Het begin

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Het woord ‘begin’ is het eerste woord van de tekst die Marcus ons hier presenteert: ‘Begin van de goede boodschap van Jezus Christus’. Er volgen nog drie woorden: ‘zoon van God’. Maar die laatste woorden schijnen er pas later aan toegevoegd te zijn. Voor Marcus waren die aanvankelijk niet nodig, het sprak vanzelf.

In de meeste bijbelvertalingen, en in de tekst die ik bij het schrijven van deze overweging gebruik, is dit zinnetje: ‘Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, zoon van God’ het begin van de tekst zelf.

De meeste commentaren menen op het ogenblik dat dit niet de bedoeling van Marcus was. Die hele zin is de titel van Marcus’ boek. Dat wil dus zeggen dat alles wat er aan tekst gaat volgen, dat het hele avontuur van Jezus onder ons, het begin en enkel en alleen maar het begin van de goede boodschap is.

Jezus maakt een begin. Jezus maakt hét begin. Hij bijt de kop af, het overige moet volgen. Die rest is overgelaten aan hen die Jezus op zijn pad zullen gaan vergezellen. Op het einde van Marcus’ evangelie - maar zover zijn we natuurlijk nu nog niet - worden we dan ook allemaal gevraagd naar Galilea te gaan, waar Jezus op ons wacht, om ons op onze beurt in onze sandalen te steken en op pad te sturen. Wij zijn het die het verhaal van die goede boodschap voort moeten zetten.

Vanaf het allereerste begin van zijn evangelie laat Marcus er geen enkele twijfel over bestaan waar het in die missie van Jezus en van onszelf om gaat. In enkele krachtige zinnen schildert hij het hele toneel.
Het toneel van een wereld die krom getrokken is, en waarin een profeet, die sprinkhanen met honing eet en die gekleed is in wat dierenhuiden, plotseling als vanuit het niet - vanuit de wildernis - opduikt om een verandering aan te kondigen.
Marcus schildert die verschijning en zijn aantrekkingskracht in forse kleuren: de hele landstreek en alle bewoners van Jeruzalem trekken de woestijn in om daar door Johannes aangepakt en gedoopt te worden in de rivier de Jordaan.

Marcus verklaart en legitimeert dit alles door een beroep te doen op dat ‘wat er geschreven staat ‘. Je kunt er dus niet onder uit. Het was voorzien. Het stond geschreven, zoals wat nu Marcus gaat optekenen ook voor alle tijden geschreven zal staan.

Marcus moet wel heel zeker van zichzelf en van zijn zaak geweest zijn. Zo zeker dat hij zelfs riskeert om Jesaja woorden in de mond te leggen, die hij elders - onder andere bij Maleachi - en niet bij Jesaja gelezen had.

Waar het om gaat is het recht trekken van onze wereld. Er moet in die wereld iets gebeuren. Er moet iets overwonnen worden. Het gaat om een gevecht, om een reorganisatie van de machten in deze wereld. Dat het bij Marcus om dergelijke machten en krachten gaat, blijkt uit de woorden die hij gebruikt. Hij laat Johannes over die strijd spreken als die zegt dat hij zelf niet sterk genoeg is om de wereld, zoals die is, aan te kunnen. Johannes kondigt dan ook aan dat er iemand na hem zal komen die sterker is dan hijzelf. Het gaat dus om sterkte, om kracht. Iemand die de kromgetrokken wereld en de machten daarin wel aankan. Bovendien iemand die ook de zending heeft - vandaar dat Johannes over Jezus’ sandalen spreekt! - om dat te doen.

Maar ook hier blijft Marcus trouw aan wat hij suggereerde door zijn hele evangelie een begin te noemen. Het is niet alleen Jezus die sterker is dan Johannes. Het is niet alleen Jezus die de kromtrekkende en onrechtvaardige macht in deze wereld aankan. Jezus zal zijn volgelingen dopen met Heilige Geest, en met die Geest zullen de gerechtigheid en de vrede, waarde mensheid zo lang naar uitgekeken heeft, verwerkelijkt kunnen worden. Er blijft in de beschrijving van dit begin bij Marcus niet zo heelveel plaats over voor de manier waarop wij gewoonlijk Kerstmis vieren. Er zijn geen sterren, schaapherders, koningen, of engelen, er is geen moeder of vader. Niets van dat alles. Omdat dit alles ontbreekt, wordt het echter wel duidelijk waar het eigenlijk om gaat, en hoe radicaal de doorbraak is naar de nieuwe wereld, zoals die hier beschreven wordt.

Ging het de mensen die op Johannes, zijn prediking en doopsel afkwamen niet juist dáár om? En is onze kerstvoorbereiding niet alleen van betekenis als het ook ons hier om gaat?

Zoeken in Preken Online