Troost mijn stad, spreek Jerusalem moed in, zo luidde het begin van de eerste lezing. God is op komst en als een herder brengt hij alle schapen uit hun ballingschap terug naar huis. Dat is geweldig nieuws voor al die Joodse ballingen in Babylon, die voor hun gevoel in een wanhopige situatie verkeren: ver weg van hun vaderland, ver weg van hun stad Jerusalem. Maar de profeet geeft ze weer hoop: onze sterke God maakt het schijnbaar onmogelijke toch mogelijk, jullie kunnen naar huis.
Toen ik deze tekst las, dacht ik bij mezelf: wat zou het heerlijk zijn als ik nu profeet zou mogen zijn, dat ik tegen al die Palestijnse ballingen zou kunnen zeggen: troost je, je kunt naar huis, er is ruimte voor iedereen. Dat ik tegen al die vluchtelingen uit Bosnie zou kunnen zeggen: hebt goede moed, jullie kunnen binnenkort allemaal weer naar huis. Wat zou het heerlijk zijn als je ze die hoop zou kunnen geven. Maar, dat kan ik niet, dat kan niemand op het ogenblik. De werkelijkheid in verschillende delen van de wereld lijkt juist steeds wanhopiger te worden. En je kunt het mensen echt niet kwalijk nemen als ze alle hoop verliezen.
En toch, je ziet overal mensen bezig die de moed niet opgeven, die de hoop niet verliezen, die blijven geloven dat vrede en gerechtigheid mogelijk zijn en die, dat is nog het belangrijkste, zich daarvoor blijven inzetten. Waar anderen zeggen: och, schei er toch mee uit, want het haalt toch allemaal niets uit, daar gaan zij door, en vaak kost hun dat heel veel inspanning.
Eén zo’n mens van hoop zien we hier ook wel eens op de televisie, nl. die Zuid Afrikaanse dominee Beyers Naudé. Dat vind ik een indrukwekkende mens, een ware gelovige, een echte christen. Ondanks alle tegenwerking en onbegrip die hij in de loop van de tijd heeft ondervonden, bleef hij geloven in een nieuw Zuid Afrika, waarin ruimte en welvaart, vrijheid en vrede mogelijk zijn voor blank en zwart, voor iedereen.
Zolang er mensen zijn zoals hij, zolang is er hoop. En gelukkig zijn er velen van die hoopgevende mensen in allerlei wanhopige situaties. Mensen die de moed niet opgeven, ook al lijkt de werkelijkheid niet te veranderen, die alles blijven doen wat in hun vermogen ligt, om iets in de goede richting te komen, en zelfs het kleinste stapje in die goede richting is in hun ogen de moeite waard.
Mensen van hoop, hoopgevende mensen, zijn wij dat ook? Niet in de zin van: ik hoop een heleboel te krijgen, van Sinterklaas of van wie dan ook, of: ik hoop een heleboel te breiken. Natuurlijk die hoop mag ook, maar het gaat veel veel om de hoop dat het beter kan en de hoop dat ik daaraan iets kan bijdragen.
Hoop mag geen lege slogan zijn waar we dan in de praktijk van het leven niets mee doen. Het is ook geen toverwoord waardoor alle deuren vanzelf open gaan en alles verandert zonder dat we er iets aan hoeven doen.
Hoop is een mentaliteit die in je zit, in je gedachten, in je hart, een levenshouding die je in beweging zet om er met handen en voeten iets voor te doen. Hoop is een soort koppigheid om je toch niet neer te leggen bij de feiten, bij de schijnbare onmogelijke en wanhopige situaties. Hoop is een motor die mensen gaande houdt ook als er bijna geen doorkomen aan is.
Zijn wij zulke mensen van hoop? Als we zeggen te geloven in God, in Jezus als de belichaming van Gods liefde, dan moet dat geloven ook hoop betekenen, hoop dat het zin heeft aan je christelijke idealen vast te houden. Zoals we zeggen: hoop doet leven. Hoopvolle mensen maken het leven goed.
2e zondag van de advent (1999)
B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars