Waarom vermeldt Johannes in zijn beschrijving van het laatste avondmaal het breken van het brood en het delen van de wijn helemaal niet? Was het omdat de anderen dat al drie keer vermeld hadden in hun evangeliën? Was het omdat Jezus bij Johannes al zo vaak gezegd had dat hij het brood was voor ons leven? Of was het omdat Johannes dacht dat de voetwassing een betekenisvoller teken was van Jezus’ intentie dan het breken van het brood en het drinken van de wijn?
Tijdens een conferentie van westerse theologen in Frankfurt stelde een vertegenwoordiger uit een derdewereldland die vragen. Wat zou er gebeuren, zo vroeg hij, als we Jezus’ woorden over het wassen van die voeten even ernstig zouden nemen als die waarmee hij de eucharistie instelde? Wat zou er gebeuren als we bereid zouden zijn de voeten van de armsten onder ons te wassen? Wat zou het effect zijn als we dat teken van Jezus’ liefde voor ons onder elkaar zouden beoefenen en beleven? En wat zou het betekenen voor ons als we die armsten ons de voeten lieten wassen, op de manier zoals Jezus de voeten van zijn leerlingen waste?…