Eerste Zondag van de Advent - B 3 december 2023
Evangelie: Marcus 13, 33-37
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van deze zondag de titel: ‘Advent, tijd van vreugdevolle hoop’. De enige passage in deze preek waarin hij direct verwijst naar het evangelie van vandaag is te vinden bij de ondertitel: ‘Waakzaamheid en geloof”. Vanuit dat perspectief heeft hij het dan over de betekenis van de Advent.
“De Advent verzamelt alle verzuchtingen die in het Eerste Testament zijn opgetekend. In het bijzonder verzamelt de Advent daaruit alle bladzijden van de profeten en actualiseert, vanuit de honger naar God van het volk van vandaag, al hun verzuchtingen: ‘Kom toch, o Heer, om het volk te redden.’ De Advent betekent het verwachten en het vooraf al vieren van de komst van het heil dat Christus twintig eeuwen geleden heeft gebracht; maar het is geen geschiedenisverhaal, het is een toekomstperspectief dat ons daarmee aangeboden wordt. (…)
Mgr. Romero herinnert ons er aan dat de Advent het hele Eerste Testament en dan vooral de schreeuw van de profeten in de liturgie opneemt en actualiseert. De schreeuw van de ‘armen’ van heel de mensengeschiedenis, die zo luide schreeuw van ‘weduwen en wezen’ (om het met een andere Bijbelse term te zeggen), van alle gekwetste, misbruikte en kwetsbare mensen (kinderen, jongeren, volwassenen, oudere mensen) van alle tijden – het overvalt ons. Het is de zo menselijke, en daarom ook goddelijke zucht om erkenning, om genezing, om verlossing, om vergeving, om barmhartigheid, om gerechtigheid, om hoop, om ‘leven’ en om ‘liefde’. Jaarlijks herinnert de kerkgemeenschap er haar leden – met aandrang – aan dat het in het christendom in de eerste plaats gaat om die zucht, die schreeuw. We vieren dan met Kerstmis dat in Jezus van Nazareth God zelf ons tegemoet komt, ook vandaag in onze reële geschiedenis, en dat Hij aan alle mensen toekomst van heil en verlossing aanbiedt. Maar zonder eigen echte nabijheid, ons persoonlijk en daadwerkelijk luisteren naar die ‘gekwetste mensen’, en de bereidheid om hun weg mee te gaan, hun kruis mee te dragen en daar waar nodig aan hen ook nederig en authentiek om vergeving te vragen, is het onmogelijk om dat verlossingsgebeuren oprecht te beleven, te duiden en te vieren.
“Vandaag werken we verder aan deze opdracht in de Kerk: het opbouwen en uitbouwen van het Koninkrijk van God. Ook buiten de Kerk werkt elke mens die voor gerechtigheid vecht mee aan de uitbouw van het Koninkrijk van God, evenzeer als elke mens die rechtvaardige eisen nastreeft in een onrechtvaardige omgeving – ook al is hij of zij misschien geen christen. Want de Kerk omvat niet het gehele Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God strekt zich uit tot ver buiten de grenzen van de Kerk, en precies daarom waardeert de Kerk alles wat aan inspanningen gebeurt dat in overeenstemming is met de strijd om het Koninkrijk van God in de wereld te vestigen. Een Kerk die alleen probeert zichzelf zuiver en onbesmet te houden, zou geen Kerk zijn die door God ten dienste gesteld is van de mensheid. De authentieke Kerk is een Kerk die het niet erg vindt om zelfs met prostituees en tollenaars te praten, zoals Christus dat deed; niet bang van contact te leggen of te houden met zondaars, met marxisten, met de aanhangers van het Blok, met allerlei verschillende groepen en organisaties,…, zolang ze samen met hen maar aan alle mensen de ware boodschap en het goede nieuws van de verlossing kan brengen. Christus komt om de mens te redden, om het even waar of in welke situatie hij zich ook bevindt. (…)”
