Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper,
dat was jaren geleden een reclamespreuk.
In een spiegel kijk je naar jezelf, of je haar goed zit,
of je stropdas recht zit, of je al rimpeltjes krijgt of grijze haren.
Kortom: een spiegel vertelt je hoe je eruit ziet.
En de spiegel van de kapper houdt je voor
hoe je er in zijn of haar ogen uit zou moeten zien wat je kapsel betreft.
Het is goed om regelmatig in een spiegel te kijken,
wie er nooit in kijkt verwaarloost zichzelf waarschijnlijk.
Je ziet wel eens mensen met een heel onverzorgd uiterlijk,
met een baard van een week of nog langer, met een wilde haarbos.
Dan kun je denken: man, kijk toch eens wat vaker in een spiegel.
Maar in een spiegel zien we alleen ons uiterlijk,
en hoe belangrijk dat ook voor de meesten van ons is,
ons innerlijk is natuurlijk veel belangrijker.
En de vraag is: hoe vaak kijken we naar ons innerlijk, hoe dat eruit ziet?
Hoe vaak zoeken we de stilte om in alle rust naar binnen te kijken?
En even belangrijk is een tweede vraag:
hoe zouden we er graag uit willen zien, van binnen?
Hebben we daar wel een beetje een beeld van?
Bij de kapper hangen meestal allerlei foto’s van voorbeeldkapsels,
platen met de mooiste modellen.
Die modellen, die voorbeelden, zijn er ook wel voor ons innerlijk leven,
voor de manier waarop wij in het leven zouden moeten staan,
maar, kijken we daar wel genoeg naar?
In deze zondagen van de advent gaat het vaak over Johannes de Doper,
de wegbereider, de voorloper, de roepende in de woestijn genoemd.
Je zou hem een man met een spiegel kunnen noemen.
Hij houdt zijn tijdgenoten een soort spiegel voor,
niet voor hun uiterlijk maar voor hun innerlijk.
Hij nodigt zijn toehoorders, en dus ook ons, uit
om naar zichzelf te kijken in het licht van Gods bedoelingen.
En meestal ziet men dan dat er best wat te verbeteren valt.
Johannes preekte niet voor niets een doopsel van bekering.
Op die manier bracht hij licht in het leven van mensen.
Hij was zelf niet het licht, zo staat er in het evangelie van vandaag,
hij kwam getuigen van het licht.
Hij gaf ook aan dat hij niet het belangrijkste was,
maar degene die na hem kwam en dat is Jezus,
dat kind van Betlehem wiens geboorte we gaan vieren,
die profeet van Nazaret die ons op heel veel punten
een heel duidelijke spiegel heeft voorgehouden
van hoe we er van binnen uit moeten zien.
En elke keer als we hier samen komen
om naar zijn boodschap te luisteren,
om onze verbondenheid met hem te vieren,
is het de bedoeling dat we even in zijn spiegel kijken,
om te kijken hoe wij er uitzien, van binnen?
Of we in ons leven een beetje op Hem lijken.
We geloven immers dat hij een goed model is, een goed voorbeeld.
Hij is zoals God wil dat we er allemaal van binnen uit zien.
We gaan binnenkort weer kerstmis vieren,
dat feest van licht en vrede voor iedereen.
En in deze voorbereidingstijd op dit feest is het goed dat we ons afvragen:
ben ik wel licht voor anderen, breng ik wel vrede in mijn omgeving,
en dat in de gewone kleine dingen van het leven.
De tijd van de kerstkaarten is weer aangebroken,
we wensen elkaar alle goeds,
maar zo’n wens uitspreken is gemakkelijk genoeg.
Het gaat er toch vooral om wat we uitstralen naar anderen toe,
en we kunnen alleen iets goeds uitstralen als het van binnen aanwezig is.
In die zin moeten we allemaal een spiegel zijn,
niet om naar onszelf te kijken of anderen naar zichzelf te laten kijken,
maar een spiegel om het licht en de vrede waar het kerstkind voor staat,
zo helder mogelijk te weerspiegelen naar anderen toe,
niet alleen in mooie woorden en schone wensen,
maar juist in de dingen die we doen met elkaar en voor elkaar.
Dan zijn wij, ieder van ons op zijn eigen manier,
ook wegbereiders voor het kind van Betlehem,
voor zijn boodschap van licht en vrede.
Dan kan het echt Kerstmis worden.
3e zondag van de advent (2008)
B-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze