Evangelieprikje (2008)

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Heeft u ook al een GPS? Omwille van mijn beperkte kennis van die technische snufjes heb ik er nog geen, maar ik hoor er wel positieve dingen over. Gedaan met zoeken op wegenkaarten, je stapt je auto in, je geeft je bestemming in en je moet maar de stem volgen die je instructies geeft. Ik kan me voorstellen dat zo’n dingetje wel tijdbesparend is en je heel wat frustraties ontneemt die je kan oplopen als je weer maar eens de weg niet vindt. Als oude sentimentele dwaas stel ik mij daar vragen bij. Is het wel goed dat wij ons zo maar leiden door een satelietgestuurd ding? Is het niet plezanter je eigen weg uit te stippelen? Heeft zoeken niet zo zijn eigen charme? Is het niet tekenend voor deze tijd dat er geen tijd meer mag verloren gaan aan zoeken? Ik weet het, het zijn dwaze vragen want zo’n toestelletje is wel handig, maar helaas kan ik mij diezelfde vragen stellen over het grote doel in het leven, onze bestemming. Wordt de vraag waar we naar toe willen met ons leven ook niet al te vaak beantwoord met voorgekauwde, makkelijke oplossingen die weinig tijd vragen aan mensen? Voor overstresste mensen kunnen pilletjes helpen of een beetje yoga of andere meditatietechnieken, maar ze pakken de oorzaak van de kwaal niet aan. Erger nog, ze stellen ze zelfs niet in vraag. De mens zoekt gewoon naar vlugge oplossingen, vaak zonder te durven stilstaan bij de diepere vragen. In deze tijd komt de GPS uit het evangelie die ons vandaag een richting wil aangeven in het leven, Johannes de doper, dan ook als storend over. Johannes de doper wil mensen een richting aanwijzen, geïnspireerd op de satelliet van God. Hij roept mensen op zich te bekeren. Dat is natuurlijk geen gemakkelijke opdracht, want je moet zelf invullen hoe je dat doet, het vraagt inzet van jezelf, het is niet het slaafs volgen van een technisch dingetje. Hij roept op om ons klaar te maken voor de komst van Jezus.

Je voorbereiden op de komst van Jezus, hoe doe je dat? Op zich is het al raar dat die vraag gesteld wordt, want als er iemand anders langs komt, weten we heel goed wat ons te wachten staat: eten en drank inslaan, huis een extra poetsbeurt geven, zorgen dat je netjes voor de dag komt, … Om Jezus te ontvangen lijken al die dingen echter zo onbelangrijk, omdat we weten dat voor God niet de buitenkant maar de binnenkant telt. Bij God kunnen we ons niet wegsteken achter mooie kleren en een pokerface, hij weet wat er van binnen in ons omgaat. Je voorbereiden op de komst van Jezus, betekent in deze adventstijd dat je in gebed en bijbel op zoek gaat naar voedsel dat je geestelijke honger en dorst kan bevredigen, dat je je hart een grondige beurt geeft en haat, jaloezie, machtsdrang, materialisme, … niet meer duldt als allesbeheersende meesters in je leven. Zo’n voorbereiding vraagt natuurlijk veel tijd en heel veel van je mentale krachten. Het is niet alleen de spons vegen over het verleden, maar ook en vooral je toekomst inrichten. Daarom doopt Johannes met water om de zonden weg te wassen en zal Jezus volgens Johannes dopen met vuur. Vuur kan ook vernietigen maar het kan je ook aanvuren tot het goede. Misschien moeten we gedoopt worden met heilige Geest gewoon lezen als gedoopt worden in de Geest. Het is dat doopsel dat wij ontvangen hebben. Vraag is natuurlijk of we die Geest (willen)laten werken. De Geest van God kan namelijk maar werken als er bereidheid is te luisteren naar wat de Geest ons ingeeft. Dit diepe luisteren kan maar als daar voldoende tijd en ruimte voor geschapen wordt. Wie van de ene vergadering naar de andere holt na een al drukke werkdag, legt de Geest het zwijgen op. Actieve inzet voor een betere wereld is goed, maar voor christenen vloeit zij voort uit een diep innerlijk leven dat gevoed wordt door de belofte van Jezus dat wij als door God beminden in Zijn leven mogen delen. We kunnen dus samenvatten dat we ons voorbereiden op de komst van Jezus als we terug God laten spreken in het leven van elke dag, zowel in gebed als in de mensen die op onze levensweg geplaatst worden. Dat vraagt dat wij aandachtig en soms zoekend in het leven staan, dat wij omzien naar mensen en niet zomaar op ons doel afstevenen zoals je dat met een GPS kan doen. Die stap zetten is niet eenvoudig. Het is daarom dat onze tijd meer dan ooit nood heeft aan Johannessen die roepen in de woestijn van commercialisering en individualisme waar sommigen van ons gedeeltelijk of geheel in verzand geraakt zijn. We hebben nood aan een jongere in de klas die durft zeggen dat hij geen gsm heeft omdat hij een persoonlijk gesprek belangrijker vindt dan nietszeggende berichtjes te versturen. We hebben nood aan mensen die ons individualisme sterk aan de kaak durven stellen. We hebben mensen nodig die getuigen van het geluk dat kan voortvloeien uit sober leven. We hebben nood aan mensen die luidop en voor iedereen die het horen willen getuigen als wegwijzer naar God. Akkoord, ze zullen raar bekeken worden omdat ze onze samenleving in vraag stellen, maar veel grote keerpunten in de geschiedenis van de humanisering zijn gezet door mensen die wat raar overkwamen, die niet zichzelf maar hun idealen of hun Bron in de kijker zetten. Laten we bidden dat God ons deze mensen schenkt en ons ogen en oren geeft om ze te zien en te horen. Of misschien moeten we gewoon door onze eigen levenswijze een beetje “ne rare” worden die scheefgelopen toestaden durven aanklagen.

Zoeken in Preken Online