4e zondag van de Veertigdagentijd – jaar A

A-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

Dag iedereen,

in bijlage stuur ik even het ‘huiswerk’ door dat ik maakte ter voorbereiding van de vieringen voor het weekend van 25-26 maart aanstaande. Er is een homilie in korte versie, en een andere versie met nog een uitgebreider stuk commentaar erbij. Verder stuur ik ook nog even mee: het verslag van een onvergetelijke ‘anekdote’ en belevenis tijdens de reis die ik enkele jaren maakte naar EL Salvador, met o.a. een bezoek aan Morazàn en de basisgroepen van Roger Ponseele. En tenslotte nog een interview dat in februari 2014 verscheen in OKRA-magazine. Het gaat allemaal over dat ‘zien’, over de genezing van ons blindgeboren-zijn (individueel en als Kerk), en over de ‘(lees)bril van de arme’ die we telkens moeten opzetten om de Schrift goed te lezen en onze ‘diaconale roeping’ te blijven ontdekken.

Misschien is hieruit nog iets bruikbaar voor komend weekend?

Met hartelijke groet - ‘We blijven duimen voor een warme samenleving!’

geert dedecker

Dienst Diaconie bisdom Brugge

en ORBIT West-Vlaanderen


De bril van Roger Ponseele…

Perquin in Morazán-El Salvador, zondagmorgen 7 april 2013. De wekelijkse zondagsmis moet om acht uur beginnen in het parochiekerkje van Roger Ponseele, en wij met onze reisgroep van diakens uit West-Vlaanderen worden daar verwacht. Maar we hebben een beetje ‘retard’ met onze bus, en we voelen ons al wat schuldig omdat we te laat zijn. Wanneer we de kerk binnengaan, is het echter vlug duidelijk dat men er geen haast heeft om de viering te beginnen. Roger is vooraan in de kerk aan het inzingen met enkele jongeren; de muzikanten stemmen hun instrumenten, en de mensen van terplekke zoeken een plaatsje in de reeds behoorlijk volgelopen kerk. De kinderen lopen er vrij binnen en buiten want het is er op dat vroege uur al vrij warm… En Roger neemt tussen het zingen door her en der contact met mensen uit zijn dorp.

We schuiven aan, en mogen als ‘speciale gasten uit Belgica’ op de voorste rijen plaats nemen. Na enige tijd lijkt het er dan toch op dat de viering gaat beginnen. Alles wordt klaargezet op het altaar en Roger ordent zijn papieren van liturgie, preek en zang. Tijdens het zingen van het eerste lied zien we hem echter wat morrelen en scharrelen tussen zijn altaarstukken, waarna hij vertwijfeld in het rond kijkt – en ja, hij verdwijnt zelfs even naar de sacristie en lijkt iets te zoeken… In zijn sappigste West-Vlaamse dialect horen we hem zelfs tussen zijn tanden grommen (want de micro staat al aan!): ‘Godver, waar is mienen bril naartoe? ‘k En zie geen steke voor mijn ogen. Hoe moekik nu de messe doen?’

Wanneer hij dan in opperste verwarring de kerk in kijkt, in de hoop dat iemand uit het dorp hem misschien zal kunnen helpen, stapt hij plots van zijn altaar weg, daalt van de treden af, en neemt zonder vragen de bril weg van een vrouw die daar vooraan gezeten is. Roger is de zijne blijkbaar tijdens de voorbereiding kwijtgespeeld en nu kan hij zijn teksten niet goed lezen. Dan zet hij ongegeneerd die ‘bril van een ander’ op zijn eigen neus, gaat gezwind terug naar zijn altaar - en nu pas kan de viering écht beginnen…

Roger, priester, medestander van de armen, en al zoveel jaren gelovig onderweg met ‘zijn mensen’, leest vervolgens de liturgische teksten, bidt de gebeden, zingt de liederen en verkondigt zijn blijde boodschap met vuur en passie – maar alles nu bekeken door en gelezen met de bril van een gewone vrouw uit het volk van de armen.

Zo gaat Rogelio Poncel – 75 jaar oud, en al meer dan 45 jaar werkzaam bij de armsten in El Salvador - dus voor in de liturgie en in het leven: altijd vanuit het perspectief van de gewone man en vrouw. Hij heeft de werkelijkheid leren bekijken met de blik van een campesino die zoveel onrecht meemaakte; hij leest de moeilijke vragen en raadt de verborgen kwetsuren van het volk met de ogen van zijn hart; hij spreekt en preekt en zingt vanuit het opstandige geloof en de niet-aflatende hoop van de kleine mensen wiens medestander hij voorgoed geworden is. ‘El Padre Tomate’ noemen ze hem ginder wat ondeugend. Hij is waarachtig iemand die geen vrede neemt met armoede!

En wij, toevallige passanten en bezoekers van één dag daar in Perquin, beseffen bij dat akkefietje met die ‘bril van Roger’ ineens en voorgoed: op weg gaan met mensen in armoede hier en in de Derde Wereld is je telkens weer afvragen: ‘Godver, waar is er ergens ne goeien bril? Da’k klaar kan zien, da’k de feiten juste kan lezen, en da’k terzake kan handelen en blijven vechten voor recht..!’

Roger, jij die nu al meer dan 45 jaar met en tussen de armen leeft: wat hebben de armen jou geleerd? Wat heb je in al die tijd doorheen de ‘bril van de armen’ gezien dat verhelderend was/is voor jezelf en voor ons?

Dit hebben de armen me geleerd:

Het is beter je hart te vullen met hoop,

dan met ontmoediging en wrok.

Het is beter dingen samen te doen,

dan elk voor zich.

Er is een negende zaligspreking:

Zalig de koppigaards

die altijd voortdoen!

(Roger Ponseele, 15 okt. 1996 in Gullegem en 17 oktober 1996 in Brugge)


“Priester word je dankzij mensen die in je geloven, je vragen, je

de ruimte geven. Het is door een ander zijn bril kijken, vertrouwen

geven en een kader maken rond wat mensen meemaken.”

Geert Dedecker (66) is priester en in het bisdom Brugge verantwoordelijk

voor de diaconie en voor Kerkwerk Multicultureel

Samenleven. Hij is er ook actief in de basisgroepen.

De bril van een ander

OKRA-magazine – februari 2014 – rubriek: OKRA-ZINGEVING

Geert Dedecker: “Het is sterk als mensen een appel op je doen. Als ze niet

zeggen van ‘je bent maar dit of dat’ en niets van jou verwachten. Maar als ze

je vragen om uit je kot te komen. Dàt zijn grote momenten.”

“Priester worden, was een kans om iets van mijn leven te maken. Hoe ik die roeping concreet heb ingevuld, is in de loop der jaren ongelooflijk veranderd en gelukkig maar. De kajottersbeweging vroeg me of ik hun proost wilde worden. Dat was een scharnierpunt in mijn leven. Dat je gevraagd wordt, dat mensen iets in je zien, dat ze een appel op je doen en dat ze je carte blanche geven om je ding te doen, vond ik ongelooflijk.

Meer nog: wat ik ook ontwierp, ze ondersteunden me met hun leven

en hun volle inzet. In diezelfde geest heb ik ook de basisgroepen leren kennen. Ik mocht twee keer mee naar El Salvador en draai daar nu goed in mee. Ook bij hen was er de vraag: wil je meedoen met ons? Wat een ervaring, dat je iets voor mensen kan betekenen en daartoe de ruimte krijgt. Meer nog: ik krijg meer terug dan ik investeer.”

De bril van een ander

“Ik vertel je een markant, symbolisch verhaal. We waren op bezoek bij Roger Ponseele in Morazán, El Salvador. Roger wou net voorgaan in de zondagsviering maar vond zijn bril niet. Ten einde raad nam hij de bril af van een vrouw die op de eerste rij zat en zette die bril op zijn neus. Je kan maar goed preken, bidden, vieren en de boodschap verkondigen als je door de bril van een ander kijkt. Je kan maar goed kajotteren als je de bril opzet van die jonge gasten voor wie je je engageert.

Welke bril zet jij op om te kijken naar de realiteit? En kan die bril, ondanks alles, een positieve bril zijn? Ik heb bij de KAJ geleerd om regelmatig door een ander zijn bril te kijken. Doe je dat niet, dan zie je niet wat er gebeurt. Zien-oordelen-handelen, zei Cardijn. Dankzij een ander zijn bril, zie je beter wat je moet doen en welke mensen op je werf staan.”

