2e zondag van de Advent – jaar B

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Tweede Zondag van de Advent - B 10 december 2023

Evangelie: Marcus 1, 1-8

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van deze zondag de titel: “De Heer komt, laat ons de weg voor Hem bereiden!”. De citaten hieronder komen uit het deel van zijn preek dat als ondertitel draagt: “De wegen waarlangs de Heer tot de mens komt**”.**

“De weg waarlangs God mensen ontmoet is die van hun eigen leven, en juist daarom wordt hij ‘de weg van het leven’ genoemd. Het gaat dan vooral over het gedrag waarmee ik in het leven sta en de manier waarop ik mijn leven leid. Wanneer het een slecht geleid leven is, gaat het niet om God te ontmoeten. Wanneer het gaat om een gedrag dat in overeenstemming is met de wet en de wil van God, dan ontmoet ik zonder twijfel ergens God op die weg. De ontmoeting met God zal ook altijd samenvallen met de ontmoeting met het volk – die twee zullen onvermijdelijk direct met elkaar te maken hebben. Zoals de geschiedenis van El Salvador er uit ziet, zo zal ook de ontmoeting zijn van God met ons land. Wanneer het land slecht bestuurd wordt, wanneer het eenzijdig materialistisch geworden is van ingesteldheid, of wanneer het vol onrecht zit, dan zijn dat evident niet de wegen die de Heer met Zijn mensen wil gaan. ‘Maakt de paden recht!’, zo schreeuwt Johannes de Doper ons vandaag vanuit het Evangelie toe. Dit is de Stem van de Advent, de Stem van de profeten, die ten volle weerklinkt in de persoon van Johannes de Doper, de laatste indrukwekkende gestalte in de galerij der Bijbelse profeten. Hij zegt tot ons vandaag: ‘De Heer komt, bereidt de weg voor Hem..!’ Christus zal door ieder volk en door ieder mens persoonlijk gevonden worden, in de mate we weten op welke manier en via welke wegen we Hem kunnen ontmoeten.”

Soms herinner ik me nog één of andere vraag uit die oude Mechelse catechismus, zoals bijvoorbeeld deze: ‘Waar is God?’ En dan denk ik er als vanzelf bij: hoe komen wij bij Hem en hoe komt Hij naar ons? Eén dezer dagen las ik nog een verwijzing naar die aloude filosofische commentaren, die probeerden te antwoorden op vragen in de zin van: àls God bestaat, waarom is er dan zoveel kwaad? Spreken over God na Auschwitz, is dat nog mogelijk? We hebben in het verleden al zoveel gesproken over het bestaan van God, maar konden onze tijdgenoten ons in dat alles ook horen, beluisteren en verstaan? Enkele maanden geleden barstte het opgehoopte geweld van de Tweede Wereldoorlog en het onnoemelijke lijden dat ermee gepaard ging weer brutaal open in en rond het gebied dat we soms nog het ‘Heilig Land’ noemen, de plaats waar de wieg stond van de Bijbelse ervaring van God met Zijn volk en van dat volk met Zijn God, de plaats ook waar Jezus geleefd heeft en gestorven is, en waar dus ook de wieg stond van de Kerk en de Kerken van vandaag. In Oost-Europa staan niet alleen Oekraïne (met zijn Westerse bondgenoten) en Rusland als landen en regimes met volle oorlogsgeweld tegenover elkaar, maar daar zijn ook de (vooral orthodoxe) Kerken van beide zijden bij betrokken. Beiden zeggen ze te spreken in naam van God die met hun volk op weg is. Hoe kan het toch allemaal? Anderzijds werd – zeker in onze Westerse cultuur - het religieuze (dus ook de vraag naar God) zienderogen naar het privéleven verdreven. Iedereen doet er individueel en privé mee wat hij of zij wil, maar onze samenleving als geheel wil op geen enkele manier (sociaal, politiek, economisch) nog enig teken of welk soort impact dan ook van Gods aanwezigheid aanvaarden of erkennen.

