WEES WAAKZAAM.
Jezus woorden ‘Wees waakzaam’ hebben in de kring waarin Hij ze uitspreekt een andere betekenis dan waaraan wij gemakkelijk denken. – ‘Wees waakzaam’ is in onze tijd een alledaagse waarschuwing. Wij beveiligen bv. onze fiets met een dubbel slot, en voor de auto zijn allerlei beveiligingsmechanisme uitgevonden. ‘Wees waakzaam’, ‘Kijk uit’, ‘Wees op je hoede’ klinkt ook in onze dagen overal. – Jezus’ woorden komen ons bekend voor. Ze zijn ons vertrouwd. En toch kan het gebeuren dat Jezus’ waarschuwing langs ons heen gaat. Want Hij heeft het kennelijk over wat anders.
Jezus nu spreekt over een poortwachter, dus over een portier, een concierge. Een concierge nu kan twee taken hebben Hij kan in zijn kantoortje zitten en opletten voor dieven en ander vreemd volk. Hij is dan bezig de bewoners en bewoonsters te beschermen, eventueel hun bezit veilig te stellen. Er hangt wellicht iets bedreigends in de lucht, en hij houdt de deur goed dicht. – Maar er zijn ook poortwachters, portiers, concierges, die op de drempel staan, op de stoep voor het huis. Zij zijn op de uitkijk. Zij kijken of hun heer, het bruidspaar, de geëerbiedigde gast, nog niet komt. De deur staat al open. Misschien brandt in de gang het licht. Er hangt iets vreugdevols in de lucht. Straks zal het huis weer vol leven zijn. -Jezus spreekt over die laatste poortwachter. Hij heeft het al over zoiemand gehad, toen hij vertelde over de vader die elke dag weer uitzag naar diens verloren gelopen zoon of toen Hij sprak over de bruidsmeisjes die stonden te wachten op de komst van de bruidegom. Jezus roept de waakzaamheid van de vrouw in herinnering, die iedere dag uitkeek naar de terugkomst van haar zoon, tot zij in de verte diens hondje met kwispelende staart zag aankomen. Dat is waakzaamheid om het ogenblik van geluk niet te missen, waakzaamheid om de komst van de dierbare te begroeten die aan het leven volheid geeft.
BEVRIJDING
Het is geen waakzaamheid om het eigen erf te beveiligen. Het is de waakzaamheid om op het juiste moment alles over te geven, klaar te staan. – Als wij de verkeerde poortwachter voor ogen zouden hebben, begrijpen we niet waarover Jezus het heeft. – Welnu, Jezus spreekt in een tijd en in een milieu waarin iedereen vol is van bevrijding. Iedereen kijkt uit naar de dag waarop de vijandige macht, die van de Romeinen, zal verdwijnen en waarop de God van Israël zich opnieuw zal doen kennen. Iedereen in Israël vraagt wanneer het leven weer zal zijn zoals vroeger, wanneer Gods majesteit zich opnieuw zal aftekenen aan de hemel en zal neerdalen over zijn volk.
De verzuchting van de profeet Jesaja, die wij in de eerste lezing hoorden, is levensgroot aanwezig wanneer Jezus met zijn vrienden spreekt. ‘Keer terug, omwille van uw dienst-knechtende stammen die uw eigendom zijn’, roept Jesaia uit, ‘God, kom weer in ons midden’. Na de vele jaren van ballingschap valt de teruggekeerde joden het leven tegen. De mooie toekomst waarvan zij hadden gedroomd, blijkt niet zo maar voor het grijpen te liggen. De weidse perspectieven waarover profeten hadden gesproken, verdwijnen in benauwende ruzies met de mensen die in Jeruzalem en in Juda zijn achtergebleven en die zich land en goederen hadden toegeëigend. Iedereen is waakzaam om zijn of haar bezit te verdedigen of om zijn of haar rechten terug te krijgen. – Tegen dit staan-op-zijn-rechten roept Jesaja: veiligheid en recht zullen weer heersen wanneer u uw poorten, uw duren, wijd openstelt voor de komst van God. Pas als God wordt verwelkomd, zal iedereen veilig zijn en tot zijn of haar recht komen. – De boodschap is duidelijk: ‘U, Heer, bent onze Vader. Wij zijn het leem, U de boetseerder. Wij zijn slechts het werk van uw handen’. Wees waakzaam om God te ontvangen.
Ondanks alle onveiligheid en andere ellende in onze wereld dromen veel mensen, dat datgene wat hen klein houdt, zal verdwijnen; dat armoede en geweld, ziekte en ruzie niet meer zullen voorkomen of althans zullen verminderen. Ze hopen, dat de wereld en degenen die nu de wereld in handen hebben, grondig zullen veranderen. Als ballingen die terugkeren uit een geschiedenis vol teleurstelling willen zij de toekomst binnenstappen, zingend en juichend, zoals de joden die na hun ballingschap de straten van Jeruzalem vulden.
GOD KOMT ALS EEN KLEIN KIND
In het voetspoor van Jesaja zegt Jezus ons dat wij op een andere manier moeten openstaan voor de toekomst. Wij dienen ons te openen, onze armen uit te strekken naar wat, naar wie gaat komen. God komt naar ons toe, om onder ons te wonen. Hij slaat zijn tent onder ons op, of - in onze tijd gezegd - Hij huurt een woning bij ons in de buurt. Van daaruit mengt Hij zich in ons leven. Waakzaam in het leven van alledag zullen wij Hem telkens opnieuw kunnen ontdekken, als wij tenminste niet de deur of de poort stevig dicht houden om ons eigen kringetje, ons eigen leven, te beschermen. – ‘Wees waakzaam’, ga op de drempel staan, zet de deur wijd open. Want Hij komt. Dat wordt ons met Kerstmis opnieuw toegezegd. God komt op een manier die je niet verwacht. Als een klein kind wellicht, in ieder geval als een werkelijkheid die vraagt om toewijding, om onze zorg, onze openheid.