Witte Donderdag (2008)

A-cyclus · Vasten · Witte donderdag · wit

Homilie

Wat is het bewijs van liefde tot het uiterste toe? We lezen vanavond uit de afscheidsrede van Jezus, het begin van hoofdstuk 13 van de Evangelist Johannes. Een situatieschets: Judas heeft reeds het duivelse plan opgevat om Jezus te verraden en over te leveren. Het net om Jezus heen spant zich aan alle kanten. Niet Jezus is naïef maar zijn leerlingen.

Iets verder, in hoofdstuk 15, halverwege de afscheidsrede, die loopt tot en met hoofdstuk 17, zegt Jezus: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden (Joh. 15, 13).” Zo komen twee woorden bij elkaar, liefde tot het uiterste toe en de grootste liefde, je leven geven voor de ander. Jezus zegt dan: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.” Toch gaat Hij Zelf, in onze optiek nog verder, wanneer Hij zijn leven ook geeft voor zijn vijanden. Hij zegt: “Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.”

Wat is de voetwassing, die zo centraal staat in deze lezing vandaag? “Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus van tafel op. In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, legde Hij zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.”

Het begint met de woorden: “Onder de maaltijd”. Johannes sluit aan bij de andere Evangelisten die het laatste avondmaal uitgebreider vertellen door te beginnen met de woorden: “Onder de maaltijd.” Daar waar Marcus en de andere Evangelisten vertellen hoe Jezus het brood nam en ook de beker en sprak: Dit is mijn Lichaam en dit is de Beker van het Nieuwe Altijddurende Verbond, dit is mijn Bloed", op die plaats vertelt Johannes hoe Jezus zich met een doek omgordt en de voeten van zijn leerlingen wast. Daar waar de andere Evangelisten door het Brood en de Wijn verwijzen naar Jezus zelfgave aan het kruis op Goede Vrijdag, als daar zijn Lichaam aan het kruis hangt te sterven, als daar zijn Bloed wordt vergoten, daar neemt Johannes de voetwassing op, alsof Hij bang is dat dit element vergeten wordt.

De Eucharistie vieren, zijn Laatste Avondmaal, maar ook zijn overwinning op de dood. Vieren dat de Levende Heer in ons midden is, dat is wat de Christenen vanaf de eerste zondag hebben gedaan, zoals ook de emmausgangers hebben ervaren, zij herkenden Hem bij het breken van het Brood. Maar wat betekent Eucharistie vieren? Wij spreken bij de Eucharistie over een verandering. Brood en wijn worden Lichaam en Bloed van Christus. Een verandering, in de klassieke theologie “transsubstantiatie” genoemd. Onze paus noemt dit bij voorkeur ‘verandering’, want het gaat niet alleen om dat moment, maar om alles wat daaromheen staat. De verandering die ons in Brood en Wijn wordt aangereikt, moet onszelf veranderen, ons en heel deze wereld. Het moet onze manier van kijken en horen en spreken en doen veranderen, het moet onze gemeenschap veranderen, onze manier van omgaan met elkaar. In zijn laatste schrijven “Sacramentum Caritatis” gaat de paus daar uitgebreid op in. Eucharistie is het sacrament van de liefde.

Die fundamentele verandering, die de oorsprong is van de verandering van deze wereld in Gods koninkrijk, die een verandering is van aards leven naar het leven in God, die verandering beeldt Jezus bij Johannes op die andere manier uit. Het is alsof Johannes wil zeggen dat wij mogen niet vergeten dat Jezus bij het laatste avondmaal, bij het Brood en de Wijn, nóg een teken heeft gesteld: ‘De Voetwassing’. Daarbij zegt Hij dan: “Begrijpt gij was Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.”