Mgr. Romero herinnert er ons in de Advent aan dat de God van het Eerste Verbond, de God waar de grote profeten het over hadden en Die ook de God van Jezus was, naar ons uitkijkt, naar ons toekomt, bij ons aanwezig is en wil zijn. Of we dat nu zien of niet, of we dat nu wensen of vervloeken - dat doet er niet toe. Die God van Leven heeft een goddelijk geduld, en stoort Zich niet aan onze onverschilligheid of afkeer. “… De weg waarlangs God mensen ontmoet is die van hun eigen leven.” Midden in de gebeurtenissen van ons eigen leven (privé, familiaal, sociaal), in lief en leed, en ook in de gebeurtenissen van ons land (ons continent, onze wereld) is Hij zonder twijfel aanwezig. Mgr. Romero geeft dan meteen ook een eerste voorwaarde aan opdat wij Hem zouden kunnen ontdekken in al die concrete gebeurtenissen die we meemaken – namelijk: of ons doen en laten, ons spreken en zwijgen in overeenstemming is met de wil van God. Is dat het geval, dan zitten we zonder twijfel op Gods wegen. Maar wanneer we andere wegen gaan (van onrecht, corruptie, egoïsme, aanbidding van macht en rijkdom, oorlog in plaats van vrede, investeringen in wapens in plaats van voedsel; wanneer we een leven leiden van ieder voor zichzelf en van losbollig genieten, het uitsluiten van mensen,…), dan is het bijzonder moeilijk om Hem te ontmoeten en Hem in de gebeurtenissen van vandaag aan te treffen.

Het is niet zomaar toevallig dat we in de evangelies verschillende verhalen aantreffen die vertellen over de genezing van blinden en van doven. Zulke verhalen hebben we op vandaag meer dan nodig, opdat we goed zouden kunnen horen en duidelijk zouden kunnen zien, opdat we zouden openstaan voor het Mysterie van het Leven om God zo te kunnen ontmoeten. Ieder van ons zal voor zichzelf wel kunnen uitmaken over welke wegen we heden ten dage lopen in ons eigen leven en in de maatschappij. In elk geval, jaarlijks houdt de Kerk ons een duidelijke oproep voor in de Advent: “Maakt de paden recht!” In het eerste Testament ontdekte het volk dat ‘de tien woorden, de tien geboden’ fundamentele wegwijzers zijn om die weg niet te verliezen. Hoever zouden we in de wereld van vandaag niet staan mochten we die geboden consequent onderhouden! De profeten hadden het over de zorg voor weduwen en wezen, over de manier waarop we omgaan met de armen, over de wegen die we moeten gaan om mee bevrijders en verlossers van het volk te kunnen worden. In de persoon van Jezus hebben we nog duidelijker oriëntaties ontvangen voor de levensweg die we te gaan hebben: doe zoals die Samaritaan, zoals die goede vader van de verloren zoon, zoals wat gebeurde op het Laatste Avondmaal, bij het delen en breken van het brood (dat wil zeggen: van alle voedsel waarover we beschikken),… Die Jezus wil ons vooral in de ogen kijken vanuit de ‘armen’ (al wie honger en dorst heeft, wie naakt is, geen woning bezit, geen dak boven het hoofd, wie ziek is, wie in de gevangenis zit…), dus vanuit al wie uitgesloten is, alle kwetsbare en gekwetste mensen. Alleen wie al die mensen in eerbied wil aankijken, alleen wie met hen ‘het brood breekt en deelt’, kan Hem ontmoeten. Ook binnen de Kerken is het niet langer mogelijk van te doen alsof we niet weten welke wegen we moeten gaan. Alle spreken over Jezus, onze mooie woorden over God als Vader/Moeder en over de Geest – ze vergaan als rook in het niets wanneer de wegen die we gaan niet de wegen zijn van waarheid, gerechtigheid, barmhartigheid, vrijheid, gelijkheid,…

“De figuur van Johannes de Doper tekent een weg voor ons uit – ja, hij is in feite een mens die zelf in zijn manier van spreken en handelen tot een weg is gemaakt. Dat is wat elke christen zou moeten zijn: een mens die zichzelf tot een weg maakt, die zichzelf tot een licht maakt, die zichzelf tot een getuige maakt. Een mens die, zoals Johannes, met zijn integriteit en zijn deugden niet alleen, wanneer hij opstaat en het Lam van God aanwijst, zomaar wat staat te prediken, maar iemand die datgene wat hij de mensen voorhoudt ook concreet van toepassing brengt met zijn hele persoonlijke houding van soberheid, armoede, oprechtheid, eenvoud, moed, confrontatie, zelfs op het moment dat er een koning is die hem daarvoor het hoofd wil afhakken. Hij schreeuwt met heel zijn wezen: ‘Het is niet geoorloofd wat er gebeurt!’ En het is bijzonder sterk wanneer je die aanklacht zelfs ten koste van je eigen leven durft uit te schreeuwen. Johannes de Doper is hét voorbeeld van de weg die wij moeten gaan. Alleen zij die zo spreken en doen zijn betrouwbare bakens die ons de weg wijzen. Alleen deze mensen kunnen, met de grootheid die ze in zich hebben, en ook al zijn er mensen die hen vervolgen, toch met recht en reden zeggen: ‘Achter mij komt er een Ander die machtiger is dan ik. En ik verdien het niet om me te bukken om Zijn sandalen los te maken. Ik doe niets anders dan wijzen naar Degene die de wereld redt…’”

Ook de wereld die door de christelijke traditie getekend werd is op dit moment allesbehalve een voorbeeld van wat Gods wegen zouden moeten zijn, of van een samenleving die evolueert naar Gods droom over de geschiedenis. Er werden natuurlijk in de loop der tijden wel enkele eerste belangrijke stappen gezet in de richting van een ‘betere wereld’. Maar na zoveel eeuwen christendom zijn we duidelijk nog altijd zwakke leerlingen en dikwijls zelfs ongehoorzame erfgenamen en opvolgers van die goddelijke droom. Ook wij (vanuit onze christelijke traditie en cultuur) vinden bijvoorbeeld de wapenindustrie belangrijker dan het opbouwen van rechtvaardige economische structuren die naar vrede kunnen leiden. Ook wij hebben het (neoliberale) kapitalisme mee tot stand gebracht en blijven het bestendigen. Ook wij leven en zijn actief in samenlevingen waar corruptie, misbruik, onrecht en uitsluiting nog altijd zoveel mensen treft. Hoeveel nood hebben we ook op vandaag niet aan mensen van de Weg, aan ‘mensen die zichzelf tot een weg hebben gemaakt’!

Mgr. Romero zegt dat Johannes de Doper zo iemand was. Maar de Aartsbisschop was het zelf ook, en in alle Kerken (en ook erbuiten) zijn er van die mensen die “… zichzelf tot een weg maken, die zichzelf tot een licht maken, die zichzelf tot een getuige maken; die, met hun integriteit en hun deugden, zoals Johannes de Doper, (…) met hun hele persoonlijke houding van soberheid, armoede, oprechtheid, eenvoud, moed, confrontatie, zelfs op het moment dat er een koning is die hen daarvoor het hoofd wil afhakken, schreeuwen met heel hun wezen: ‘Het is niet geoorloofd wat er gebeurt!’; en die deze aanklacht zelfs ten koste van hun eigen leven durven uit te schreeuwen.”

Zou het niet belangrijk zijn dat we in onze gemeenschappen, in onze catechese, via onze communicatiemedia, bij onze prediking,… veel meer aandacht zouden geven aan het getuigenis van die mensen wiens leven écht ‘wegen ten leven’ zijn geworden, mensen die licht geweest zijn in onze soms zo donkere geschiedenis? Mensen die in en met hun leven, in de keuzes die ze maakten, in hun gehele ‘levenswerk’, God zelf zichtbaar en hoorbaar hebben gemaakt? Zij zijn het toch die de paden hebben rechtgetrokken en de wegen hebben voorbereid langs dewelke wij vandaag onze God ten volle kunnen ontmoeten?

In elk geval: op Gods wegen moet je bereid zijn om alles te geven, “… zelfs ten koste van je eigen leven”. Of dat ook écht zal gebeuren hangt af van de concrete historische omstandigheden waarin we leven, maar zonder die daadwerkelijke bereidheid om er met ons hele leven achter te gaan staan, zullen we altijd ‘slechte leerlingen’ blijven. Allen die op vandaag ten volle opkomen voor ‘een andere wereld die mogelijk is’, en ook allen die vandaag ten volle opkomen voor een evangelische transformatie van de Kerk(en) – zij zullen altijd weer onvermijdelijk botsen tegen muren van macht en rijkdom, van haat en geweld.

