Midden onder u staat Hij, die gij niet kent

B-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Het is een bekend verschijnsel dat wij niet alles horen. Dat is een stuk zelfbescherming. Bepaalde geluiden zeven wij weg. Het tikken van de klok in onze kamer horen we meestal niet. Mensen die aan een drukke straat wonen, horen na verloop van tijd het verkeer veel minder dan mensen die er pas wonen. Als de radio aanstaat en er gaat telefoon, dan kun je het telefoongesprek voeren terwijl iemand over de radio aan het praten is: je hoort de radio dan niet meer. Het is ook bekend dat je erg goed hoort waar je nauw bij betrokken bent. Als een schipper naar de waterhoogten luistert, hóórt hij ze; als je in de auto van Breda naar Rotterdam moet, hoor je de verkeersinformatie duidelijk zeggen of er een file van drie of acht kilometer staat bij de van Brienenoordbrug. Als een dokter je zegt wat je mankeert, leg je zijn woorden op een goudschaaltje. Kortom: je hoort wat je horen wilt, en je hoort niet wat je niet horen wilt. Tegen deze achtergrond kunnen we de zin leggen van Johannes de Doper: ‘Midden onder u staat Hi,j die gij niet kent’. Wie Hem zien wil, ziet Hem. Wie Hem niet zien wil, ziet Hem niet. En een stapje verder: wie Hem op een bepaalde manier wil zien, ziet Hem ook zo; wie Hem op een andere manier wil zien, ziet Hem op die andere manier. Dat is niet erg, behalve als wij niet bereid zijn het beeld dat we van Jezus hebben, te corrigeren.

Welk beeld hebben wij van Hem? Dat zal bij ieder van ons anders zijn. Als je een keer in het verkeer de berm wordt ingeduwd door een auto die op zijn achterruit heeft staan: Jezus redt u, dan heeft die chauffeur kennelijk een ander beeld van Jezus dan wij. Velen hebben het beeld van Jezus als iemand die wonderen deed, gebedsgenezingen, bovennatuurlijke therapieën. Anderen zien Jezus als iemand die je alle eigenliefde verbiedt. Er zijn mensen die door het beeld van Jezus dat zij hebben gebukt gaan onder schuldgevoelens, die zichzelf slecht vinden en egoïstisch. Een paar jaar geleden durfden die mensen niet te communie te gaan want ze waren steeds maar bezig zich uit de schuld te werken, wat niet lukte. Tot deze mensen zegt Johannes: midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Het beeld van hem dat de eerste lezing schetst, is dat van iemand die aan armen een blijde boodschap brengt. Iemand die allen geneest die een gebroken hart hebben. Iemand die vrijheid geeft aan wie opgesloten zijn. Hij is iemand die geen priesterboord draagt of een zwart pak aan heeft, maar die een kleed van heil aan heeft, en zijn mantel is gerechtigheid. Daarom is het beeld van Jezus dat angst aanjaagt, fout. Het beeld van Jezus dat blij maakt en bevrijdt, is goed. Zijn evangelie, zijn blijde boodschap is: hartelijkheid brengen, warmte, menselijkheid. Zijn evangelie is niet een gemeenschap te stichten van biddende mensen die elkaar links laten liggen, maar een gemeenschap van gelukkige mensen, die bidden. Zijn evangelie is niet een kerk bij elkaar te houden waarin mensen elkaar de koppen inslaan vanwege de dogma’s, maar een kerk te stichten van mensen die elkaar de waarheid van de liefde vertellen. Zijn evangelie is niet: mensen met angst voor God te vervullen, maar hen te laten leven met de liefde van God: blij, verlost, menselijk, attent voor elkaar, fier, zelfbewust, elkaar vertrouwend.

Om dat evangelie waar te maken kom je in een mensenleven niet klaar. Steeds zullen we weer moeten zeggen: ‘Midden onder u staat Hij, die gij niet kent'.

Zoeken in Preken Online