Het ‘Rijk van God’ is veel groter en het strekt zich veel ruimer uit dan het domein en de invloedssfeer van de Kerk(en). Gelukkig maar! In heel de geschiedenis en overal ter wereld waren en zijn er (tot op vandaag) vrouwen en mannen die geloven in een ‘andere wereld’, en die daar met hart en ziel aan meewerken. Telkens weer stonden ze op tegen onrecht en uitsluiting. Telkens weer waren ze pioniers van de vrede. Jammer genoeg heeft de Kerk lang gedacht dat zij en zij alleen Gods Rijk op aarde belichaamde, of dat zij er eigenlijk de enige bewaakster en misschien zelfs wel de eigenares van was. Maar dat is niet zo. De Kerk heeft de fundamentele en essentiële opdracht om een zichtbaar teken en een effectief instrument van dat Rijk te zijn. Dat is natuurlijk een enorme roeping en zending, vooral omdat het in de Kerk ook over mensen gaat. Die mensen hebben grote kwaliteiten maar ook grote zwakheden, en dikwijls worden er (zware) fouten door hen begaan. Daar komt bij dat de Kerk doorheen de geschiedenis ook een hiërarchische machtsstructuur geworden is. Dat doet tot op vandaag heel veel kwaad, en het veroorzaakt veel pijn en kwetsuren. Maar vanuit het Evangelie zullen christenen altijd opnieuw de opdracht hebben om te werken aan oases van hoop en liefde, en zal de Kerk zich altijd opnieuw moeten waarmaken vanuit die opdracht, ook tegenover de tegengetuigenissen die komen van haar eigen leden. De Kerk draagt de schat van het Evangelie (de opdracht, de roeping om teken en instrument te zijn van Gods Rijk) nu eenmaal in breekbare aarden potten… (2 Kor. 4,7)
Mgr. Romero roept op om in luisterend gesprek te gaan met alle mensen, ook met wie slecht gezien wordt door de maatschappij en de godsdienst, en dat dan nog op de eerste plaats te doen met mensen die het moeilijk hebben in het leven. Het is onze opdracht om hun kruis mee te dragen. En juist dat kan ons getuigenis zijn.
“Het gaat in de Advent om waakzaamheid en geloof. Een waakzaamheid die midden in de wereld van vandaag al de Christus aanwezig stelt die de nieuwe hemel en de nieuwe aarde aan het bewerkstelligen is. (…) Christus ís al aanwezig in de geschiedenis, Christus ís al tegenwoordig in het hart van de mensen, Christus ís al bezig met ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’. En het werk van de Advent bestaat er precies in van dat geloof te versterken: dat we aan de wereld leren om die Christus te ontdekken, Hij die voortdurend komt.”
De Kerk moet in dat alles ook heel nederig zijn. Het verlossingswerk van Christus is overal aanwezig (zij het meestal nog onherkenbaar), en de Geest waait overal. Waar ook ter wereld worden mensen in hun geweten (“in het hart van de mensen”) opgeroepen en uitgedaagd om te werken aan die nieuwe wereld waar we allemaal van dromen. Als Kerk zijn wij niet het eerste woord van God aan de mensen gericht, maar hoogstens een tweede. Daarom zegt Mgr. Romero dat “… de Advent de opdracht inhoudt om “die Christus te leren ontdekken, Hij die voortdurend komt” in alle volkeren, in alle lagen van de bevolking, in alle omstandigheden. Daar waar onrecht heerst en uitsluiting, daar waar mensen lijden – daar zal het in datgene wat de Kerk vanuit het Evangelie zegt altijd gaan over tegendraadse boodschappen, over een profetisch spreken en handelen. Maar ook in het zaad van al het goede dat bij mensen gebeurt, in de gist die aan het werk is bij het vormgeven van een nieuwe samenleving (in respect voor de natuur, voor alle mensen) – ook daar is het verlossingsgebeuren aan de gang. De ‘waakzaamheid’ van het christelijk geloof zal het mee mogelijk maken om in alles wat gebeurt de tekenen van Gods Rijk te ‘onderscheiden’, ze te zien en te horen, ze te benoemen, en ze dan ook te gepasten tijde te vieren in hoop en verlangen.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Wat roept ‘Advent’ bij ons op? Hoe hebben wij die ‘Advent’ de laatste jaren concreet beleefd – individueel en als gemeenschap?
Wat verstaan we onder ‘gelovige waakzaamheid’?
Wie zijn de gekwetste en kwetsbare mensen naar wie we daadwerkelijk proberen te luisteren en van wie we het kruis mee opnemen? Wat betekenen de ontmoetingen met die mensen voor ons geloof?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 133. Eerste zondag van de Advent-B – 3 december 2023.
