2e zondag van de advent (2008)

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Advent wil zeggen dat we ‘in blijde verwachting’ uitkijken naar Gods komst in onze wereld. . En zo beginnen ook de lezingen van vandaag: de eerste lezing van Jesaja begint met: “God zegt: ga mijn volk troosten, ga het troosten. Spreek Jeruzalem moed in, roep het toe: je straftijd is voorbij, je bent genoeg gestraft.” Het evangelie van Marcus begint ook hoopvol: “Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus, de zoon van God.”

De woorden van Jesaja hebben in de Bijbel een heel bijzondere betekenis: Jesaja kondigt het einde aan van de ballingschap. De Joden worden bevrijd en kunnen terug keren naar het land van hun voorvaderen. Het gaat hier ook over een echte ‘lijfelijke’ bevrijding.

Troosten, moed inspreken, blijde boodschap, blijde verwachting… Het klinkt allemaal mooi en opbeurend. Maar wat wil dat allemaal zeggen. Is dat een pure gave Gods, uit de hemel gevallen, door een profeet in Gods naam aangekondigd? Gaat het hier alleen over ‘verzoening met God’, belofte van eeuwige vrede in de hemel?

God belooft bevrijding. Maar als we goed lezen zien we dat God ons de opdracht geeft de te werken aan ‘de weg’. Jesaja zegt: “Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel moet worden afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden een vlakte.” En Marcus schrijft over Johannes de Doper en zegt: “bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht.”

Vlaams Brabant is een heel mooie landstreek met heuvels en dalen. Fietsers van een zekere leeftijd vinden het wel eens lastig wanner ze moeten duwen en trekken om boven ‘op den berg’ te geraken. Ik heb, eerlijk gezegd, een gruwelijke hekel aan bergop fietsen. Maar we moeten het toegeven: eens boven op zo’n berg zijn we tevreden van onszelf: we zijn er geraakt. En soms is het zicht zo mooi dat we er zelfs van genieten. Maar het vraagt een hele inspanning. Zn wie die inspanning niet doet zal er ook de vruchten niet van plukken.

Wel, het leven is vol hobbelige en steile wegen vaak vol hindernissen. Mensen moeten soms enorme inspanningen doen om iets te bereiken soms in heel moeilijke omstandigheden. Er zijn toch zoveel mensen die het echt moeilijk hebben in het leven. Mensen kunnen het leven ervaren als een berg, waar ze niet tegenop kunnen, of als een dal waaruit ze niet meer kunnen klimmen, die in een diep dal zijn geraakt van ziekte of armoede…., die als naar een berg opzien tegen hun werk of juist tegen het wegvallen van hun werk…, die in het dal zitten van nergens ‘thuis’ mogen zijn of die in hun huis geen ‘thuis’ meer ervaren omdat ze een dierbare verloren hebben door dood of echtscheiding. In al deze situaties zien we mensen vechten, soms met de moed der wanhoop, om uit het dal te komen of om weer boven op die berg te komen.

En we doen het elkaar ook wel eens aan. Wij maken het voor onze medemensen soms ongemakkelijk op de weg van hun leven. Mensen gunnen elkaar soms weinig ruimte. Velen voelen zich wel eens onrechtvaardig behandeld door medemensen. We kunnen soms toch zo onverdraagzaam zijn. We moeten ons eens de vraag stellen hoe wij zelf zijn, hoe wij zelf met anderen omgaan. Effen wij de wegen voor en naar onze medemensen, wie zij ook zijn. In deze wereld waar mensen van alle rassen en talen en culturen meer en meer samen komen wordt dat een enorme opdracht. Wegen banen naar elkaar.

Wel het is een taak van een gelovige gemeenschap om samen op een concrete manier ‘bergen te slechten’ of ‘dalen te vullen’. Als gemeenschap anderen de hand reiken om mensen te troosten in wat hun overkomen is, om goed te maken wat wij elkaar hebben aangedaan. Zorg dragen voor de medemens.

Zo kan God komen, sterker nog: zo is God er al, als wij op die weg gaan, en aan die weg werken in Gods naam. Wij moeten de weg effenen naar elkaar toe en dan is er toekomst. Dan is er toekomst nu. De toekomst die God ons beloofd heeft.

Inspiratie gevonden bij Nan Paffen uit Heerlen

Zoeken in Preken Online