5e zondag van de Veertigdagentijd (2008)

A-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

Marta en Maria kunnen niet verder kijken dan het graf. Het sterven van hun broer zal haar ongetwijfeld in grote moeilijkheden hebben gebracht. Twee jonge ongetrouwde vrouwen samen zonder bescherming, zonder inkomen: hoe moet dat verder? De ramp die hen getroffen heeft, roept vele ontroering en medeleven op bij veel andere mensen: veel mensen zijn gekomen om de zussen te troosten en zij zijn getuige van het grote verdriet dat Jezus raakt wanneer hij bij het graf aankomt. Hij is verdrietig omdat hij van Lazarus hield. Bovendien zegt de schrijver dat het graf van Lazarus een rotsgraf is. Het is blijkbaar uitzonderlijk of er zit een diepere boodschap onder. Wie kan dan niet denken aan het andere rotsgraf dat nog wacht op zijn eerste bewoner die niet lang daarna daar te ruste wordt gelegd? Zou de huivering van Jezus daarmee te maken kunnen hebben?

De dood bedreigt het leven. De doodse krachten bedreigen de levenwekkende verkondiging en aanwezigheid van Jezus in de wereld. Er is een lange discussie voorafgaande aan het besluit van Jezus om naar Judea te gaan. Door de leerlingen wordt hem afgeraden naar Judea te reizen, omdat zijn leven op het spel staat. Hier speelt dus ook meer dan alleen het sterven van Lazarus en het verdriet van zijn zusters. Misschien herinnert U zich dat ik vorige week gezegd heb dat de genezing van de blindgeborene niet slechts die ene man betrof maar uiteindelijk over heel de mensheid ging die zijn weg moet zoeken tussen goed en kwaad tussen schuld en vrijheid. Dit hele verhaal van vandaag is een voorbereiding op het sterven van Christus zelf: hoe zullen zijn woorden stand houden als ook Hij om het leven wordt gebracht? De eerste leerlingen grijpen na Pasen en hun ervaringen met de verrezen Heer terug op de woorden die Hij tot Marta gesproken heeft: “Ik ben de verrijzenis en het leven”. Na Pasen klinkt dat heel anders dan op te moment zelf dat Hij deze woorden uitsprak.

In dat verdriet wordt Marta aangesproken op haar geloof: “Je broer zal verrijzen.” “Ja dat weet ik, bij de verrijzenis op de laatste dag.” Het geloof is iets voor straks, voor het einde der tijden. Dat zal haar moeilijkheden van deze dag niet wegnemen. Ik kan het me goed voorstellen dat een mens die altijd gelovig is geweest en die op een zekere dag door de dood of ziekte of andere rampen wordt getroffen, zich afvraagt: “Waarom heb ik altijd zo trouw geloofd. Wat helpt het me nu? Wat heb ik er aan gehad?” Het is ook vaak de vraag en de blikrichting dan de samenleving die ons omringt en die sceptisch of zelfs kritisch naar ons kijkt: als je voldoende gelooft zou je toch mensen weer uit de doden moeten kunnen doen opstaan? En dan wordt de waarde afgemeten aan het vermogen om wonderen te doen, en dan vooral wonderen die de natuurwetten opheffen. Pas als we wonderdoeners worden, zal de wereld ons willen navolgen.

Maar Jezus wijst een andere weg die misschien voor buitenstaanders minder populair is, maar die uiteindelijk de bron van het werkelijke geluk betekent. Op de eerste plaats toont Christus hoezeer god van mensen houdt: Jezus barst in tranen uit bij de aanblik van het graf waarin zijn goede vriend ligt, het zijn de tranen van God omdat Hij ziet dat de weg van de mens zo vaak tot de dood leidt. God is niet onbewogen bij het zien van het lijden van de mensen. God spreekt dat uit tegen Mozes in de woestijn wanneer Mozes het brandend braambos ziet; God spreekt dat uit tegen Elia wanneer die in de bergen zijn toevlucht zoekt. Ze spreekt God in Christus tot ons en spreekt uit dat Hij niet wil dat de weg van de mens tot de dood zal leiden.

Kun je in de woorden van Christus woorden verstaan die van God zelf afkomstig zijn? Woorden die komen vanachter die horizon waarachter wij maar niet kunnen kijken? Lazarus komt achter die horizon weer vandaan om ons duidelijk te maken dat het mogelijk is dat er een boodschap vanachter die horizon afkomstig is. Het is Christus die ons de blik gunt achter die horizon. Gedeeltelijk slechts en binnen de beperkingen van onze geest. Maar wanneer zijn Geest ons raakt en in ons tot spreken komt, zal die de kracht die in Jezus was, die levenwekkende kracht ook ons nieuwe levensmoed en levensadem geven. Laten wij ons toevertrouwen aan die Geest die ons over die horizon van de dood heen tilt en nu al laat delen in het leven van God zelf in Christus die de verrijzenis en het leven is.

Amen

Zoeken in Preken Online