Derde Zondag van de Advent - B 17 december 2023
Evangelie: Johannes 1, 6-8.19-28
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van deze zondag de titel: “Het Woord is mens geworden en Het heeft in ons midden gewoond” (Joh 1,14). Bij het begin van zijn preek vermeldt hij drie houdingen die fundamenteel zijn voor de Advent.
“Eerste houding: Geloof en waakzaamheid*. Omdat de Heer komt en we op Hem willen wachten. En omdat we zouden voelen dat de Heer nabij is, hebben we geloof nodig, anders kunnen we Gods nabijheid niet voelen.*
Tweede houding: Honger en geestelijke armoede*. (…) Je kunt God niet nodig hebben wanneer je trots bent en zelfvoorzienend. Alleen de armen, alleen de hongerigen zullen tevreden zijn met Zijn komst. Dit is de geest van armoede waarmee Maria (…) uit naam van de hele mensheid de behoefte uitdrukt, de honger naar God die we met zijn allen hebben. (…)*
En de derde houding is een positieve houding, een houding van aanwezigheid en zending in de wereld – het is een missionaire deugd of houding die er op uit is om het goddelijke waar de wereld op wacht in die wereld aanwezig te stellen.”
Bij de derde houding belicht de Aartsbisschop drie aspecten: (1) Christus is het Woord van God dat mens geworden is. (2) De Kerk – dat zijn wij – is de verderzetting van dat mysterie van de incarnatie van Christus en (3) God is mens geworden opdat alle mensen God zouden worden.
Om dat alles verder uit te werken staat hij stil bij de evangelielezing van deze zondag en hij vertrekt bij Joh 1,6-8: ‘Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht.’
We leven in tijden die overlopen van angstaanjagende ‘duisternis’. Van de klimaatopwarming en de gevolgen ervan, tot oorlogen met zoveel vernieling, lijden en dood, tijden van racisme en (extreme) armoede,… Maar er is ook de duisternis die aanwezig is in het concrete leven van individuele mensen. Ook in het hart van veel mensen is er angst, voelt men de bedreiging en de schrijnende pijn van open wonden,… En hoewel we hoopten dat die duisternis stilaan zou verdwijnen omdat we dachten dat er met de groeiende ontwikkeling ook meer humaniteit en menselijkheid in de samenleving zou naar boven komen, blijft in plaats daarvan de verschrikkelijke duisternis in ons leven en in de geschiedenis nog aangroeien. Wat hebben we op vandaag toch een nood aan ‘Licht’!
“Het licht is God en Johannes stelt zijn evangelie voor als het licht dat in de wereld kwam en dat twee reacties uitlokte: bij sommigen geloof, zij die het licht volgden; en bij anderen afwijzing, zij die de duisternis verkozen boven het licht. (…) De mensen zullen er op reageren door het te volgen, zoals zij die licht nodig hebben in de nacht, ofwel door het af te wijzen, dieper wegzakkend in de duisternis, zoals zij wier zicht wordt verstoord door het licht.”
En verder, ingaande op Joh 1,21-23, vermeldt Mgr. Romero dat Johannes de Doper uitdrukkelijk zegt: ‘Ik ben niet de Messias’. ‘Neen’, antwoordt hij op de vraag of hij profeet is. ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: Maakt recht de weg van de Heer.’ Mgr. Romero stelt het zo duidelijke “Neen, ik ben niet…’ van Johannes in contrast met zovele uitspraken van Christus als: ‘Ik ben het die met u spreekt’ (Joh 4,26), ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Joh 8,12), ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ (Joh 14,6), “Ik ben het water in de dorst” (naar Joh 4,10). In al deze uitdrukkingen verwijst de Aartsbisschop ook naar de goddelijke woorden die als antwoord aan Mozes worden gegeven bij het brandende braambos: ‘Ik ben die er zal zijn’ (Ex 3,14). “Het gaat om een aanwezigheid waartegenover al het andere een ontkenning is. Johannes de Doper wil zeggen: ‘Ik ben het niet’. Niemand is. Alleen Hij is!”
