13e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Dertiende Zondag door het jaar - B 30 juni 2024

Evangelie: Marcus 5, 21-43

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

“Om Christus te begrijpen, de kracht die leven geeft; om Christus te aanvaarden - zij het vanuit de kant van de rijkdom of vanuit de kant van de armoede - en om van Christus de kracht te maken die ons verenigt in gerechtigheid en liefde, hebben we iets extra nodig. Welnu, op deze zondag krijgen we duidelijk te horen welke het antwoord is dat Christus van ons verwacht op Zijn aanbod om ons die kracht te geven: het geloof.”

Deze homilie draagt als titel: ‘Christus, leven en rijkdom van de mens’. Het bovenstaande citaat is bedoeld als inleiding op de enige plaats in zijn preek waar Mgr. Romero naar de evangelietekst van deze zondag verwijst. Daarbij maakt hij een samenvatting zowel van het getuigenis-verhaal van de genezing van de dochter van Jaïrus, als van de genezing van de vrouw die jarenlang aan bloedverlies leed. Hij geeft dan geen verdere commentaar of duiding meer bij deze evangelietekst, maar hij heeft het dan verder tot op het einde over de Kerkelijke Basisgemeenschappen. Daarover schreven we in de Wekelijkse reflectie nr. 15.

*“Christus zegt tegen Jaïrus: ‘Wees niet bang. Het is voldoende dat je geloof hebt.’ Dat geloof was de voorwaarde opdat Jezus (…) een woord zou kunnen zeggen dat de evangelist Marcus in het Aramees bewaard heeft: ‘Thalita koemi!’, wat betekent: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’. En dat geloof is nodig om Christus toe te laten dat zeer menselijke gebaar van genezing te kunnen stellen: Hij richt haar op, vertrouwt haar toe aan haar ouders en zegt dat ze haar te eten moeten geven. ‘Want zij werd hongerig wakker’. … En wat de genezing van die bloedvloeiende vrouw betreft: Christus voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan door het geloof dat Hem had aangeraakt. Die aanraking was heel anders dan deze van alle anderen die Hem alleen maar uit nieuwsgierigheid aanraakten. En dan wendt Hij zich ook tot die vrouw die, verlegen en gekweld, haar probleem aan Hem probeerde uit te leggen, en Hij zegt tegen haar: ‘*Wees niet bang, dochter, je geloof heeft je genezen. Ga in vrede en gezondheid’.”

Twee mensen gaan angstig en wanhopig op weg om Jezus te ontmoeten: een man, een leider van de plaatselijke synagoge - Jaïrus heet hij - en een naamloze vrouw die omwille van haar bloedverlies religieus onzuiver (en dus door iedereen te mijden) was. Beiden hebben heel wat gemeen: (1) Het leven glijdt weg uit het dochtertje van de man (en als gevolg daarvan misschien ook uit hemzelf) en ook de vrouw verliest haar leven door de jarenlange bloedingen. (2) Misschien is er bij beiden ook heel wat schuldgevoel: voelt Jaïrus zich als vader mislukt in de opdracht om zijn dochtertje ten volle tot leven te laten groeien? En wat de vrouw betreft: de hele Joodse samenleving zegt altijd maar opnieuw dat haar ziekte een straf is van God om wat ze misdaan heeft: ze is onrein. (3) Ze hebben allebei iets over die Jezus gehoord; zou Hij waarachtig Bron van Leven zijn, zoals men zegt? En het is dat ‘gerucht’ dat hen op weg heeft gezet. (4) Midden in de angst en de wanhoop verlangen en hopen ze beiden dat Jezus sterker zal zijn dan ziekte en dood. (5) Beiden gaan dan ineens ook door een nog zwaarder moment van crisis en vertwijfeling: aan Jaïrus wordt gezegd dat het al te laat is, dat zijn dochtertje reeds gestorven is; en de vrouw geraakt bezeten door de angst dat het niet zal lukken om helemaal tot bij Jezus te komen, maar misschien kan ze toch de zoom van Zijn kleed even aanraken..?