Ook in deze Advent is het goed om aandacht te schenken aan dit woord van Mgr. Romero in zijn homilie van vandaag: God komt naar ons toe midden in het leven. Vanuit dit leven mogen we Hem tegemoet gaan. Hij reikt ons de hand opdat we zouden opstaan. Hij nodigt ons uit om duidelijk te zien en scherp te horen waar het op aan komt. Dicht bij ‘arme’ mensen (in de ruime betekenis van het woord) zal Hij ons telkens weer aanspreken en ons aanstoten om de goede, de rechte weg in het leven te gaan.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Wanneer we eens tijd maken om achteruit te kijken in ons leven, waar en op welke wegen heeft God, heeft Jezus ons dan aangesproken? Wanneer waren we Hem veeleer kwijt en uit het oog verloren?

Wat kunnen we als christelijke gemeenschap doen om elkaars blindheid en doofheid te genezen, zodat het goddelijke Mysterie openbaar kan worden in de omstandigheden van ons leven, in lief en leef, in leven en in sterven?

Wie zijn de mensen wiens manier van leven voor ons wegen ten leven (geweest) zijn? Hoe zijn zij voor ons tot op vandaag toegangswegen tot de God die ons nabij kwam in Jezus? Wat betekenen zij vandaag voor de weg die wij verder willen en moeten gaan, alleen en samen?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 134. Tweede zondag van de Advent-B – 10 december 2023.

Elke prediking vanuit het evangelie heeft als bedoeling de realiteit van onze geschiedenis en van ons concrete leven te verlichten.

In de inleiding van zijn homilie van deze zondag, het gedeelte waarin hij zoals altijd zijn ervaringen met het leven van de voorbije week in het aartsbisdom deelt met zijn toehoorders in de kathedraal, zegt Mgr. Romero het volgende:

“Ik wil hier even halt houden, want als het waar is dat dit - ons leven, de geschiedenis van ons volk - de concrete wegen zijn waarlangs God vandaag, in 1978, er op uit trekt om de Salvadoranen te redden, dan is het zeker noodzakelijk om deze werkwijze van Godswege van meer dichtbij te leren kennen. Het is mijn zorg dat een prediking vanuit het evangelie zoals deze van vandaag niet losgekoppeld is van de realiteit, dat de prediking van deze zondag de concrete geleefde werkelijkheid van onze voorbije week echt en waarachtig verlicht. En wat ik hier doe, vanuit mijn persoonlijk en dus per definitie vanuit een zeer onvolledig perspectief - omdat onze geschiedenis veel complexer is dan wat wij er zelf van kunnen percipiëren, en elk gezin en elk van ons, als individu, zijn eigen geschiedenis heeft – het heeft allemaal slechts als bedoeling een voorbeeld te geven van hoe we ons moeten inspannen om over het Woord van God te mediteren: door vanuit dat Woord de realiteit van onze geschiedenis en ons concrete leven te laten verlichten. Ieder van ons en ieder gezin moet de geschiedenis van zijn eigen huis, van zijn eigen geweten laten verlichten vanuit het licht van het Evangelie, dat het enige licht is dat écht verlicht en redt.”

Mgr. Romero herinnert ons vandaag aan één van de belangrijkste taken van de Kerk: mediteren over het Woord van God, met als bedoeling dat het een ver-licht-ing zou zijn van de realiteit van het leven (persoonlijk, familiaal, voor de gemeenschap, nationaal en internationaal), d.w.z. dat het de concrete geschiedenis van elke mens en van alle mensen zou verlichten. God komt naar de mensheid toe via de wegen van de geschiedenis. Hij spreekt niet tot ons vanuit een soort eenzame hoogte. Hij komt niet tussenbeide met spectaculaire (miraculeuze) gebeurtenissen. Hij belt ons niet op per telefoon of doet geen video-oproep om ons inderhaast een persoonlijke boodschap te sturen. Hij openbaart Zichzelf al helemaal niet via de stem van machthebbers die in een politieke show beweren dat zij God raadplegen, of die er heilig van overtuigd zijn dat zijzelf op een unieke en exclusieve wijze de goddelijke stem van het christendom in hun land hebben gehoord – een stem die ze dan ook in eigen persoon vertegenwoordigen en met hun doen en laten vertolken. Nee, het is juist in de heel concrete gebeurtenissen in ons leven en in onze geschiedenis dat God met ons communiceert. Maar omdat die gebeurtenissen vaak verwarrend, tegenstrijdig, onverwacht en twijfelachtig zijn, soms gehuld in veel pijn en angst, hebben ze ver-licht-ing nodig, opdat wij het perspectief dat er in steekt zouden kunnen ontdekken, en de reddende kracht en adem van God die er in aanwezig zijn zouden kunnen onderscheiden.

Dit houdt een enorme profetische missie in voor de Kerk in het algemeen, en voor elke predikant in het bijzonder: (nederig en eerlijk) te onderscheiden wat God wil zeggen tegen ieder van ons, tegen ieder volk en tegen de gehele mensheid, in en vanuit de gebeurtenissen van het leven**. Mgr. Romero zegt dat het hem er om gaat dat “…** deze prediking van het Evangelie niet losgekoppeld is van de realiteit**”, dat het Evangelie geen ‘vrome’ en vrijblijvende boodschap in de lucht zou zijn, dat de ‘Stem van God’ werkelijk zou gehoord worden en zou doordringen tot in alle omstandigheden van het leven.**

Het is niet gemakkelijk om deze Stem van God te onderscheiden in al het rumoer en de vele mediaberichten over bijvoorbeeld de oorlog van Rusland tegen Oekraïne (die met de militaire steun van het Westen wordt gevoerd), in het conflict (dat al 75 jaar oud is) tussen het volk van Israël en dat van Palestina, of in de armoede die zoveel miljoenen mensen in de wereld in haar dodelijke greep blijft houden… Het Eerste Testament getuigt van het feit dat er altijd wel allerlei profeten waren in dienst van de koningen, zowel in Israël als in Juda en ook in hun buurlanden. Maar een aantal van die profeten stonden zondermeer in dienst van de religieuze rechtvaardiging van de overheersing, de uitbuiting, de onderdrukking vanwege het politieke en economische systeem waar zij deel van uitmaakten. Tegelijkertijd waren er gelukkig ook steeds weer profeten die dicht bij het lijdende volk stonden, en zij werden vervolgd, of op zijn minst telkens weer ontmoedigd, omdat ze er niet in slaagden om het volk (en nog minder de heersers en religieuze leiders van hun tijd) te laten luisteren naar de Stem van de God van het Verbond, de God Die aanwezig was geweest bij de bevrijding uit het slavenland Egypte, Die met hen mee getrokken was doorheen de woestijn, en Die garant stond voor een nieuw samenleven in vrede in het Beloofde Land. Johannes de Doper en Jezus zelf werden gedood omdat ze de missie vervulden van het onderscheiden van Gods Woord in de gebeurtenissen van hun tijd en het blijvend centraal stellen van de boodschap over Gods Koninkrijk. Zo zien we ook op vandaag een aantal religieuze leiders en predikanten functioneren als zogenaamde ‘profeten’ die allerlei doodssystemen verdedigen en rechtvaardigen, maar we zien zeker ook anderen die permanent ontmoedigd en vervolgd worden, omdat ze handelen en spreken als profeten van Gods Koninkrijk.

Het is uiteraard niet zo gemakkelijk om die Stem van God te onderscheiden in allerlei persoonlijke omstandigheden en gebeurtenissen, in tijden van vreugde en rouw, in tijden van zaaien en oogsten, in tijden van droogte en van overstromingen, in moeilijke tijden van (ernstige) gezondheidsproblemen (door ziekte, ouderdom), van verlies en verdriet, van oude wonden die maar niet genezen, van conflicten in familiale of sociale relaties,… Zijn we op vandaag misschien persoonlijk of als volk ‘vergeten’ of ‘verlaten’ door God? Wat betekent het om echt ‘menselijk’ te zijn en te blijven (ondersteunend, broederlijk, dichtbij, als ‘naaste’, in trouw en zin voor verantwoordelijkheid) tegenover al deze situaties en gebeurtenissen van eenzaamheid, pijn, angst, wanhoop,… en zo waarachtig ‘beeld en gelijkenis’ te zijn van God? Wie kan voor ons de menselijke Stem van Gods Woord zijn en die laten klinken in al deze omstandigheden van het leven?