Hier vinden we opnieuw een sterke verwijzing van Mgr. Romero naar alle afgodendienst. Hij veroordeelt alle idolatrie en elk vals messianisme. Er zijn in alle landen mensen aanwezig geweest en nog, die zich gedragen alsof ze goden zijn, alsof zij Gods plaats hebben ingenomen, en die de beheersers en bezitters menen te zijn van de absolute waarheid. We hebben een en ander te leren van de nederigheid van Johannes die volhoudt: ‘Neen, ik ben het niet!’ Ook al heeft de Kerk de opdracht om te getuigen van God die mens werd in Jezus van Nazareth, en zo licht te zijn op de wegen van de mensen, toch is zij geen eigenares van het goddelijke. De Kerk moet leren heel nederig te zijn in haar spreken over God. Ze zal het doen en laten van al haar leden steeds opnieuw moeten bevragen onder het licht van het Evangelie. Want wanneer ons handelen geen licht brengt bij medemensen en in de volkeren of – wat nog erger is – daar eerder duisternis veroorzaakt, dan zal niemand ons getuigenis over het Licht van Godswege kunnen verstaan.
“En dan komt het derde element van de verkondiging van het goddelijke van Christus, wanneer Johannes zegt: ‘Ik ben slechts de stem die roept’.” (…) Allen die Christus prediken zijn een stem, maar die stem gaat voorbij, de predikers sterven, Johannes de Doper verdwijnt, er is alleen het woord dat blijft. En dit is de grote troost voor degene die predikt: zijn stem zal verdwijnen, maar zijn woord, dat Christus is, zal blijven in de harten die Hem hebben willen ontvangen.”
Natuurlijk zijn we dankbaar dat iemand toch begonnen is met het opnemen en registreren van de preken van Mgr. Romero, zodat zijn stem nog kan blijven klinken en we zijn woorden nog kunnen nalezen, ook al leven we vandaag in andere omstandigheden dan op het moment waarop hij ze uitsprak. Ook zijn woord, dat stem wilde geven aan ‘Christus’, kan ons vandaag verlichten. In de mate hij inderdaad het Evangelie verkondigd heeft, blijft die oproep tot op heden doorklinken. Maar hij zegt zelf dat dit woord van Christus maar zal gehoord en beluisterd worden “… in de harten die hem hebben willen ontvangen”.
Wie preekt, wie catechese geeft, wie godsdienstles geeft, wie Bijbelstudie animeert, wie voorgaat in liturgische vieringen, - al wie het aandurft getuigenis af te leggen van het Licht van het Evangelie, van het leven-gewelddadig sterven-verrijzen van die Jezus van Nazareth, moet goed weten welke verantwoordelijkheid zij/hij draagt. Ook al “… zijn we slechts de stem die roept”, we hebben die goddelijke opdracht om altijd weer de actuele stem van Godswege te zijn, de authentieke stem van het Evangelie. Dat is niet min. Hoe dikwijls hoorden we al niet zeggen dat die preek, die les, die kerkelijke tekst… gewoon niets ‘zegt’ aan mensen van vandaag. De ‘grote verhalen’ die ons inspireren komen uit lang vervlogen tijden, uit een totaal andere cultuur en een totaal andere wereldvisie, en ze spreken tot ons vanuit een totaal ander maatschappelijk aanvoelen dan het onze. De vertolking en hertaling naar het leven van nu en morgen vereist een trouwe creativiteit, om ten volle die stem van Godswege te zijn. Wetende dat we die goddelijke boodschap uitdragen in breekbare kruiken, is het zo nodig om in dat ‘vertaal- en getuigeniswerk’ te blijven vertrouwen op Gods trouwe Geest die alles nieuw maakt.