Herkennen we ons niet in al die ervaringen? Ook wij worden geconfronteerd met ziekte en dood, met mislukking, met kwaad dat we hebben aangedaan (aan onszelf en aan anderen) of dat ons werd aangedaan, met schuldgevoelens, met onze menselijke ‘armoede’ en zwakheid tegenover de grote verantwoordelijkheid die we dragen in onze familie, in onze gemeenschap en in ons volk. Het evangelieverhaal van vandaag nodigt ons uit om ons daarin te herkennen. Het verhaal gaat (zoals altijd) over onszelf. En misschien – hopelijk – hebben ook wij hier of daar iets gehoord over die Jezus. Wellicht durven ook wij op grond van die ‘geruchten’ vermoeden dat in Hem iets anders aan de gang is dan wat we als ‘normaal’ beschouwen en ervaren.

‘Ze zeggen dat er een helende kracht van Jezus uitgaat. Hoe? Dat weten ze ook niet, maar ze vermoeden dat het iets te maken heeft met de kracht van Gods liefde. De liefde van een God bij wie je je niet schuldig hoeft te voelen, de liefde van een God bij wie je je ook niet hoeft te schamen, voor je verleden niet, voor je begeerte niet en ook niet voor je wonden. Een God die je je dwaasheid niet aanrekent, die van je houdt en niets liever wil dan dat ook jij als een vrije mens langs ’s Heren wegen wandelt. Een God die niet vies van je is, een God die als een vader voor je is en ook voor jou de hemelen scheurt en zegt: ‘Jij bent mijn dochter, mijn beminde, ik hou van je, hou ook van jezelf – jij bent rein, hoor je dat, jij bent rein!’ – Nico ter Linden

De twee mensen krijgen ook dezelfde antwoorden van Jezus: ‘Wees niet bang. Je geloof heeft je (haar) genezen’. Jezus legt duidelijk het centrum van de genezing, van het heil, van het leven in het geloof van deze (angstige en wanhopige) mensen. Zonder geloof haalt de gezondheid het niet op de ziekte, wint het leven het niet op de dood. ‘Zonder goede aarde brengt de zaaier geen vruchten voort’, schrijft Nico ter Linden.

Wat is dat dan, ‘geloof’? Wat betekent het wanneer je zegt: ‘Ik geloof’? Een eerste antwoord vinden we in de inleidende geruststelling van Jezus: ‘Wees niet bang’. Jezus weet waarover Hij spreekt. Hij heeft het zelf ook ervaren. Waar angst ons verlamt, geraken we niet verder. De omstandigheden van ons eigen leven, van het leven rondom ons en in de wereld kunnen zo ‘heftig’ zijn, zo overweldigend terneerdrukkend, dat ze ons angstig maken. Soms verkondigen mensen eerder angst dan hoop. Het eerste woord van Jezus is: ‘Wees niet bang’, ‘Vrees niet’… Prik jezelf niet vast op wat pijn doet, op mislukking, op fouten, op onmacht,… Het tegengif voor de angst wordt dan het geloof: we mogen ten volle vertrouwen dat het goed zal komen met de wereld en met onszelf, dat er toekomst zal zijn, dat we het Leven zullen ingaan, dat er gerechtigheid zal heersen, dat ware vrede mogelijk is. Op die weg van het vertrouwen (misschien is dat zondermeer een andere naam voor: geloven) staan we niet alleen. Hij gaat met ons mee en dat geeft sterkte en levenskracht.

Op die manier wordt dit dubbelverhaal uit het evangelie van deze zondag voor elk van ons ook een oproep om met anderen mee te gaan, mee te stappen in hun strijd tegen de angst en hen te versterken in hun verlangen naar vertrouwen/geloof. We kunnen niet overal gaan staan en niet van iedereen de mede-stander zijn, ook al zijn er heel veel (veel te veel) kwetsbare en gekwetste mensen. Maar we kunnen wel op beperkte plaatsen, bij een aantal mensen, luisterend en bemoedigend aanwezig zijn, troostend en sterkend. We kunnen steun betekenen voor hen, en hen laten ervaren dat ze er niet alleen voor staan, en beloven dat ook wij hen trouw zullen zijn. Dan worden we instrumenten in Zijn Handen, tekens van Zijn Heilbrengende aanwezigheid.