Op zoek naar nieuwe mensen die weten hoe ze de zuurdesem van een nieuwe samenleving moeten zijn.
Bij de ondertitel van de homilie van Mgr. Romero op deze zondag: ‘De christelijke en actieve aanwezigheid in de wereld’, vinden we enkele citaten die we in deze wekelijkse reflectie verder willen bekijken en van wat commentaar willen voorzien.
“Let wel, Christus was een man van zijn volk en van zijn tijd: Hij leefde als Jood, Hij werkte als arbeider in Nazareth… En sindsdien blijft Christus zich telkens weer incarneren in alle mensen van alle tijden. Als velen zich op vandaag van de Kerk hebben gedistantieerd, dan komt dat juist omdat de Kerk zich mettertijd zelf een beetje van de mensheid heeft gedistantieerd. Maar alleen een Kerk die solidair is bij alles wat menselijk is, en die zich in de pijn, de hoop, de smart van allen die lijden of genieten wil blijven incarneren, alleen die Kerk zal de Christus Die bemind en verwacht wordt tegenwoordig stellen, de Christus die reëel aanwezig is bij de mensen. En of die incarnatie al of niet gebeurt - dat hangt in de eerste plaats van ons af.”
In dit citaat geeft Monseigneur Romero een zeer sterke zelfkritiek mee en een scherpe kritiek op de Kerk in het algemeen. De reden, zegt hij, waarom veel mensen zich op vandaag van de Kerk hebben verwijderd is “… juist omdat de Kerk zich mettertijd zelf een beetje van de mensheid heeft gedistantieerd”. Vooral in Europa zien we het al enkele decennia gebeuren dat steeds meer mensen zich stilletjes terugtrekken uit de Kerk. Daar zijn redenen voor. Tijdens de industriële revolutie heeft de Kerk te laat gereageerd op het leven en lijden van de arbeidersklasse. Daarna waren het vooral de jongeren en jongvolwassenen naar wie niet geluisterd werd door degenen die de leiding hadden in de Kerk. De ondergeschikte rol van vrouwen en de uitsluiting in het leiderschap van de Kerk die zij nog altijd moeten ondergaan was, is en blijft een enorme vorm van zwakheid tegenover de culturele evolutie, waarin de volwaardige erkenning van vrouwen in de samenleving haast vanzelfsprekend is geworden. Maar ook wat betreft de schreeuw van Moeder Aarde om leefbaar te kunnen voortbestaan heeft de Kerk te laat gereageerd. Het lijkt er verder op dat de tijden van sterke veranderingen in de media ook altijd tot crisissen in de Kerk hebben geleid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen van de nieuwe generaties geen band meer (willen) hebben met de Kerk en haar activiteiten. Een Kerk die ver verwijderd is van het echte en concreet-historische leven (met zijn wonden, zijn goede en slechte ervaringen, zijn hoop en zijn teleurstellingen,…) heeft geen levensnabije boodschap van enig belang te bieden voor deze generaties.
Op momenten van crisis zoals vandaag willen mensen zich dan publiekelijk laten uitschrijven uit de doopregisters, en ze eisen ze dat hun namen voorgoed uit deze boeken worden gewist. Ondanks het feit dat er sinds het Tweede Vaticaans Concilie (en in Latijns-Amerika sinds de aanvaarding van de besluiten van de bijeenkomsten van Latijns-Amerikaanse bisschoppen in Medellin en Puebla) een aantal vensters op de wereld werden geopend, geeft de realiteit aan dat de Kerk zich in haar getuigenis en woorden in feite toch heeft gedistantieerd van het werkelijke leven van veel mensen. Monseigneur Romero legt de schuld daarvoor niet bij ‘het volk’, maar hij erkent dat de Kerk deze situatie voor een groot stuk zelf veroorzaakt heeft en er dus ook zelf haar verantwoordelijkheid moet in nemen. En natuurlijk heeft het publiekelijk in de doofpot stoppen van (seksueel) misbruik, ook door mensen uit de hiërarchie van de Kerk, de boodschap en het getuigenis van de Kerk als geheel nog eens extra verzwakt. De donkere bladzijden uit de kerkgeschiedenis begonnen op de duur veel zwaarder te wegen dan de grote getuigenissen van dienstbaarheid tegenover heel wat kwetsbare mensen en maatschappelijke sectoren (die er onmiskenbaar ook zijn geweest), en de waardevolle bijdragen die de Kerk geleverd heeft in de permanente zoektocht van mensen naar zingeving en naar de horizon van het leven.