De duisternis van onze tijd en van de actuele wereldgeschiedenis, alsook de duisternis die toeneemt in de Kerk (met leeglopende kerkgebouwen en hoofdzakelijk alleen nog oudere mensen die geïnteresseerd zijn,…) – het stelt hoge eisen om het Evangelie vandaag creatief, uitdagend, bemoedigend en troostend te verkondigen, in woorden èn in daden. Zal de Geest vandaag en morgen kansen genoeg krijgen om doorheen de resultaten van de recente synode de Kerk te kunnen hernieuwen?
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Waar, hoe en wanneer ervaren we vandaag ‘duisternis’ in ons eigen leven, rondom ons, in onze samenleving, in onze wereld? Wat brengt dat alles in ons hart teweeg?
Waar zien we lichtpunten? Waar zien we dat mensen licht brengen bij elkaar, rondom hen, en ook bij mensen die vertoeven in de meest angstaanjagende duisternis?
Welke grondige evangelische vernieuwing zal onze Kerk dringend moeten doorvoeren om opnieuw met kracht de Stem van God te kunnen zijn in deze wereld? Hoe kunnen we daar concreet aan meewerken, persoonlijk en als gemeenschap?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 135. Derde zondag van de Advent-B – 17 december 2023.
Ik geloof dat alles zal veranderen.
"’Ik geloof dat alles zal veranderen’, zo zegt het prachtige lied dat de jongeren vandaag laten horen. Zing het maar met vreugde! ‘Ik heb er vertrouwen in dat alles zal veranderen.’ Dat is zeker zo, want God is gekomen, het Woord is vlees geworden en dat Woord wil niet leven als een individu, alleen maar op Zichzelf gericht… Alsjeblieft, laten we het goed in onze gedachten houden, want dit is de oorzaak van een zeer groot conflict in de Kerk van vandaag: de verandering van een individualistische vroomheid naar een communautaire vroomheid. Het is vandaag niet langer de tijd om te zeggen: ‘Ik zal proberen om mezelf te redden, maar anderen, daar geef ik niet om’. Want als je niet samen met anderen gered wordt, zal je misschien ook niet in je eentje gered worden. Het heil dat Christus heeft gebracht, is een heil in de gemeenschap, het is de Kerk. (…) De normen in mijn pastoraat zijn wat Paulus vandaag in de tweede lezing zegt tegen de Thessalonicenzen: ‘Doof de Geest niet uit, veracht de gave van de profetie niet. Onderzoek alles en houd vast aan het goede.’ (1 Tes 5, 19-21)
Wat betekent dit: ‘Doof de Geest niet uit’? (…) Ik voel dat er iets nieuws aan de gang is in het aartsbisdom*. Zelf ben ik een fragiele en beperkte man, en ik weet niet wat er echt aan de hand is, maar ik weet wel dat God het weet. En mijn rol als pastor in dit alles is wat Sint-Paulus mij vandaag vertelt: ‘Doof het niet uit’. (…) Dit is wat ik intens van de Heilige Geest vraag – het is wat men de gave van het onderscheidingsvermogen noemt. (…) Hoe ouder je wordt, hoe meer het er voor jou op lijkt dat alleen je eigen dingen waar zijn en dat de zaken waar de jongeren mee bezig zijn eerder op waanzin lijken en op vluchtige nieuwigheden. Moeten we dan zeggen: ‘Luister niet naar hen. Wees heel voorzichtig!’? Of veeleer: ‘Doof de Geest niet uit, onderzoek alles en behoud wat goed is.’? (…) De Kerk moet met Christus meegaan, zonder bang te zijn dat ze vroeg of laat te horen krijgt: ‘Hij eet met tollenaars en met hoeren’. (…) Kijk****, het is niet zo dat de Geest zichzelf voortdurend herhaalt. Er is een veelzeggende Bijbelse zin die als volgt luidt: ‘De Geest maakt alle dingen nieuw’ (Apk 21,5). Wij zijn degenen die oud worden en die willen dat alles volgens ons aloude patroon gebeurt. De Geest echter is nooit oud, de Geest is altijd en eeuwig jong.”***
Aartsbisschop Romero diept zijn overdenkingen in het Adventsperiode verder uit door te verwijzen naar de nieuwheid van de Geest die alles in beweging zet en alles verandert, zowel in de wereld alsook in de Kerk. De Advent is dus niet zomaar het koesteren van een verre herinnering aan wat er 2000 jaar geleden gebeurde, maar het is de jaarlijkse uitnodiging om opnieuw te bekijken hoe we wandelen in het aangezicht van de vernieuwende krachten van de Geest. ‘Advent’ zou eerder een permanente houding in de Kerk moeten zijn.