In de Eucharistie vieren we niet alleen het verlossende lijden en het sterven en het verrijzen van Christus, in de zin van: Dit heeft Hij voor ons gedaan. In het Brood en de Wijn vieren we niet alleen zijn Verbond, het Nieuwe Verbond waardoor we zijn hersteld in de eenheid met God en met elkaar. Dit Brood moet ons aansporen tot navolgers van Christus. Eten van zijn Brood en drinken uit zijn Beker, is ja zeggen op zijn Verbond van Liefde, zijn Nieuwe Altijddurende Verbond. Het enige verbond dat in alle stormen van de tijd zal standhouden, dat door geen ander verbond kan worden overtroffen; Hij is Zelf ons Verbond in Vlees en Bloed. Hij is het Levende Verbond dat door de dood heen is gegaan, dat door de dood heen is gehaald en tot nieuw leven gebracht door de Vader en is verheven aan zijn rechterhand.

Deelnemen aan zijn verbondsmaaltijd wordt door Johannes aangemerkt als instemmen met navolging, navolging van de Dienaar der dienaren. “Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.”

Wat ik hier doe als priester is een teken, een krachtig teken, maar het gaat uiteindelijk niet om wat we hier uitbeelden, het gaat erom wat we er thuis en in de wereld mee doen. Zoals het ook niet genoeg is ja te zeggen op zijn Brood, op zijn Kerk en op zijn Sacramenten, het gaat er ook om wat wij daarmee doen; of het in ons dagelijks leven zichtbaar wordt wat wij doen ten dienste van onze broeders en zusters.

“Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus van tafel op…” Jezus heeft de voeten van al zijn leerlingen gewassen, ook de voeten van Judas, ook die van Petrus, ja, ook die van ons. Wij zijn hier niet omdat wij beter zijn dan de mensen die niet naar de kerk gaan, wij zijn hier niet omdat we heiliger zijn; misschien, hopelijk zijn we ook niet slechter.

We zijn hier omdat Hij ons de voeten wast. De voeten waarmee wij onze weg gaan door dit leven. Voeten die rechte wegen moeten gaan, voeten die soms kromme wegen gaan. Maar ook onze voeten in figuurlijke zin, voeten in de maatschappij waarmee kleine mensen worden vertrapt. Jezus wast ze, Hij de dokter komt voor de zieken, Hij de zuivere reinigt ons die onrein zijn, Hij geneest ons, opdat wij elkaar kunnen dienen, zoals Hij ons heeft voorgedaan. Amen.

Voorbede

Wij bidden om de liefde van Christus die ons en heel de wereld verandert.

Wij bidden voor alle gelovigen die wereldwijd Witte Donderdag vieren; dat zij in de Eucharistie de kracht vinden die zij nodig hebben om te leven in dienstbare liefde. Bidden wij voor de diaconie en voor alle diakens, dat zij vreugde vinden in hun dienstwerk. Bidden we voor paus, bisschoppen en priesters, en allen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk, dat zij leiding geven in dienende liefde. Laat ons bidden.

Wij bidden voor de oecumene; dat in de oecumenische dialoog wegen worden gevonden om het sacrament van de Eucharistie, verbonden aan het sacrament van het priesterschap, opnieuw Sacrament van de Eenheid te doen zijn, een nieuwe eenheid binnen de grote familie van alle Christenen. Laat ons bidden.

Wij bidden om vrede in de wereld; dat de verandering die Jezus heeft bewerkt, de verandering die we vieren in de Eucharistie en die we mogen beleven in onze dagelijkse arbeid, dat zijn verandering door mag werken in de hele wereld, opdat het mag worden één Volk van God in het éne Koninkrijk. Laat ons bidden.

Wij bidden voor onze parochies, we bidden om roepingen voor priesters, diakens, religieuzen, pastorale werkers, bestuurders, en zoveel andere werkers in de wijngaard van Christus. We bidden voor de kinderen die hun Eerste Communie of hun Vormsel gaan ontvangen, voor bruidsparen en dopelingen, groot en klein, voor zieken, thuis en in de ziekenhuizen. Bidden we even in stilte…. Laat ons bidden.

Zoeken in Preken Online