11e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Homilie op de 11e zondag door het jaar B: “Zaai het goede en wacht geduldig en vol vertrouwen!” (Mc. 4, 26-34)

Tielt, 17 juni 2012

In 2006 heeft Kardinaal Danneels in Tielt een voordracht gehouden voor de leerkrachten van de middelbare scholen.

Hij vertelde dat, toen hij klein was, zijn grootvader bonen plantte en dat hij fier was hem daarbij te mogen helpen. Hij kreeg ook wat bonen om te planten, een stokje en een stukje grond toegewezen. Hij maakte, net als zijn grootvader, de grond goed klaar, plantte zijn boontjes en zijn stokje en begoot alles overvloedig met water. De volgende morgen stond de jonge Godfried vroeg op om te zien of zijn bonen al ontkiemden. Hij peuterde in de grond en prutste er aan. Dat deed hij de volgende dagen telkens opnieuw. Dat deed zijn grootvader niet. Hij wachtte rustig af. En de kardinaal besloot: “Mijn bonen zijn nooit uitgekomen, die van mijn grootvader wel.”

Het is een goede illustratie van de evangelielezing, die we zopas beluisterd hebben.

Je moet beginnen met de grond om te ploegen en hem klaar maken opdat wat je zaait of plant alle kansen zou krijgen om te kiemen en op te groeien. Je moet goed zaad of plantgoed gebruiken en dat kun je kopen. Je kunt de grond extra bemesten en zo nodig beregenen. Dat alles doet elke verstandige boer. Maar elke boer met ervaring weet ook dat je de groei niet in handen hebt. Het gras groeit niet door eraan te trekken Je moet leren afwachten en hopen.

Geduldig wachten dat kunnen we zo moeilijk in onze gejaagde tijd.

Dat gebrek aan geduld en behoefte aan een snel resultaat is een ramp voor vele relaties en in de opvoeding van kinderen, verpest ook het humeur van vele gelovigen en pastorale werkers.

Vele gehuwden missen het geduld om naar elkaar toe te groeien. Ze vergeten de raad die de vos gaf aan het prinsje in dat diepzinnige sprookje “Le Petit Prince” van Saint-Exupéry. De vos zei: “Eerste voorwaarde om vriend te worden is het geduld: eerst moet je wat ver gaan zitten en dan mag je elke dag wat dichter bij elkaar gaan zitten.” Vele verliefde koppels doen het juist andersom: vanaf het prille begin in hun relatie zitten ze heel dicht, maar na korte tijd heel ver uiteen. Ze vergeten dat de mooiste bomen het traagst groeien.

Dat geduld missen ook veel ouders en opvoeders. Ze willen dat hun kinderen allemaal schitterende uitslagen halen op school; geen enkel kind mag nog een schoolresultaat hebben in de 2e helft van de klas. Als ze ballet volgen, moeten ze op korte tijd zo goed dansen als een ballerina in de grote opera van Parijs en wie tennisles volgt moet een Justine Henin of Kim Clijsters worden. Ouders kunnen zo moeilijk aanvaarden dat hun kinderen ook minder aangename karaktertrekjes en hun beperktheden hebben, enz… Natuurlijk moet je als vader en moeder het goede zaad zaaien bij je kinderen, hun alle kansen bieden en hun de waarden en normen meegeven en voorleven opdat ze gelukkig zouden worden. Maar vergeet niet dat de eerste kwaliteit van elke opvoeder het geduld is. Pruts er niet te veel aan, want dan maak je mee wat de jonge Godfried Danneels moest ervaren: de bonen die hij geplant had, groeiden niet omdat hij er te veel aan geprutst had. De tijd doet soms wonderen en angst voor morgen komt meestal één dag te vroeg en je lijdt het meest van wat je vreest.

Misschien missen veel pastorale werkers in de Kerk het geduld van de landman in het evangelie. Ze vergeten dat je enkel het geloof kunt zaaien en dat je geduldig en vol vertrouwen moet wachten op het resultaat, dat soms heel onverwacht komt. Het valt me op dat mensen soms na vele jaren zeggen: “Ooit heb je me dat gezegd of heb ik uit je sermoen dat onthouden.” En dan voegen ze eraan toe: “ Dat heeft me al veel geholpen.” Soms weet je zelf niet meer dat je dat hebt gezegd. Misschien heb je ook van je eigen moeder of vader spreuken onthouden die getuigden van diep geloof of levenswijsheid, die je leven sterk hebben getekend.

De Franse bisschoppen hebben jaren geleden een document gepubliceerd: “Proposer la foi”. Wij moeten het geloof aanbieden. Dat aanbod moet degelijk en goed verzorgd zijn. Maar je kunt niemand verplichten op dat aanbod in te gaan. Gedwongen geloof heeft altijd een averechts effect.

Van paus Johannes XXIII wordt verteld dat hij na een moeilijke en vruchteloze dag ’s avonds wel eens bad: “Lieve Heer, ik ga slapen. Let U zelf even op de winkel van het geloof? Het is tenslotte uw Kerk.” En dan sliep hij rustig, want hij wist als boerenzoon maar al te goed: we kunnen alleen maar zaaien; de groei en het tempo hebben we niet in de hand.

Konden we ons daarmee maar verzoenen. Dan zouden we zoveel rustiger zijn!

Gab. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online