In de tijd waarin Mgr. Romero deze homilie uitsprak, werd in de Kerkelijke Basisgemeenschappen vaak het lied gezongen: ‘Ik leef in het vertrouwen dat alles zal veranderen’. De Aartsbisschop hoorde het en zong het van harte mee. Hij was erg blij dat gemeenschappen en jongeren op die manier hun hoop uitspraken en hun geloof uitzongen dat de geschiedenis écht zal veranderen, en dat ook de Kerk anders zal worden. De horizon van het Koninkrijk van God nodigt ons uit om ons aan deze veranderingen te riskeren.
Een eerste verandering die Monseigneur Romero vernoemt is het proces dat leidt van "… een individualistische vroomheid naar een communautaire vroomheid”. Na het Tweede Vaticaans Concilie en de evangelische aanvaarding ervan op de conferentie van Medellin, heeft dit veranderingsproces de kerkelijke tradities helemaal geheroriënteerd: van individuele religieuze ervaringen en praktijken (ik en mijn geloof, mijn God en ik) naar gemeenschappelijke geloofservaringen. Redding is geen kwestie van een exclusieve persoonlijke zorg voor mijn eigen zielenheil, noch een geschenk dat mij vanuit de hemel wordt aangeboden en mij toelaat om mij rustig terug te trekken op het eiland van het individuele bestaan en daar verder te leven. Het evangelie van Jezus roept ons op om het geloof in gemeenschap te beleven. “… Het heil dat Christus heeft gebracht is een heil in de gemeenschap, het is de Kerk.” De rijke geloofservaring van de Kerkelijke Basisgemeenschappen is een echte vernieuwing geweest, en ze heeft een zeer belangrijke verandering teweeggebracht in de manier om christen te zijn en Kerk te vormen. Helaas is deze kerkelijke vernieuwing een tijd later gemarginaliseerd als gevolg van de benoeming van nieuwe bisschoppen door Johannes Paulus II. De Kerkelijke Basisgemeenschappen zijn een synodale weg gegaan, en dat betekende een nieuwe en vernieuwende manier van Kerk vormen: participatief en communautair, in medeverantwoordelijkheid, luisterend naar de roep van de armen als zijnde de Stem van God, en altijd proberend om de praktijk van het Evangelie te volgen.
Deze oproep van Monseigneur Romero om het geloof in gemeenschap te beleven is op vandaag des te belangrijker geworden, omdat de huidige maatschappij de geloofsbeleving steeds meer probeert in te sluiten in individuele religieuze praktijken die bovendien buiten de geschiedenis staan, zonder de werkelijkheid aan te raken waarin we leven. Er is op vandaag geen gebrek aan machthebbers die zichzelf de meesters van de religie achten, die het evangelie een gemeenschappelijk en publiekelijk zwijgen opleggen, die niet aarzelen om priesters, bisschoppen en leken op te sluiten, uit te wijzen of hen zelfs hun nationaliteit te ontnemen wanneer ze het ‘wagen’ om de politieke en economische realiteit in het licht van het Evangelie te begrijpen en uit te leggen. In Europese landen probeert men steeds meer elke publieke aanwezigheid van de religieuze dimensie van het leven uit te bannen. Wanneer men zijn geloof in gemeenschap begint te beleven, met een concrete uitvalsweg naar zijn omgeving toe, vooral naar de meest kwetsbare en gekwetste mensen, dan bevorderen de machten van de wereld maar al te graag het zwijgen daarover. Het religieuze thema, de geloofsbeleving, mag dan niet langer publiekelijk worden geuit. Men is heel erg bang voor elke evangelische kritiek op de organisatie en op de politieke en economische keuzes die worden gemaakt. Onder de vlag van de ‘seculiere staat’ of ‘de geseculariseerde wereld’ worden het licht en de gisting van het christendom steeds meer naar een zeer persoonlijke en individuele ruimte weggeduwd. In Latijns-Amerika is er zondermeer sprake van een echte manipulatie van de religie door de politieke machten.
