5e zondag van de vasten A (2002)

A-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

Ik ben Joram, zo heet ik, maar ik was vaak Lazarus, ik was vaak stomdronken. Ik wist dat ik me dood dronk, maar ik was niet bij machte op te houden. Sinds de dood van mijn vrouw ging alles verkeerd. Ik kon de eenzaamheid niet aan en vluchtte naar het café. Van het een kwam het ander. Ik verwaarloosde mezelf. Mijn werk ging er onder lijden, vaak had ik dan al teveel op. Ik werd ontslagen en toen was mijn leven helemaal doelloos. Ik zat begraven in het graf van mijn machteloosheid. Ik was zelf a.h.w. de zware steen die mijn gevangenis afsloot.
Maar toen kwam Jezus en die zei: Lazarus kom naar buiten. En eigenlijk tot mijn eigen verbazing kwam ik naar buiten. Eenmaal uit mijn graf ben ik een nieuw leven begonnen. Zonder hem was me dat nooit gelukt.
Ik ben Rebecca, zo heet ik eigenlijk wel niet, maar mijn ware naam houd ik liever verborgen want ik schaam me heel erg voor mijn familie. Ik ben nu 21 jaar, maar vijf jaar lang heb ik op straat geleefd. Na de zoveelste ruzie thuis ben ik weggelopen. Ik voelde me thuis net een gevangene, ik moest van alles maar ik wilde vrij zijn, mijn eigen weg gaan. Mijn ouders bedoelde het vast goed, maar ik kon er niet meer tegen.
Toen ben ik naar Amsterdam gegaan. Wat ik daar allemaal gedaan heb, daar praat ik liever niet over. Daar schaam ik me voor. Wat ik voor vrijheid aangezien had, werd echter een andere gevangenis. Ik voelde soms als iemand die in een graf lag weg te rotten en niemand gaf iets om mij. Ik was al dood, zo leek het wel.
Toen kwam Jezus en die zei: Lazarus, kom naar buiten. En toen ben ik, heel angstig weliswaar, naar buiten gekomen. Ik ben weer gaan leven, ik heb weer leren leven, met wat ik meegemaakt heb, een illusie armer en een ervaring rijker.
Zo kan ik natuurlijk nog wel honderd Lazarussen van onze tijd beschrijven. Ze zijn er in alle soorten en maten: mensen die verloren gelopen zijn, mensen wier menswaardigheid en menselijkheid gestorven is, mensen, levend begraven in hun machteloosheid, onmachtig om de draad weer op te pakken.
En toen kwam Jezus en die zei: Lazarus, kom naar buiten, kom weer tot leven. Maar waar is die Jezus die mensen tot leven wekt. Die Jezus van nu kan ook iedereen zijn, ook u en ik kunnen die Jezus zijn. U en ik zouden die Jezus moeten zijn als we echt zijn volgelingen willen zijn. Je hoeft geen wonderen te doen, je moet alleen je hart laten spreken.
Meestal kijken we alleen naar het wonderbaarlijke in zo’n evangelieverhaal. Dan denk je: mooi voor Lazarus en zijn zusters toen, maar voor ons heeft het geen enkele betekenis. Maar we moeten ook naar de mens Jezus kijken: hoe hij tot tranen toe bewogen was met de dood van zijn vriend en met het verdriet van de zusters van Lazarus.
Medeleven, medelijden, daarmee wek je mensen tot nieuw leven. Dat geldt ook voor ieder van ons. En natuurlijk: iemand bij naam roepen en zeggen: kom weer tot jezelf, kom weer tot leven, dat is voor ons niet genoeg. We moeten binnengaan in het graf van de ander, in zijn of haar gevangenis, we moeten misschien praten als brugman om te overtuigen we moeten misschien aan hem of haar trekken en blijven trekken, we moeten ondersteunen en blijven ondersteunen en hem of haar helpen om weer zinvol te leven. Zo zullen wij Jezus moeten zijn voor de Lazarus van vandaag.
Misschien is dat teveel van onze krachten gevraagd, dat kan. Misschien zeggen we: hoor eens, ik wil wel helpen, maar dat is me teveel gevraagd. Dat kan best terecht zijn. Maar als wij ons geloof in die Jezus van Nazaret serieus nemen, dan moet eerlijk medeleven en medelijden ons ook uitdagen om de handen uit de mouwen te steken om iemand weer tot leven te wekken.
En gelukkig zijn er mensen, veel mensen, die als Jezus zijn voor mensen in hun omgeving, veel mensen die hun hart laten spreken. Hopelijk horen ook wij daarbij.

Zoeken in Preken Online