Moderne profeten

“Rita Vandenberghe (ASKOVI Izegem) vangt asielzoekers en mensen zonder papieren op. Elke keer dat ik met haar in contact kom, is dat een ongelooflijk appel. Soms zeer zorgwekkend, het appel van mensen in barre nood. Telkens ik Rita’s bril opzet, zie ik mensen die naar mij kijken en me vragen: wil je iets doen voor mij? Zet ik de bril van Romero of van

Mandela op, dan zie ik hetzelfde: mensen die een appel doen op mij. Het wordt voor mij almaar belangrijker door de ogen van zo’n profeten te leren kijken. In de bijbel zijn er drie belangrijke ambten: de koning, de priester en de profeet. De koning moet de maatschappij organiseren. De

priester moet de Kerk rechthouden. Maar de profeet kijkt met de bril van de slachtoffers en de verliezers zeer kritisch. Hij wijst er voortdurend op dat je maar goed bezig bent als je de meest kwetsbare centraal stelt. Jezus van Nazareth was geen priester maar een profeet. Wie zijn de mensen die mij die bril aanreiken, wie zijn de profeten van vandaag? Rita

Vandenberghe, Daniël Alliët, noem maar op. Anders dan te zeggen ‘wuk ’n avance’ roeien zij tegen de stroom in. Dààr begint Kerk, dààr begint het Rijk Gods, dààr begint de droom van Jezus van Nazareth vorm te krijgen.”

Kadermaker

Als priester voel ik me een kadermaker. Als mensen me vragen voor een viering grijp ik terug naar hun verhaal en ik kader dat in. Onlangs ging ik voor in de uitvaart van Anna, een vrouw die ik niet kende. De kleinkinderen vertelden dat hun oma de beste frietjes maakte, de beste pannenkoeken bakte. Anna betekent: genade. Er zijn twee soorten van genade: de heiligmakende genade en dadelijke genade. Dat stond in onze catechismus. We verkijken ons vaak op de heiligmakende genade maar het is de kleine, dadelijke genade die het doet. Uit zo’n leven van Anna, een leven in het verborgene, valt ontzettend veel te leren.”

“Het is mijn opdracht om het leven in een ruimer kader te plaatsen. Als ik met een schilderijtje bij mijn kadermaker ga, doet hij dat ook. Hij zegt dan: ‘Ho, dat is een mooi schilderijtje’. En hij geeft het een meerwaarde.

Ingekaderd komt het beter tot zijn recht. Onlangs kwam een koppel, tweede relatie, vragen om een viering te doen. Ik ben een kadermaker: ik luister, kijk aandachtig naar hun schilderijtje. En samen werken we aan het kader, zitten daarvoor vier of vijf keer samen. Gaat het om een doop,

dan vraag ik: wat betekent dat kind nu voor jullie? Wat doet dit met jullie? Welke verantwoordelijkheid voel je daarin?”

Herstel van het gelaat

“Ik probeer ook het verhaal van mensen zonder papieren te helpen inkaderen. Dat is veel moeilijker. Ken je Het herstel van het gelaat van Carlos Mesters? Mijn opdracht is: de brokken en stukken uit het gelaat van een mens die geen werk heeft, een gedetineerde, een mens zonder papieren

proberen te herstellen. Rita Vandenberghe is daar voortdurend mee bezig. Els Soenens van OCMW Waregem was daarmee bezig voor Navid, een Afghaanse vluchteling. De vroegere gevangenisdirecteur van Leuven Centraal was daarmee bezig. De uitdaging voor mij: telkens een andere bril opzetten.”

45 jaar trouw

“En elk op zijn plek. Een vrouw, mantelzorger, vertelde me dat ze in 45 jaar huwelijk nog nooit een dankjewel van haar man had gekregen. Ze zei: ‘Hij heeft nog nooit iets positief over me gezegd. Ik heb al honderd keer gedacht: ik ga van hem weg. Intussen is hij ziek, zit in een rolstoel. Het is nog lastiger nu.’ Ik vraag waarom ze niet weggaat. Zij zegt: ‘Hij heeft mij nodig. Als ik er niet ben, is hij verloren.’ Wat een prachtig en tegelijk tragisch verhaal. Ik wil regelmatig de bril van zo’n vrouw opzetten om na te denken over trouw. En de bril van die Man van Nazareth opzetten die tegen die vrouw zegt: wat heb jij een groot geloof! Hij zegt niet: leer iets van mijn geloof. Hij zegt: wat een geloof, wat een moed dat je dit al 45 jaar volhoudt. Ik kan daar veel van leren. Geloven gebeurt waar mensen zien, waar ze elkaars verhaal beluisteren en elkaar aanmoedigen, waar ze kansen scheppen.

Het drama van deze tijd is dat er geen grote verhalen meer zijn. De banken, de politiek, de Kerk, het gerecht, het ACW: alles is verdacht. Terwijl het concrete verhaal van mensen niet verdacht kan zijn. ’t Is zo eerlijk.”

Tekst Dominique Coopman

Foto Violet Corbett Brock

Zoeken in Preken Online