Bij het aanhoren van dit lange evangelieverhaal hebt u misschien
gedacht: sla maar een stuk over, dat verhaal hebben we al zo vaak
gehoord, vroeger werd het in elke begrafenismis voorgelezen.
Misschien hebt u gedacht: prachtig voor Lazarus en zijn zusters, maar
schiet maar op, anders duurt de mis zo lang. Al die wonderverhalen in
het evangelie vinden we best mooi, maar dan lopen we snel door, want
wij kunnen er toch niets mee doen. De macht om wonderen te doen hebben
we nu eenmaal niet. Toch is dat heel jammer, want zo ontgaan ons wel
andere dingen die heel belangrijk zijn en waar we wel wat mee kunnen
doen.
Laten we even stilstaan bij dit verhaal. Lazarus en zijn zusters waren
duidelijk hele goede vrienden van Jezus. Als hij die huilende Maria
ontmoet, dan schiet hij zelf vol. Hij was diep ontroerd. En toen hij
bij het graf kwam begon hij te wenen, staat er.
En
als je alleen maar naar het wonder kijkt dan zie je die diep menselijke
gevoelens over het hoofd, maar daarin juist ligt de hele motivatie van
zijn handelen.
Jezus was diep begaan met het lijden en het verdriet van zijn
medemensen en hij deed eraan wat hij kon, en juist daar ligt heel zijn
verlossingsboodschap voor ons: wees begaan met het lijden en het
verdriet van je medemensen en doe eraan wat je kunt, al is het nog maar
zo’n klein beetje. Dat is het wezen van heel het gebod van de
naastenliefde.
Lijden en verdriet, we zien er zoveel van, in de krant, op de
televisie, dat we er gehard tegen raken. Zoals iemand zei: als je die
narigheid op de t.v. ziet, zou ik wel kunnen huilen, maar in plaats
daarvan ga ik naar de keuken om een lekker bakkie koffie te halen.
Lijden en verdriet, we komen het steeds weer tegen in onze eigen
omgeving, in de vorm van dood, ziekte, pijn, tegenslagen. En we voelen
ons dan zo verschrikkelijk machteloos. We zeggen: ik zou zo graag
willen helpen, maar ik kan er toch niets aan doen. En daarom, en een
beetje uit zelfbescherming, lopen we er maar in een grote boog omheen.
Huilen, meehuilen met anderen, dat is in onze tijd en cultuur:
kinderachtig, je moet sterk en stoer zijn. Of er wordt gezegd: daar kan
ik niet tegen, en dan wordt er snel doorgelopen.
Gelukkig zijn er ook nog vele mensen die er wel tegen kunnen.
Als christenmens kun je er niet onderuit: wees begaan met het lijden en
het verdriet van je medemensen, en doe er wat aan, al is het nog zo’n
klein beetje.
5e zondag van de vasten A (1999)
A-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars