14e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Homilie op de 14e zondag door het jaar B: “Vakantie is je verstandsmeter op

punt stellen!” (Mc. 6, 1-6)

Tielt, 8 juli 2012

In deze dagen zijn de wegen naar de vakantieoorden overvol. Langs die wegen stonden in het begin van de jaren 90 grote waarschuwingsborden met de tekst: “Verstandsmeter! Wel jong, maar niet gek!” Op één van die borden had een guitige grapjas die tekst gewijzigd en ervan gemaakt: “Niet jong, wel gek!”

Misschien herkennen velen onder ons zich in die laatste tekst: “Niet jong, wel gek!” Vooral als je aan vakantie toe bent, voel je dat: niet meer jong, wel gek! Je voelt je moe, niet meer fit, niet meer jong. En je bent “het” vooral moe op je werk, zelfs in je gezin. Je krijgt de indruk dat je, ondanks al je verstand, je kennis en ervaring, toch geen verstand van leven hebt, dat je bezig bent je gezondheid te verliezen om geld te verdienen om later weer je geld te verliezen om je gezondheid te herstellen. Kortom, je voelt je niet meer jong, wel gek, en je bent er sterk van overtuigd dat je verstandsmeter weer op punt moet gesteld worden.

Vakantie is een zegen, als je ervan profiteert om je verstandsmeter weer op punt te stellen, d.w.z. om je leven weer vanuit een andere hoek te bekijken. De hoek van waaruit je het leven ziet, kleurt het hele leven.

Laten we, met een zekere Bijbelse vrijheid, ons daarbij inspireren op Jezus’ ervaring in het evangelie van vandaag.

In zijn vaderstad Nazareth heeft Hij ervaren dat niemand sant is in eigen land. Is dat ook niet de ervaring van heel wat mensen op onze dagen?

Je man is misschien heel vriendelijk voor zijn collega’s op het werk, charmant als je bij mensen op bezoek bent, lief voor de kinderen van de buren, maar thuis…! Kortom, net als zijn favoriete voetbalploeg: goed op verplaatsing, maar teleurstellend in alle thuismatchen.

Je vrouw is onovertroffen in het etaleren van haar kwaliteiten ten opzichte van vreemden, verstandig in haar spreken, voorkomend in haar vele attenties, mild en toegeeflijk in haar oordeel, maar thuis…!

Je kinderen worden alom geprezen om hun goede uitslagen op school, hun inzet voor alles en nog wat, hun sympathiek karakter, enz… Maar thuis…!

Dat leger “maar-zeggers” zou die lijst nog kunnen aanvullen met zoveel mensen die schitteren op verplaatsing, maar ontgoochelen in alle thuismatchen.

Als iedereen uit deze homilie maar zou onthouden dat je thuis even lief, voorkomend, gedienstig, verstandig, geduldig, mild en begrijpend moet zijn als ten opzichte van mensen buitenshuis, dan zouden we mooie dagen beleven.

De vakantie is de periode waar je tijd en aandacht hebt voor de thuismatchen, die minstens even goed en liefst beter moeten zijn dan die op verplaatsing.

Maar daarin moet je elkaar steunen. Je moet misschien stoppen met je onvriendelijke kritiek en uitspraken over je huisgenoten. Je moet elkaar weer de kansen geven om sant te worden in eigen land.

In het evangelie van vandaag steekt nog veel meer. Het gaat over veel meer dan over een “sant”. Letterlijk staat er: “Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad.”

Eigenlijk lopen er ook nu nog altijd profeten rond op onze wereld, in onze eigen stad, in ons eigen leefmilieu. Het zijn mensen die geen vrede nemen met de situatie waarin we leven, die ons toeroepen: “Mensen, zo kan het niet blijven duren! Je bent niet jong, wel gek!”

20 jaar geleden was ik in Wenen. In de hoofdstraten van die prachtige stad liep een man rond met sandalen aan zijn voeten, een laken rond zijn bloot lijf en een laurierkrans op zijn hoofd. In zijn linkerhand hield hij een appel en in zijn rechter een belletje. En de hele dag zei hij daarbij niets anders dan “ting, ting”, terwijl hij eten uitstrooide voor de duiven. Zo iemand is zo extravagant dat je hem best niet navolgt. Maar iedereen die hem bezig zag, dacht toch even na en stelde zich de vraag of onze maatschappij, onze manier van leven, niet krankzinnig is. Wat we elke dag meemaken rondom ons, wat we elke dag lezen in de krant of zien op de T.V., doet ons soms denken dat we leven in een gekkenhuis: niet jong, wel gek!

Willem Vermandere zong reeds jaren geleden:

“’t s daarom da’k dikwijls zegge:

Op deze gekke wereldbol

heb je veel schone en edele dingen

maar ook veel onnozelen brol.”

Vakantie is tijd en aandacht maken om te doen wat die rare kwast in Wenen deed: “ting, ting” zeggen en de alarmbel luiden over onze manier van leven. En stuur daarbij de Heer Jezus, de grote Profeet, niet op vakantie, zoals de bewoners van Nazareth deden. Integendeel! Hij heeft je heel veel te zeggen en te bieden over jouw manier van leven. Want de hoek van waaruit je het leven bekijkt, kleurt je hele leven, je hele doen en laten. Vakantie is weer tijd maken om te leren kijken met Jezus’ oog, om je door Hem te laten inspireren bij het op punt stellen van je verstandsmeter.

Het zou wel eens kunnen dat je leven dan veel mooier en aangenamer wordt niet alleen voor jezelf maar ook voor de mensen met wie je samenleeft.

Het zou best kunnen dat de anderen dan van je zeggen: “Weer jong, niet meer gek!”