Monseigneur Romero herinnert dan aan de weg die de Kerk altijd weer moet gaan: ze moet weten hoe ze “… solidair kan zijn bij alles wat menselijk is en hoe ze zich in de pijn, de hoop, de smart van allen die lijden of genieten wil incarneren”. Dit zijn grote en zeer algemene woorden, maar ze geven feilloos de weg aan die we moeten gaan als we “… die Kerk willen zijn die de Christus Die bemind en verwacht wordt tegenwoordig wil stellen, de Christus die reëel aanwezig is bij de mensen”. Geïncarneerd zijn in alle menselijke ervaringen (de pijnlijke zowel als de vreugdevolle): daar gaat het over. We zijn vaak vergeten dat het christendom geboren is uit het kruis van Jezus. Derhalve: daar waar ‘kruis’ is in de wereld, pijn en lijden in al zijn vormen en dimensies, daar moet de Kerk zijn en daar wordt de Kerk gevormd, want daar wordt het antwoord gegeven op Jezus die roept om verlossing en bevrijding. Het gaat daarbij over de voorkeuroptie voor de ‘armen’, voor de ‘gekruisigden’, voor de slachtoffers. Zoals Jezus op het kruis uitriep tot Zijn Vader: ‘God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’, zo moeten wij, volgelingen van Jezus, onder het kruis van de mensen van vandaag aanwezig zijn, en onze stem voegen bij de schreeuw van hen die lijden onder de ‘afwezigheid van God’ in alles wat onmenselijk is. En we moeten ook het kruis met hen meedragen. In de omgeving van elke gelovige en elke gemeenschap van gelovigen (zelfs in de eigen gemeenschap) moeten we diegenen tegemoet treden die een zwaar kruis te dragen krijgen. En vaak weegt het kruis dat hen door andere mensen wordt opgelegd nog zwaarder dan het kruis van het eigen persoonlijk lijden. Laten we vooral luisteren naar de pijn die uit het hart van de mensen komt. Laten we niet bang zijn om ‘hun wonden aan te raken’, net zoals Jezus aan Thomas vroeg om de wonden die het kruis op Zijn lichaam had achtergelaten, aan te raken. En als het kruis ook ons raakt, laten we dan op zoek gaan naar anderen die ons kunnen helpen om het mee te dragen. Daar waar dat gebeurt, daar wordt ‘Kerk’ gemaakt, “… en in die Kerk zal Christus reëel aanwezig zijn bij de mensen.”
“En als het waar is dat we op vandaag leven in een wereld die duidelijke sociale transformaties nodig heeft, hoe zouden we dan aan christenen niet vragen om de rechtvaardigheid van het christendom in die wereld te laten incarneren, en die concreet en consequent te beleven in hun families en in hun hele leven; om te proberen agenten van verandering te zijn, ja om nieuwe mensen proberen te zijn? Zoals Medellín zegt: ‘Het heeft geen zin om structuren te veranderen als we over geen nieuwe mensen beschikken om die structuren te installeren en te beheren.’ Wanneer structuren worden veranderd, wanneer landhervormingen en dergelijke worden doorgevoerd, maar we die nieuwe instellingen dan weer gaan bezetten met mensen die dezelfde ondeugden en hetzelfde egoïsme hebben van vroeger, dan krijgen we na korte tijd nog meer nieuwe rijke mensen, nog meer nieuwe situaties van onrecht die woede opwekken, nog meer nieuwe mistoestanden en wanpraktijken. Het is niet genoeg van de structuren te veranderen. Dit is waar het in het christendom om draait - en ik heb daar al vaak op gehamerd en telkens weer op aangedrongen: wil alstublieft begrijpen dat de verandering die de Kerk predikt gebaseerd is op wat er omgaat en gebeurt in het hart van de mens, en dat ze helemaal afhangt van het feit of er al of niet nieuwe mannen en vrouwen zijn die weten hoe ze de zuurdesem van een nieuwe samenleving moeten zijn.“
Monseigneur Romero wijst voortdurend op de urgentie om ‘nieuwe mensen’ te zien opstaan in de Kerk en in de wereld, die in staat zijn om ‘nieuwe samenlevingen’ te creëren. Het is duidelijk dat de structuren en systemen die de afgelopen eeuwen zijn opgebouwd meer dan uitgeput en versleten zijn. De economische uitbuiting van grote meerderheden van de bevolking, met als enige bedoeling om zij die de productiemiddelen in handen hebben, de elites, te verrijken: dit ‘systeem’ heeft zijn uiterste grenzen van onmenselijkheid bereikt. De uitputting van de natuur, de multidimensionale vernietiging van de Aarde en de manier waarop zij zonder scrupules geofferd wordt op het altaar van het woeste kapitalisme (in al zijn vormen) – het brengt de mensheid stilaan aan de rand van de vernietiging van het leven.