Zo mogen we dan hopen en vertrouwen dat ook wijzelf, wanneer het nodig zal zijn, mensen zullen mogen ontmoeten die op die manier met ons zullen meegaan, ook doorheen moeilijke momenten en crisis heen, door het lijden en op de weg naar ons levenseinde. In hen zal die TROUWE God ons nabij zijn, ook door de dood heen. Vertrouwvol zullen we dan kunnen sterven.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

In welke mate herkennen we ons in de punten die de twee personages van het verhaal (Jaïrus, de bloedvloeiende vrouw) gemeenschappelijk hebben? Hoe situeren wij ons in die verhalen, waar staan we zelf, op wie gelijken we het meest?

Hoe, waar en wanneer hebben wij al ervaren dat angst ons kan overvallen, ons kan verlammen, ons soms wanhopig maakt? Hoe zijn we van die angst verlost geraakt? Wat leren we daaruit voor de toekomst?

Wat betekent het voor jou: ‘Je geloof heeft je gered’, ‘Je geloof is je redding’ (woorden die Jezus ons vandaag toezegt)?

Met wie zijn we op zulke manier samen op weg, dat onze aanwezigheid voor hen een uitnodiging is om de angst los te laten en er op te vertrouwen dat het goed zal komen? Wat betekent die ervaring van met mensen mee te gaan en hen te ondersteunen voor onszelf en voor ons eigen geloof?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 15. Dertiende zondag door het jaar-B – 30 juni 2024.

Moge het zo zijn dat we elke dag meer gemeenschap kunnen beleven in onze Kerk!

“In de Kerkelijke Basisgemeenschappen (KBG) zijn er kostbare schatten te vinden. Om het met de woorden van Puebla te zeggen: ‘Het engagement met en voor de armen en onderdrukten, en de opkomst van de KBG hebben de Kerk in Latijns-Amerika geholpen om het evangelisatiepotentieel van de armen te ontdekken. Dat komt door het feit dat de armen de Kerk voortdurend uitdagen en haar oproepen tot bekering, en omdat velen van hen in hun dagelijks leven de evangelische waarden beleven van solidariteit, dienstbaarheid, eenvoud en beschikbaarheid om de gave van God te verwelkomen.’ … De KBG zijn bezinningsgroepen waar de mensen de evangelische deugd van armoede aanleren, een deugd die onmisbaar is voor rijken en armen. … Bedenk dat de effectieve school om de waarden van onze armen, van onze kleine boeren te ontdekken - de schat die in zoveel harten verborgen is -, te vinden is in de KBG. … Moge het zo zijn dat we elke dag meer gemeenschapszin in onze gemeenschap kunnen beleven!”

Hoewel de officiële Kerk al tientallen jaren de vorming en de bevordering van Kerkelijke Basisgemeenschappen (KBG) in de zin zoals de Bisschoppenconferenties van Medellín en Puebla die duidelijk gesteld hadden heeft verlaten, moedigt Monseigneur Romero ons in bovenstaand citaat aan en begeleidt hij ons om een ​​kerkmodel te (blijven) vormen, trouw aan het Evangelie, een model dat opgebouwd is naar het voorbeeld van de KBG. De Aartsbisschop had immers gezien en ervaren dat de leden van de KBG “ … in hun dagelijks leven de evangelische waarden beleven van solidariteit, dienstbaarheid, eenvoud en beschikbaarheid om de gave van God te verwelkomen, en dat zij om deze reden alle autoriteit hebben om de Kerk op te roepen tot bekering.”

De bisschoppelijke wapenspreuk van Mgr. Romero was: ‘Meevoelen met de Kerk’, en de Kerk waarvan hij droomde was een Kerk, een gemeenschap van Kerkelijke Basisgemeenschappen. In de KBG communiceren de leden hoop en verspreiden ze vreugde. De Aartsbisschop is er van overtuigd dat de KBG “… de effectieve school zijn om de waarden van het Evangelie te ontdekken en om het volgen van Jezus aan te leren”. Om deze reden zijn we vandaag de dag nog steeds getuige van de ervaringen van een aantal gelovigen (vooral armen) die, in de ervaring van KBG, er in slagen zich te ontdoen van alles wat niet beantwoordt aan het Evangelie, en die dagelijks leren te leven op de manier van Jezus. Bij de KBG ontdekken ze de vreugde van het Evangelie door “… de evangelische waarden te beleven van solidariteit, dienstbaarheid, eenvoud en beschikbaarheid om de gave van God te verwelkomen”.