Aartsbisschop Romero maakt in bovenstaand citaat uit zijn preek van deze zondag duidelijk dat zijn homilieën altijd bedoeld zijn om “… een voorbeeld te geven van hoe we ons moeten inspannen om te mediteren over het Woord van God: door vanuit dat Woord de realiteit van onze geschiedenis en van ons concrete leven te laten verlichten”. Daarom spreekt hij week na week eerst en vooral tot ons vanuit de vreugde van de ervaringen van hoop en ‘leven’ die hij zelf heeft meegemaakt, zowel in het volk als in de Kerk. Maar al evenzeer spreekt hij telkens ook weer tot ons vanuit de open en bloedige wonden die het volk en de Kerk zelf meedragen. Meer nog: hij legt de vinger op die wonden, hij noemt met naam en toenaam wie en wat niet mag genoemd worden. De Aartsbisschop mediteerde geduldig, trouw en met grote aandacht voor Gods Stem over de teksten van de Schrift, die de werkelijkheid van de mensen wilden ver-licht-en en zo wellicht nieuwe wegen en nieuwe horizonten voor hen konden openen. Door het lijden van het volk aan de kaak te stellen wilde hij zijn volk troosten, zijn mensen bemoedigen en terzelfdertijd “… in de naam van God en in de naam van het lijdende volk**” aan hun leiders ook de wegen van de God van het leven aanwijzen.** Vandaag hebben wij als Kerk en als predikanten dezelfde missie, in elk volk en in solidariteit met alle andere volkeren, vooral daar waar ‘de dood’ regeert en het voor het zeggen heeft.

Mgr. Romero vraagt ons om ons bestendig in dit werk van de ‘onderscheiding’ te oefenen en te scholen, door ons in te spannen om ons te verdiepen in het Woord van God, en ons gezinsleven en ons persoonlijk leven door dat Woord te laten ver-licht-en. En heeft de ervaring ons mettertijd niet geleerd dat we dit niet alleen, niet op ons eentje aankunnen, maar dat we daarvoor andere mensen nodig hebben, mensen die met ons meegaan, die bereid zijn om in dezelfde modder en miserie te komen staan, die met alle respect naar ons willen luisteren, voor wie we niets (van onze wonden en ons lijden) hoeven te verbergen? We hebben betrouwbare mensen nodig die niet weglopen als het moeilijk en gevaarlijk wordt; bondgenoten en medestanders waarvan we weten dat ze altijd aanwezig zullen zijn, die ons proberen te bemoedigen, die ons vertrouwen geven en kracht schenken om voort te doen. Het zijn mensen die niet weglopen voor onze wonden en ons lijden. Mensen die niet naar ons kijken vanuit hun eigen criteria of hun vooroordelen. Mensen die dicht bij ons staan, zelfs in de stilte van het niet begrijpen, en die daarbij ook nog de pijn van anderen kennen en die mee willen helpen dragen. Deze mensen kunnen voor ons de helende en bevrijdende aanwezigheid van God zelf worden. Het zijn mensen die het ‘Ik zal aanwezig zijn’ van God zelf tegenwoordig stellen en daadwerkelijk beleven.

Het Woord van God dat ontspringt vanuit de realiteit en deze ook permanent ver-licht, leidt uiteindelijk naar een verbondenheid in solidariteit. Het zorgt ervoor dat wij niet alleen zijn. Om de realiteit van de weg van het volk en van het leven te kunnen verlichten onder het licht van het Woord van God, moeten we dicht bij het lijden van de mensen zijn (in al zijn vormen, in al zijn dimensies), en het als het onze aanvoelen. En tegelijkertijd moeten we dicht bij het Evangelie zijn, er zonder rust over mediteren, ernaar luisteren vanuit het hart en het geweten – daar waar God tot ons spreekt. Tegen het klankbord van de realiteit (van het volk en van het leven), kan het Evangelie een licht worden aan de horizon, een staf en stut voor de lange reis die we moeten gaan, een bron van hoop en kracht op al onze wegen. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde.

Overdenking voor zondag 10 december 2023. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Tweede Zondag van de Advent, cyclus B, 10 december 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 53.

Zoeken in Preken Online