Gods huis (2005)

B-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Als twee mensen elkaar gevonden hebben om samen een levensgemeenschap te vormen dan beginnen ze al heel gauw plannen te maken voor een koop- of huurhuis. Vervolgens wordt een veel tijd en energie besteed aan de inrichting van dat huis, aan de verhuiskaartjes en dat soort zaken. Ze zoeken naar een gunstige verzekering. Het is een manier om het gezamenlijke geluk en de zorg voor elkaar een veilig thuis te geven.

Dan kan het gebeuren dat op het laatste moment de hypotheek niet rond te krijgen is of dat iemand het woonpand voor hun neus wegkaapt, dat er van alles misgaat waardoor ze gedwongen worden weer helemaal opnieuw te beginnen. Heel beroerd, maar dat betekent nog lang niet dat hun inzet voor een goede toekomst uiteenspat. Soms zeggen ze dan letterlijk: “We hebben immers elkaar nog en ons enthousiasme om er het beste van te maken”.

Hoe vaak gebeurt het niet dat we plannen voor een groot feest moeten wijzigen. Aanvankelijk stellen we ons voor de hele familie bij elkaar te hebben. Het huis is al opgetuigd met lichtjes, met groen en bloemen. De koelkast ligt al vol met heerlijkheden. Maar op de bewust dag is het spiegelglad en levensgevaarlijk om ver met de auto te reizen. De familiereünie moet worden verschoven of moet veranderen in een bescheiden gezellig samenzijn. Heel beroerd, maar het verlangen naar en de plannen voor een vriendschappelijk samenzijn kunnen er soms zelfs sterker door worden. In al die opsmuk die toeters en bellen, daar zit het niet in.

Al eeuwen lang spannen nog al wat christenen zich in om voor God en elkaar een soort ontmoetingsplaats te bouwen en die plaats behoorlijk op te tuigen. Het zit in ons om aan gemeenschappelijke idealen, enige overeenstemming in geloof en het verlangen om van onze wereld het beste te maken, om daar een soort fysiek onderdak aan te geven. En als het dan allemaal overeind staat ontdekken we dat je mensen wel in een gebouw kunt onderbrengen, maar God in elk geval niet en zijn idealen met ons mensen en onze wereld ook niet.

Van koning David lazen we dat hij nochtans van zins was om voor Jahweh,God, een huis te bouwen, een idee dat voor en na hem door velen is overgenomen. Maar via de profeet Nathan laat de Heer weten dat dit niet nodig is, in tegendeel: Het is de heer God die een huis zal bouwen voor zijn mensen. Hoe dat er uit ziet wordt in de geschiedenis stilaan duidelijk. Jezus van Nazareth vond een tempel ook al niet belangrijk. Hij wilde die bestaande tempel best laten neer halen en er in drie dagen een nieuwe voor neerzetten. Jawel, een nieuwe, maar dan niet van steen. Hij wilde God een onderkomen geven in het hart van mensen, in hun inzet voor elkaar. Zoals we vaker horen: “Laat alles in elkaar zakken . Geeft niet, zolang we elkaar nog hebben, ons hart op de goede plaats, onze idealen en inzet om er het beste van te maken”.

Door de geschiedenis heen heeft God steeds daar zijn onderkomen gezocht: in het hart van goede mensen, die wilde meewerken aan de wereld zoals door Hem bedoeld. Een van degenen op wie Hij een bijzonder beroep deed was Maria, de moeder van Jezus en natuurlijk op Jezus zelf.

Voor goedheid, vredelievendheid, vriendschap en bekommernis om elkaar, vertrouwen in de toekomst en zo meer, zal het ook dit jaar niet aan symboliek ontbreken: feestverlichting, champagne, kerstgroen en noem maar op, te over. Maar alweer kan dit alles geen onderkomen geven en is het dus eigenlijk ook niet nodig voor het eigenlijke onderkomen aan ons goede hart. Als dat ruim is naar velen zonder onderscheid, dan is daar meteen ook plaats voor God zelf. Amen

Zoeken in Preken Online