vader.
Kleine profeten, schatten van mensen!…
14e zdj-B- * bij Mc.6,1-6 * door Paul Coucke * federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge