We leven in een tijd van verwachting,
in verwachting naar een nakende geboorte
want binnen hier en vier weken wordt
Jezus geboren…
Onze verwachtingsperiode start nu met
de advent
en meteen start ook het nieuwe
kerkelijke jaar.
Een nieuw jaar is een tijd van nieuwe
verwachtingen, goede voornemens,…
Deze duistere
periode is daar uitermate voor geschikt,
Korte, donkere
dagen, koud en kil,
een mens verlangt
een beetje klaarte en warmte,…
In het duister móet
je het licht zoeken, je vindt het ook makkelijker.
Ondertussen worden oude mindere
gewoonten afgezworen,
uit het leven verband,
verketterd als kwaad dat we nooit
meer zullen bedrijven.
‘Het is er nu
mee gedaan’.
We gaan op zoek naar wat ons echt
bezig houdt,
zoeken wat licht geeft in ons leven.
We nemen ons voor ons alleen nog
daarvoor in te zetten.
Net zoals bij Jesaja weten we:
alléén is dat een beetje moeilijk,
het verleden leerde ons dat, met die
blaren leven we.
Vandaar dat we beroep doen op uw
belofte ‘dat U er zou zijn’,
En… als U er bent dan moeten
wij er ook zijn,
moeten we ook waakzaam zijn wanneer u
in ons leven komt.
Ook als de Heer van huis is …
geen dansende muizen op tafel.
Voornemens maken gaat makkelijk
maar de aandacht en de waakzaamheid
erbij houden, is dat niet.
Waarvoor of wanneer moeten we
waakzaam zijn dat wordt er niet bijgezegd,
dat moeten we zelf weten,
zo waakzaam dat we weten wanneer het
moment daar is,
dat we tijd hebben als het moment
daar is.
Eigenlijk is waakzaam leven het
beste.
Leven en daarbij aanwezig zijn dat is
het belangrijkste.
Maar we kennen allemaal van die
periodes
Je komt thuis van je werk. Er is nog een heleboel op te ruimen maar de krant ligt daar zo verleidelijk. Eerst eens de grote letters lezen… Plots staat onverwacht bezoek aan de deur. Je moet ze wel binnen laten…..
Akke en Aome…
Het ene voor het andere genomen. Hier
een beetje genant maar onschuldig.
Meter(87) is ziek. Bezoek later,…
Ik ga dat nu niet doen: geen tijd, geen
goesting, te laat…
Uit een tekst die Agnes Bruneel voordraagt
komt volgende zin:
‘Laten we tijdig voorzichtig
zijn en waakzaam zolang het nog kan…’
In het ziekenhuis zie je dat mensen
in het duister veelal het licht opmerken,
Moeder vader gaat
niet goed.
Ze zijn er. Een
houding in hun leven niet altijd even actief maar nu op deze kritieke momenten,
zijn ze er. Ondanks de andere dingen die ook doorlopen. Veelal kan je dan niets
meer doen dan er zijn. Mensen vinden dit belangrijk, kunnen zeggen ik heb
gedaan wat ik kon en kan met een gerust geweten, hart afscheid nemen.
Het vraagt wel enige moeite om dit te
kunnen.
Waakzaamheid bij het leven begint
veel vroeger dan de noodzakelijke periodes.
Dat bouw je niet in een dag op.
Je bent er een leven lang mee bezig.
De ene periode actiever dan de
andere.
En dan ben je blij dat de advent daar
is,
om de sluimerende slaper in ons
wakker te schudden.
Om het verhaal van Jesaja opnieuw te
horen,
onze waakzaamheid aanscherpen en af
te stellen op Aanwezigheid.