Gab. Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Homilie op de 15e zondag door het jaar B: Amasja en Amos (Amos 7, 12-15 en Mc. 6, 7-13 Tielt,15 juli 2012

In de eerste lezing hoorden we een boeiend verhaal over de profeet Amos. Een actueel verhaal!

Israël was toen verdeeld in een Noord- en een Zuidrijk. Dat Noorden had een eigen koning, Jerobeam, die zich ten koste van anderen verrijkte, zoals vele machthebbers vroeger en ook nu nog. Voor zichzelf bouwde hij mooie paleizen, maar de armen liet hij creperen in krotten. Het heiligdom in Bethel was een soort schaamlap voor zijn gewetenloos leven, een soort alibi: kijk eens hoe vroom en gelovig wij zijn! Maar intussen was het een en al oneerlijkheid en corruptie daar in het Noorden van het land.

En dan komt daar de profeet Amos, een, veehoeder en vijgenkweker, een echte boerenzoon uit het Zuiden, met veel gezond boerenverstand, maar vooral met een radde tong, een tong van lintjes, en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Iemand die zich door God geroepen voelt om ze daar in het Noorden tot de orde te roepen, tot Gods orde: om te zeggen dat het zo niet verder kon. Wie de mensen naakt voor de spiegel plaatst, “the man in the mirror” waarover de zanger zingt, wie op zere tenen trapt, wie dwarsligt zoals Amos deed, krijgt boel. Nu zeker! Vroeger ook!

Dan verschijnt Amasja, de priester van het heiligdom Bethel, een woordvoerder en kontlikker van de koning. Die zegt tot Amos: “Maak dat je wegkomt. We zullen je wegpromoveren. Dan kun je elders je brood verdienen met preken. En laat ons en ons heiligdom met rust.”

Mensen, ook priesters als Amasja, zijn van alle tijden. Hij is, wat wij in negatieve zin noemen, een “functionaris” geworden, een meeloper en jaknikker van de koning, van hen die het voor het zeggen hebben. De brave dienaar in dienst van de tempel en van eigen profeet, die nooit de machthebbers tegen de schenen schopt, die in zijn optreden de waarheid niet durft zeggen maar ze verdoezelt, de zogezegde diplomaat, de man van het compromis: ideale aanpak om carrière te maken, misschien ook nu nog, zelfs in de Kerk, tot in het Vaticaan.

Dat is de bekoring die ons allen besluipt, ook vandaag nog. De mensen naar de mond praten in plaats van ze onverbloemd het evangelie te verkondigen. Wee de predikant die nooit choqueert! We moeten, - zo hoorden we het in het evangelie, - de duivels bij name durven noemen een ze uitdrijven. Niet dat we, zoals in de Middeleeuwen, gespecialiseerde duivelsuitdrijvers moeten hebben, met b.v. hun adres, telefoon en faxnummer in de Gouden Gids en een website op internet. Maar we moeten durven reageren tegen een slechte geest in de gezinnen, in een school, op het werk: ontrouw, egoïsme, oneerlijkheid, pesterijen, kwaadsprekerij, oppervlakkigheid, enz…, waardoor het leven een hel wordt. Durven stelling nemen, zoals de profeet Amos, op gevaar af dat ze je buitengooien of links laten liggen. Wetend dat, als je zo handelt en spreekt, je dan meer dan één Amasja zult ontmoeten, die je zegt: “Vertel dat maar aan anderen, maar laat ons met rust.”

Mensen als de priester Amasja ontmoet je ook in wie tot je zegt: “Maak dat je wegkomt!” Iedere keer dat trouw zijn moeilijk wordt en dat twijfel je aangrijpt, iedere keer dat onbaatzuchtige inzet voor anderen op kritiek of verdachtmaking botst, duiken er wel Amasjas op die je zeggen: “Trap het af. Trek je de miserie van anderen niet aan. Stop toch met die inzet voor de parochie, de sociale beweging, de mensen met miserie of problemen, enz… Laat ze zelf hun potje koken.”

Zulke mensen doden zoveel geestdrift en blussen veel idealisme. Zo lopen er veel christenen rond met zere voeten en een moegestreden hart. Dat is jammer!

Jezus stuurt ons op weg met Amos als model. Een eenvoudige boer, niet geleerd , maar moedig en onkreukbaar. Jezus vraagt ons dat we de moed zouden hebben om de duivels, de boze geesten, bij name te noemen en ertegen te reageren.

Daarvoor moeten we niets anders meenemen dan een rugzak vol godsvertrouwen, een geloof als een stok om op te steunen en een goede reisgenoot die ons inspireert en bemoedigt vooral als we een Amasja ontmoeten.

En, wanneer je ergens komt, zo zegt Jezus vandaag in het evangelie, en je lijkt niet welkom, “schud dan het stof van je voeten”, wat in het Vlaams betekent: “Veeg er je voeten aan.” Achtervolg mensen niet met je geloofsovertuiging. Dring je nooit op. Zet niet je voet tussen de deur die ze voor je neus dichtslaan. Je moet enkel het geloof aanbieden en de keuze aan de mensen zelf laten. Elk godsdienstig fanatisme of zelotisme is uit den boze. Niets opdringen, wel aanbieden, is de leuze.

Je spiegelen aan Amos. Nadat hij zijn werk had gedaan, ging hij weer gewoon naar huis. Hij had gezegd wat hij moest zeggen, gedaan wat hij kon. Dat is voldoende.

Een beetje gelovige zorgeloosheid kan voor geloofsverkondigers geen kwaad. Op voorwaarde dat je zegt wat je te zeggen hebt, dat je doet wat gedaan moet worden.

Voor de rest mag je je voeten eraan vegen. Wat een troost! Althans voor mij!

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online