We kunnen de oproep van Aartsbisschop Romero om “… nieuwe mannen en vrouwen te zijn” niet los zien van de verandering van de oude structuren die moet gebeuren. Natuurlijk moeten christenen een ander soort leven leiden, en andere keuzes maken in de economie, in de politiek, in de cultuur, in het sociale leven. En het is duidelijk dat de gelovige gemeenschap zelf (de Kerk) een alternatief moet zijn voor het leven in al zijn dimensies zoals het vandaag geleefd of ondergaan wordt - een alternatief dat een écht teken is van het Koninkrijk Gods dat komende is. Daarom is het dringend nodig dat de patriarchale en verticale structuur van de Kerk fundamenteel veranderd wordt en dat het functioneren van de Kerk als ‘systeem’ ten gronde wordt omgevormd. De ‘kerkelijke macht’ in al zijn vormen moet ongedaan gemaakt worden, zodat de dienst en het getuigenis van een nieuw leven ten volle zichtbaar kunnen worden.
Op dit moment weten we nog niet wat de ware en blijvende vruchten zullen zijn van de Synode, het grote wereldwijde overleg over de synodaliteit binnen de Kerk, het volk van God onderweg. Mooie verklaringen en resoluties hebben geen nut als ze niet gepaard gaan met moedige beslissingen en concrete daden. Denken we maar aan het realiseren van ware autonomie voor de lokale kerken in communicatie met elkaar. Laten we nadenken over het doorbreken van de exclusiviteit die mannen nog altijd hebben bij het leiden van de Kerk op alle niveaus. Laten we denken aan nieuwe pastorale prioriteiten, te beginnen bij de aandacht en zorg voor kwetsbare en gewonde mensen en groepen, zij die het meest uitgesloten worden in de samenleving. Laten we denken en meewerken aan een nieuwe liturgie, geïncarneerd in de historische realiteit van het leven. Alleen ware verscheidenheid kan de bron zijn van Eenheid in Christus. Waarom is het voor ons allen toch zo moeilijk om te geloven in de kracht van de Heilige Geest die vanuit het volk van God, vanuit de ‘armen’, het aanschijn van de aarde zal vernieuwen? Dat we trouw zouden blijven aan het beste van de kerkelijke traditie, dat wordt niet gegarandeerd door het alsmaar blijven herhalen van die traditie van vroeger met haar dogmatische formules en verstarde rituelen, maar door het creatief samen zoeken naar nieuwe antwoorden, zowel op de nieuwe vragen (van onze generatie en van die van de toekomst) die zich aandienen, als op de fundamentele vragen over het leven zonder meer (het voortbestaan van de planeet en het menselijk leven op aarde).
Het vernieuwingswerk dat dringend moet gebeuren in de Kerk vereist een deconstructie van alles wat niet (meer) werkt, wat schadelijk is, wat de geloofspraktijk blokkeert. En tegelijkertijd moet het heel creatief en dynamisch opgevat zijn, in de lijn van de bevrijdende boodschap van Christus en het Evangelie. Het fundament van de Kerk wordt gevormd vanuit het antwoord op heel concrete vragen zoals: ‘Ik had honger en wat hebben jullie gedaan om mij te eten te geven…?’ Laten we niet twijfelen om er mee te beginnen en er aan mee te doen. We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde.
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog deze citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Eerste Zondag van de Advent-B van 1978, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
166 Iglesia y Reino de Dios:
165 La iglesia de los pobres:
https://www.facebook.com/watch?v=290036333251691
Overdenking voor zondag 3 december 2023. Voor deze overdenking hebben wij een aantal citaten genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Eerste Zondag van de Advent, cyclus B, 3 december 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 34-35.