Er is ook op vandaag geen gebrek aan kritiek op die manier van Kerk-vormen en -beleven, vanwege vertegenwoordigers van parochie- of diocesane structuren, die de KBG-ervaring eerder zien als een bedreiging voor hun orde en hun rust. Zij willen niet bevraagd worden, noch willen ze luisteren naar de oproep tot bekering die voortkomt uit de praktijk van de KBG die wandelen op het pad van het Evangelie. Het mag ons echter niet ontmoedigen op onze weg in die evangelische school en praktijk. Het criterium voor onderscheiding zal altijd het Evangelie zijn, ook gelezen in het licht van de boodschap van Mgr. Romero. Het christendom is geen statisch en onveranderlijk geheel van doctrines en rituelen (vaak eeuwen geleden geboren en ontstaan in culturele contexten die erg vreemd zijn aan de onze), maar het is een manier van leven dag na dag, in navolging van de manier van leven van Jezus van Nazareth.

Als het zo is dat de religieuze en politieke machten zich tegen Jezus en Zijn praktijk van het Koninkrijk van God hebben verzet – en er Hem zelfs voor vermoordden – hoeft het ons niet te verbazen dat de kerkelijke ervaring van de KBG bekritiseerd wordt. Natuurlijk gaat het er niet om dat we onze eigen waarheidscriteria gaan invoeren voor wat betreft de kerkelijke leer en de evangelische levenspraktijk, maar dat we ons altijd in alles laten aanspreken en leiden door de Geest van Jezus. De KBG wortelen in de kerkelijke gemeenschapservaring die gevormd wordt vanuit het leven van arme, lijdende, uitgesloten mensen, omdat dat de keuze van Jezus geweest is en omdat dat het ultieme criterium is om ons eigen leven te beoordelen: ik had honger en dorst, ik was naakt, ziek of in de gevangenis,… En wat deden jullie? Dàt is de reden waarom de concrete vitale behoeften van onze omgeving tot de oproep van Jezus worden om ons geloof te beleven, om een ​​broederlijke en ondersteunende gemeenschap bijeen te roepen, om samen naar het Woord van God te luisteren en om dat praktische geloof te vieren. De Geest zelf zal steeds weer sterke impulsen geven, nieuwe suggesties aanreiken om het Evangelie in de dagelijkse praktijk te beleven, en nieuwe manieren voorstellen om die ervaring en die evangelische weg ook liturgisch te vieren.

Met het leven van de KBG bevinden we ons in het hart van de Latijns-Amerikaanse katholieke Kerk. Onze bisschoppen hebben het duidelijk verklaard in Medellín (1968) en Puebla (1979). De huidige uitsluiting die we van officiële kant ervaren, hoeft bij ons geen anti-institutionele gevoelens op te roepen, maar moet ons eerder motiveren om in onze daden te laten zien hoe het evangelische leven van volgelingen van Jezus er uit ziet. Vaak kunnen de pastorale brieven, zowel van Monseigneur Romero als van enkele bisschoppen van vandaag, ons inspireren en motiveren om het Evangelie verder op een meer consistente en radicale manier te beleven. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een aantal andere reflecties op basis van citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero, uitgesproken op de Dertiende zondag door het jaar-B, 1 juli 1979, met telkens een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

213 Los ricos:

https://www.facebook.com/MonsOscarARomero/videos/349578180712133

212 Iglesia de los pobres:

211 Opción preferencial por los pobres:

210 El dios Moloc:

209 El imperio del infierno:

https://www.facebook.com/watch?v=357221633218609

Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 27 juni 2021, en werd nu herzien voor de Dertiende zondag door het jaar-B, 30 juni 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Dertiende zondag door het jaar-B, 1 juli 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 72.

Zoeken in Preken Online