Aswoensdag A - 2002

A-cyclus · Vasten · Aswoensdag · paars

Vasten, zuster en broeders, is versoberen en delen. Woorden van Jezus zelf. Maar hier zitten we met een probleem: het woord ‘vasten’ leeft niet meer echt in onze woordenschat. Veel jongeren kennen het zelfs niet meer, en als ze het wel kennen, weten ze niet wat het betekent. Voor hen is de vasten vooral een heel plezante tijd: ge kunt immers van de ene carnavalsstoet naar de andere carnavalsfuif gaan. Ze zijn dan ook stomverbaasd als ze horen dat vasten niets te maken heeft met fuiven en plezieren, maar integendeel alles met versoberen en delen.

Vasten is in de eerste plaats een tijd waarin we opgeroepen worden tot ‘genoeg hebben’, en dat is voor ons niet zo vanzelfsprekend. Onze hele maatschappij, onze economie, onze banken, onze politici, ons onderwijs, kortom, ons hele denken herleidt alles tot cijfers, en als die cijfers niet stijgen, is iedereen ongelukkig. Alles moet voortdurend groeien: onze industrie, ons bruto binnenlands product, de beurs, onze bankrekening en ons verlof: het moet meer en groter en sterker zijn dan verleden jaar, verleden maand, verleden week, of dan gisteren, anders deugt het niet. Aan die wedren naar méér wil de vasten even een halt toeroepen. Even een moment van bezinning, een moment van: Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Heb ik nog wel tijd voor iets anders dan voor ‘méér’? Tijd en belangstelling? Is er in mijn leven nog ruimte voor iets anders dan voor ‘méér’?

Vasten wil ons die ruimte doen scheppen. Ruimte voor onszelf, voor wat diep in onszelf leeft maar dat we verduwen omdat we geen tijd hebben. En ook ruimte voor God. God die het moeilijk lijkt te hebben in onze tijd en in onze maatschappij. God die weggeduwd lijkt te worden door onze haast en door onze wedren naar méér. God die nochtans onze Vader en onze Moeder is, en bij wie we altijd terecht kunnen, juist omdat Hij onze Vader en onze Moeder is.

Ruimte voor God, maar ook ruimte voor elkaar: voor onze vrouw of onze man, onze kinderen, onze buren, onze klasgenoot, de man of de vrouw naast ons op de trein, op straat, op het werk. Ruimte voor een vriendelijk woord, een schouderklop, voor niet gespeeld maar voor echt luisteren naar wat iemand anders kwijt wil. Vasten is tijd hebben voor elkaar, is voor elkaar stoppen en elkaar voorrang geven, niet alleen met de auto, maar in elke ontmoeting.

En vasten is ook: ruimte scheppen voor de wereld, of, zoals Jezus het zegt, vasten is gerechtigheid doen aan de wereld. Beginnen met onze ogen te openen en niet langer te zeggen: ’t is ver van mijn bed, wat kan ik eraan doen, wat kan het mij schelen! Natuurlijk kan het ons schelen: de armoede, de honger, het geweld, het onrecht, de kloof tussen rijk (en dat zijn wij) en arm (en dat is een groot deel van de wereld). Natuurlijk trekken wij het ons aan. Natuurlijk blijven we niet doof voor de oproep van Broederlijk Delen om ons te bezinnen over onze manier van leven, een manier die onze aarde ronduit in gevaar brengt en die voor een niet gering gedeelte steunt op uitbuiting. Natuurlijk gaan we daar aandacht voor hebben, natuurlijk gaan we solidair zijn.

Vasten, zusters en broeders, is meer en beter mens worden, in Gods Naam. Amen.

Zoeken in Preken Online