2e zondag van de Advent – jaar B

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Homilie op de 2e zondag van de Advent 2014: De les van Johannes de Doper (Mc. 1, 1-8)

Tielt, 7 december 2014

Op onze weg die leidt naar Kerstdag, leiden drie Bijbelse figuren ons naar de kribbe: Jesaja, Maria en Johannes de Doper. Het lijkt wel zonderling, maar enkel over die laatste zegt de profeet Jesaja, zo hoorden we het in het evangelie : “Hij is het over wie geschreven staat: Zie, ik zend mijn bode voor u uit die de weg voor uw komst zal bereiden”. Wie bij Jezus wil komen, moet langs Johannes de Doper passeren. Hij is de voorloper, de paranimf, de vriend van de bruidegom, de bruidsjonker, die ons binnenleidt bij Jezus, de grote bruidegom.

Hij is nochtans een rare vogel, die in zijn tijd niet aanvaard werd. Het is een beetje zijn schuld. Stel je voor dat ik hier zou verschijnen om te prediken, gekleed in een pij van kameelhaar, - waarschijnlijk tweedehands, - dan zouden velen daar aanstoot aan nemen en volgende week staat het in De Weekbode. En wat eet die man? “Sprinkhanen en wilde honing”, dat hoorden we zopas in het evangelie. Nog sterker dan wie macrobiotisch leeft. Uiterlijk een echte contestant, die er blijkbaar op uit is mensen te ergeren.

Hij heeft daarbij ook geen manieren. Luister maar naar de vulgaire taal die hij uitkraamt. In het evangelie van Matheus lezen we dat hij de aanzienlijke religieuze leiders, - noem ze de bisschoppen in onze Kerk! - in het publiek uitscheldt voor “adderengebroed”, wat in onze volkstaal wil zeggen: Gespuis! Crapuul! gemeen volk! En in het evangelie van Matheus lezen we nog dat hij hun zegt dat ze zich moet laten dopen, d.w.z. dat ze zich moeten bekeren, dat ze heel anders moeten gaan leven.

Wat een schokkende boodschap van een man zonder stijl en zonder manieren! Een rare vogel, zoals de meeste profeten vroeger en ook nu.

En toch is hij een echte profeet.

Hij waarschuwt ons tegen de vele valse profeten, die je thans overal ontmoet. Ze verkondigen hun boodschap op elke hoek van de straat en leest ze in zoveel boeken in de rekken van de boekhandels. Wij hebben dat enkele jaren geleden meegemaakt ook in onze streek.

Johannes leert ons hoe je de echte profeten van de valse kunt onderscheiden.

Valse profeten zeggen: “Ik ben het. Ik ben de man. Naar mij moet je opkijken.”

Een echte profeet, zoals Johannes de Doper, verwijst naar Jezus en zegt: “Jezus is de man. Naar Hem moet je opkijken. Niet naar mij!”

Valse profeten zeggen: “Ik weet het. Naar mij moet je luisteren!”

Een echte profeet, zoals Johannes de Doper, zegt met de woorden van Jesaja: “Ik ben slechts de stem van Iemand die roept in de woestijn.” Hij spreekt niet uit eigen naam. Hij heeft geen eigen stem, geen eigen boodschap. Hij is slechts een dragende golf, “une onde porteuse”, een trillende snaar, die vertolkt wat In de Schrift staat en wat Jezus ons te zeggen heeft.

Valse profeten zijn hoogmoedig en plaatsen zichzelf op het voorplan: “Ik moet groter worden.”

De echte profeet, de ware voorloper, is nederig en zegt: “Jezus moet groter en ik moet kleiner worden.” Johannes zei het duidelijk in het evangelie: “Na mij komt iemand die sterker is dan ik en ik ben niet waardig mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken.”

Wie de valse profeten volgt, raakt op een dwaalspoor.

Enkel de echte profeten leiden ons naar de kribbe, naar het ware licht, waaraan we nood hebben in deze korte en donkere dagen, in deze tijd waar we overspoeld worden door zoveel onheilspellende berichten, waar ethergolven ettergolven zijn geworden. Volg ze maar.

Dan wordt over drie weken Christus met zijn bevrijdende boodschap opnieuw geboren in je hart en in deze wereld.

Het kan en het zou mooi zijn!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online