Een heel enkele keer kom je gehuwden tegen
die bewust ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen.
De reden is soms dat er in hun familie een bepaalde erfelijke aanleg is
tot ernstige lichamelijke of geestelijke afwijkingen.
En, zeggen ze dan, dat willen we onze kinderen niet aandoen.
Dat kan een hele zware beslissing zijn maar soms wel een juiste.
Heel soms wordt ook als reden opgegeven:
de wereld is zo slecht en de toekomst ziet er zo somber uit,
dat we het niet verantwoord vinden om een kind in deze wereld neer te zetten.
We willen niet dat ons kind een ongelukkige toekomst tegemoet gaat.
Als gehuwden zo denken, is dat verschrikkelijk verdrietig,
als je levensvisie zo somber is, dan heb je zelf ook geen leven.
Natuurlijk, het is heel normaal dat ouders en aanstaande ouders
zich wel eens zorgen maken omtrent de toekomst van hun kinderen,
zeker als zij leven in gebieden waar het leven zwaar is,
waar het bemoeilijkt wordt door slechte levensomstandigheden,
waar armoede of oorlog en geweld het dagelijks brood is.
Natuurlijk, het is normaal dat we onszelf wel eens afvragen
waar het toch naartoe moet in onze maatschappij,
want we zien dat het leven, menselijk leven, menswaardig leven,
nogal eens in de knel komt.
En dan kun je kijken naar de verharding en verruwing in de samenleving ,
dan kun je bijvoorbeeld ook kijken naar de moderne wetenschappen
die veel voordelen brengen maar die ook nadelen kennen.
De mens lijkt wel gedegradeerd te worden tot een soort robot,
die precies volgens bepaalde programma’s functioneren moet.
Natuurlijk zitten we vol onzekerheid omtrent de toekomst,
niemand weet wat de dag van morgen ons brengt.
Maar ondanks deze zorgelijke aspecten is het verschrikkelijk verdrietig
als mensen alleen maar negatief denken over de toekomst.
Want wie geen toekomst ziet, is verlamd, die doet niets meer,
die zegt: het kan toch niet, dus waarom zou ik iets proberen.
Maar wie zijn ogen open houdt, ziet ook veel goede ontwikkelingen,
ontwikkelingen die hoopgevend zijn voor de toekomst.
Zolang er leven is, is er hoop en hoop doet leven, is het gezegde,
en zeker bij elk nieuw leven, bij elk kind dat ter wereld komt,
mogen we hopen dat het een goede toekomst tegemoet gaat,
dat het aan een goede toekomst kan werken.
En gelukkig zit die hoop diep geworteld in elke mens, bijna elke mens.
In het evangelie hoorden we over de ontmoeting van twee vrouwen,
die beide in blijde verwachting waren.
Ze kenden veel onzekerheid, het waren toen ook moeilijke tijden,
en toch overheerst ook bij hen de hoop.
Het kind van Maria is bij uitstek hoop voor de toekomst,
hij wees de weg naar een menswaardige toekomst.
De boodschap die hij later in zijn leven uitdraagt
wordt al heel treffend verwoord in het magnificat, het dankgebed van Maria.
En als wij onze hoop op toekomst willen invullen
doen we er goed aan daar stil bij te staan.
Er is geen toekomst voor de machtigen, de heersers, wordt daarin gezegd,
want die vallen vroeg of laat van hun tronen,
hun zelfoverschatting is hol en leeg.
Er is geen toekomst voor de rijken, die leven in luxe,
want vroeg of laat blijken ze toch met lege handen te staan.
Hun leven mist juist datgene wat leven echt menselijk maakt.
De kleinen en de zwakken, de armen en de hongerigen,
die hebben, hoe vreemd het ook in de oren klinkt, wel toekomst.
Er is toekomst voor wie zich klein en kwetsbaar durft op te stellen,
wie zich dienstbaar wil maken aan de medemens.
zoals Maria zich dienstbaar maakte aan Elisabeth.
Zolang er mensen zijn die dat opbrengen,
en gelukkig zijn er heel velen, zolang is er toekomst.
4e zondag van de advent (1999)
B-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars