De vlag hangt uit! En bovenaan de vlaggestok hangt een rugzak. Waarom is dat? Precies! Geslaagd! Aan het eind van de middelbare school moeten grote jongens en meisjes examen doen. Dat is spannend! Je kunt slagen, dan gaat de vlag uit. Maar je kunt ook zakken. Dan is zo’n grote jongen of zo’n groot meisje niet blij. En hun vader en moeder zijn ook niet blij.
Aan het eind van het schooljaar, aan het begin van de zomer krijgen trouwens alle leerlingen van de middelbare én van de lagere school hun rapport. Kun je goed leren? Heb je goed je best gedaan? Heb je goede cijfers? Ga je over?
“Laten we oversteken” zei Jezus tegen zijn leerlingen. Ze waren bij het meer van Galilea. Jezus wilde naar de andere kant van het meer. Jezus wilde ook “over”. Hij wilde “naar “de overkant”. Waarom wilde Hij dat? Wat was er aan de andere kant van het meer? Daar was ander land. Daar waren andere bomen, andere bergen en andere bloemen. Daar waren andere mensen. Het lijkt eigenlijk op wat er gebeurt als je overgaat of als je slaagt voor je examen. Dan kom je in een andere klas of dan ga je naar een andere school, bijvoorbeeld naar de universiteit. In een nieuwe klas of op een andere school, bijvoorbeeld de hogere school lijkt alles heel erg op hoe het was in je oude klas of op je oude school. Ook daar zijn boeken en schriften en schoolborden. Ook daar zijn kinderen en juffen en meesters. Maar tegelijk is het anders. Andere boeken. Andere juffen en meesters, leraren en leraressen. Andere kinderen, leerlingen. In je oude klas, op je oude school voelde je jezelf hopelijk thuis. Maar hoe zal het zijn in de volgende klas of op je nieuwe school? Dat is afwachten! En dat is spannend!
- Bijna net zo spannend als het was voor Jezus’ leerlingen die in de boot het meer wilden oversteken. Het begon te stormen! Jezus’ leerlingen werden bang. Straks zinkt de boot! dachten ze. Het stormde. Maar niet alleen buiten, op het meer. Het stormde ook van binnen. Het stormde ook in het hoofd en in het hart van Jezus’ leerlingen. Ze waren héél ongerust! We halen het niet! We redden het niet. Het gaat mis!
Het gaat mis op het meer! Het gaat mis op school! Het gaat mis in het land! Het gaat mis in de wereld! Het gaat mis met de economie! Het gaat mis met mijn werk! Het gaat mis met de kerk! Het gaat mis bij ons thuis! Het gaat mis met ons gezin! Het gaat mis met een kind! Het gaat mis met papa! Het gaat mis met mama! Het gaat mis met papa en mama … ! O lieve kinderen en grote mensen: Er zijn zoveel dingen waar jullie en U en ik bang voor kunnen zijn en waar we ons zorgen over kunnen maken - ook al zijn we leerlingen van Jezus …
Daaraan kun je ook zien dat we leerlingen zijn! We zijn er nog niet! We zijn nog niet over. We zijn nog niet geslaagd. We zijn nog niet waar de meester is. We zijn nog niet waar Jezus is.
Ja, waar ís Jezus eigenlijk? Wie weet het? Wie goed geluisterd heeft, die weet het: Jezus ligt te slapen. Jezus is ook in de boot, maar Hij ligt op het achterdek op een kussen te slapen hebben we gehoord. Is dat nou niet mooi! Jezus ligt diep te slapen. Zoals een hond in zijn mand ligt Jezus te slapen. Je ziet hoe zijn buik op en neer gaat. Jezus merkt helemaal niets van de storm. Jezus heeft er helemaal geen last van. Is dat niet vreemd? Dat er zoveel aan de hand is, dat er zoveel mis is, dat ’t zo tekéér gaat, dat de ménsen zo tekeer gaan, dat er zoveel ónrust is … en Jezus ligt gewoon te slapen!
O lieve kinderen en grote mensen, ik vind dat zo mooi, dat slapen van Jezus. En het is ook iets om te lachen en om blij van te worden dat Jezus slaapt. En het is heel erg leerzaam voor ons, voor Jezus’ leerlingen. Jezus leert ons een hele belangrijke en wijze les door te slapen. Jezus is helemáal niet in paniek. Hij slaapt. Hij doet helemaal niets. Hij rust. Hij is in diepe rust. Hij rust in God. En zo léért Hij ons dat ook wij helemaal niet ongerust en bang hoeven te zijn. Nérgens hoeven wij bang voor te zijn. En voor niemand hoeven wij bang te zijn.
Jezus slaapt. En veel leerlingen van Jezus, mensen die gedoopt zijn en die toch bij Jezus horen; veel leerlingen van Jezus láten Jezus ook slapen, zelfs als ze bang en in nood en in paniek zijn. Veel leerlingen van Jezus laten zelfs dán Jezus slapen. Waarom doen ze dat? Waarom maken ze Hem niet wakker? Ach lieve kleine en grote mensen: Jezus slaapt zó diep dat je Hem gemakkelijk vergeet. Veel mensen vergeten gewoon dat Hij aan boord is! Ze hebben het zo druk met bang zijn en paniekerig doen dat ze niet aan Hem denken. Jammer! Dachten ze maar aan Hem! Daarom is het ook zo goed om naar de kerk te komen. Want hier denken we wél aan Jezus. En hier maken we Hem samen wakker: “Hé, Jezus, wakker worden, sta op!” Dat is wat we bidden noemen: Jezus wakker maken en tegen Hem praten. Thuis, in je slaapkamer kan het ook, maar in de kerk hebben we steun aan elkaar. Hier kunnen we het samen doen. En het mooie is dat als je dat doet, als je écht bidt, dan merk je dat Jezus er echt ís, dat Hij wakker is en dat Hij je helpt. “Zwijg, stil!” zegt Hij tegen water en de wind en tegen alles waar jij je zorgen om maakt en bang voor bent. “Zwijg, stil!” zegt Jezus “en de wind ging liggen en het werd volmaakt stil” hoorden we Hem zeggen in het evangelie. En zo is het ook als je bidt, als je góed bidt: dan wordt het ook in jouw bange hart helemaal stil en dan gaat alle angst weg …
Lieve kinderen en grote mensen: dat is echt een feest dus. Wij hoeven voor niets en niemand bang te zijn want Jezus is altijd en overal bij ons. Dus zouden wij eigenlijk altijd wel de vlag kunnen uithangen, ook al zijn we níet geslaagd. Amen.