Ten tweede verwijst Monseigneur Romero naar het werk van de Heilige Geest, ook in de Kerk zelf. De oproep van Paulus om de Geest niet uit te doven is nog steeds actueel. Dat was niet alleen zo’n 40 jaar geleden het geval in El Salvador, maar het is dat ook vandaag de dag, overal in de wereld. Het is zo triest om te zien hoe conservatieve krachten in de Kerk alle pogingen tot kerkelijke vernieuwing, die door Paus Franciscus worden gepromoot, proberen te boycotten. Verklaringen van sommige kardinalen, anti-synodale conferenties, orakels over breuken en verdeeldheid in de Kerk,… - ze proberen hardnekkig de vernieuwende wind van de Geest tegen te houden. Meer dan ooit worden we ons ervan bewust dat de structuur van de Kerk, haar beleidsprocessen en haar bestuursinstellingen dringend toe zijn aan een grondige vernieuwing. Het klerikalisme verhindert het volk van God om een authentiek antwoord te geven op de oproep van het evangelie. Mgr. Romero aarzelt niet om te vermelden dat (oudere) mensen zo gemakkelijk denken dat hun mening en hun ervaring de enige waarheid zijn, en dat zij derhalve het recht hebben om zichzelf aan anderen op te dringen. Hoewel er tekenen van vooruitgang zijn, is er nog een lange weg te gaan voordat de Kerk een voorbeeld zou zijn voor de wereld, wanneer het gaat om het volledig waarderen van vrouwen en jongeren, om het opbrengen van respect voor alle culturen en om eerbied te hebben voor de aarde…
Als de Kerk de eeuwen van uniformiteit over de hele wereld niet afsluit, zal ze nooit licht, zuurdesem en zout zijn in de pluriformiteit van culturen en samenlevingen. Er zijn nog veel ruimtes van de Geest waar de Kerk geen risico’s durft te nemen: op het vlak van de echte oecumene (vanuit de wetenschap dat datgene wat er gemeenschappelijk is, veel groter en belangrijker is dan de verschillen) en nog meer op het vlak van de interreligieuze dialoog en de dialoog met de niet-religieuze wereld. En nog zoiets: hoe kunnen we écht openstaan voor de creatieve en scheppende kracht van de Geest in de liturgie?
We weten dat de recente synodebijeenkomst in Rome (oktober 2023) nagedacht heeft over de volledige deelname van hertrouwde echtparen aan de eucharistie, over de waardering van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht, over het openstellen van het diaconaat voor vrouwen (en waarom niet het priesterschap?), en over vele andere kwesties die uit de diocesane bevragingen en de onderzoeksprocessen naar voren gekomen zijn. Het valt nog te bezien wat er in de praktijk uit deze synodale reflecties zal voortkomen. Monseigneur Romero zei: “… Wij zijn degenen die oud worden en die willen dat alles volgens ons aloude patroon gebeurt. De Geest echter is nooit oud, de Geest is altijd en eeuwig jong.” Zullen degenen die de beslissingen nemen die naar verandering in de Kerk moeten leiden écht bereid zijn om te luisteren naar de Geest die alles vernieuwt? In elk geval: de Geest is niet bang. En dus hoeven ook wij niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde.
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog volgende citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Derde Zondag van de Advent-B van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
168 Soy un hombre frágil:
https://www.facebook.com/watch?v=777053163665551
167 La palabra queda:
Overdenking voor zondag 17 december 2023. Voor deze overdenking hebben wij enkele citaten genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Derde Zondag van de Advent, cyclus B, 17 december 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 73-74.