3e zondag van de Advent – jaar B

B-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Homilie op de derde zondag van de Advent: “Maakt de weg recht voor de Heer” (Jo. 1, 6-8.19-28)

Tielt, 14 december 2014

Er zijn rechte en kromme wegen in het leven. Vaak bewandelen we de kromme. Welke die kromme wegen in ons leven zijn, weten we maar al te goed. Een student die spiekt tijdens de examens bewandelt een kromme weg. Want spieken is een vorm van bedrog. De rechte weg gaat die student die regelmatig studeert, zodat hij tijdens de examens geen kunstgrepen hoeft uit te halen om te slagen.

Kromme wegen hebben te maken met bedrog. Bij bedrog doen we onrecht aan onszelf ofwel aan onze medemens. Kromme wegen in ons leven leiden tot onrecht in onze samenleving. Zitten we in ons leven nog wel op de rechte weg, wanneer sommige bejaarden zo’n klein pensioentje krijgen dat ze de dure energierekening nauwelijks of niet kunnen betalen. Zitten we in onze samenleving op de rechte weg als de financiële gevolgen van de kredietcrisis en de noodzakelijke besparingen afgewenteld worden op de zwakken en de armsten? Dat er voor vluchtelingen geen onderkomen voor handen is en ze bij hun aankomst op straat worden gestuurd en samen met hun jong gezin buiten in de kou moeten slapen, hoe recht is dat? Dat één op 5 kinderen in het rijke België in armoede leeft, is dat niet krom?

Het is natuurlijk gemakkelijk te zeggen dat de kromme wegen enkel en alleen de schuld zijn van de politiek of van een falend beleid. De samenleving wordt door ons allen gemaakt of in stand gehouden: bijgevolg ook de rechte en de kromme wegen. Over die kromme wegen is de prediking van Johannes de Doper glashelder: “Maak de weg recht voor de Heer.”

Net zoals armoede geen kinderspel is, net zomin is het rechttrekken van kromme wegen in de samenleving en in het eigen leven kinderspel. Hierbij stoten we onmiddellijk op onmacht en vooroordelen. De kloof tussen arm en rijk wordt alsmaar groter. Het aantal mensen die leven in armoede, neemt onrustwekkend toe. De economische en financiële crisis weegt zwaar en weegt op onze solidariteit. Daarenboven stoten we niet alleen op onze onmacht, maar ook op onze eigen denkbeelden en vooroordelen zoals: “Is het niet hun eigen schuld? Zijn de armen niet zelf veel te grote leningen aangegaan? Beheren ze hun geld en hun uitkeringen wel goed? Als ze eens zelf werk zochten!” De schuld van de armoede leggen we, soms heel subtiel in hun kamp. Dat verhindert ons om armen nabij te zijn. We houden liever een veilige afstand. We zeggen dan: “Het is toch zo moeilijk om de ’echte’ arme te bereiken en te helpen.” Alsof er ‘valse’ armen in het leven bestaan. Kinderen in armoede, die willen we natuurlijk helpen, maar met de leefwijze van de ouders hebben we het toch zo moeilijk.

Kromme wegen rechttrekken, het is toch zo moeilijk. Wanhoop komt dan om de hoek kijken en blust het vuur van de verandering, van elk rechtvaardig nieuw begin. Wanhoop maakt profeten tot roependen in de woestijn. Johannes de Doper heeft het ervaren. Organisaties als Welzijnszorg, die opkomen voor de armen, ervaren dat elke dag opnieuw. Want tegen deze wanhoop is geen kruid gewassen, tenzij het getuigenis van het Licht. Daarom kwam Johannes als getuige, om van het licht te getuigen.

Dat ware licht is Jezus Christus. Naar zijn geboorte met Kerstmis kijken we in deze adventstijd uit: naar zijn komst als een licht in onze samenleving en in ons eigen leven. Hij is het ware licht, op wie de woorden van de profeet Jesaja van toepassing zijn: “De geest van de Heer God rust op mij; Hij heeft mij gezalfd om aan de armen de blijde boodschap te brengen. Hij heeft mij gezonden om te genezen allen wier hart gebroken is, om aan de gevangenen vrijlating te melden, aan wie opgesloten zijn vrijheid.”

Een zware opgave voor ons allen! Dat wist ook Johannes. In een Frans religieus tijdschrift stelde een theoloog voor niet langer te spreken over Johannes de Doper, maar over “Jean le Bulldozer”, in het Nederlands het best te vertalen als Jantje Bulldozer: een knappe woordspeling omdat Johannes spreekt over het recht maken van de wegen. Hij roept ons in deze adventstijd op tot bekering. Wij mogen door ons doen en laten de komst van de Heer als het Licht van de wereld niets in de weg leggen.

Haal de bulldozer maar uit de remise om al je vooroordelen uit de weg te ruimen en plaats te maken voor het Licht van Jezus Christus, vooral voor de vele mensen die in onze maatschappij in het duister leven. En misschien horen wij daar ook bij.

Begin er maar aan en ik hoop dat je bulldozer niet veel verletdagen zal hebben. Want dan komen we er niet!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online