4e zondag van de Veertigdagentijd – jaar A

A-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

Dag iedereen,

sinds vorige week kunnen ook in de gevangenis van Brugge geen weekendvieringen meer doorgaan. Dat is jammer, want voor heel wat gedetineerden is die wekelijkse viering een belangrijk rustmoment na een week van leegte en eenzaamheid, en een uitnodiging tot bezinning en herbronning.

Als aalmoezeniers vinden wij het eveneens doodzonde dat het zo moèt. En het is des te meer jammer omdat wij bij het begin van de veertigdagentijd gestart waren met een cyclus van zeven zondagen rond Mozes (met ook gespreksgroepen tijdens de week gemixt mensen van buiten en gedetineerden). De eerste twee fragmenten uit het Mozesverhaal kwamen reeds in een viering aan bod - verleden weekend was er niets (we waren nog niet op de Corona-crisis voorbereid) - maar komend weekend wordt er ‘verkondigd’ en ‘gevierd’ al wandelende. Dat betekent concreet dat de aalmoezenier rondgaat naar de cellen, en aan de geïnteresseerde gedetineerden wat materiaal aanbiedt ter lezing en bezinning. Met name deze keer: het laatste nummer van Kerk en leven, een bezinning van vier bladzijden over het verhaal van het Brandende braambos (deel drie van onze cyclus), en de tekst ‘Zing!’ (zie bijlage 1 en 2).

Ik wil dit materiaal graag ook naar jullie doorsturen. Wie weet valt dit hier of daar wel ergens te gebruiken in een bezinnings- of bijbelgroep (mits wat aanpassing). Maar de bedoeling is vooral om hiermee de banden buiten-binnen de gevangenis nog wat extra aan te halen en te versterken. Dat is zeker nodig in deze tijden van ‘Blijf in uw kot!’. Vooral gedetineerden, hun familieleden en andere bezoekers weten uit moeilijke ervaring wat dat bevel of die aanbeveling betekent. Zij zijn als het ware ’ervaringsdeskundigen’ op dat vlak - en dat is niet cynisch bedoeld…

In de hoop dat hier of daar iemand hier wat aan heeft…

Met hartelijke groet. ‘We blijven - zeker in tijden van Corona - meer dan ooit investeren in verbondenheid!’

geert dedecker

vrijwilliger-aalmoezenier in de gevangenis PCB Brugge


III.

Er is een Stem die je blijvend roept, Mozes! Er is een Vuur dat in jou blijft smeulen onder de as van de vergetelheid. En vanuit die Stem en dat Vuur maakt God zich kenbaar: ‘Ik-zal-er-zijn’. Hij is er dus ook voor jou.

we lezen het derde deel uit de mozescyclus

Eens dreef Mozes de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.

De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. Daarom stuur ik jou naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden. Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’

Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.”’ Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: “De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.

exodus 3, 1b-7,10-15

ter overweging

Mozes maakt voor het eerst kennis met de God van de Bijbel… Mozes kende God tot nog toe alleen nog maar van horen zeggen. Het was de God van zijn vaderen (Exodus 3,6). Een God uit zijn kindertijd, waar men hem in de catecheselessen en in de Kerk over verteld had, waar zijn grootmoeder prachtige verhalen over vertelde. Nu krijgt die verre, vreemde God-van-zijn-vaderen hier bij het Brandend Braambos een NAAM en een GEZICHT. Hij maakt Zich kenbaar, geeft Zijn adreskaartje en contactgegevens aan Mozes af.

Mozes leert God nu kennen…

… als een VUUR dat niet verteert

Want God is als een vuur: aantrekkelijk én ook gevaarlijk. Een mysterie waar je geen vat op krijgt, zoals een brandend haardvuur. Steeds weer hetzelfde, en toch voortdurend weer anders. Vuur trekt mensen aan, maar ze kunnen er zich ook lelijk aan verbranden. Zo is God ook. Het trekt je aan om in te gaan op het appèl dat van Hem uitgaat, maar je weet nooit waar Hij jou zal brengen of wat Hij van jou zal vragen. Je kunt Hem niet naar je hand zetten of chanteren…

… als een TROUWE en BETROUWBARE GOD

Want Zijn Naam is: ‘Ik-zal-er-zijn’. Een God waar je kan op rekenen, die bij je is, ook op de moeilijkste momenten, ook als jij het niet meer ziet zitten. Een God die in jou persoonlijk en in jouw verhaal geïnteresseerd is, die jou – ondanks alles – de moeite waard vindt, die jou niet in de steek laat…

…als een ROEPENDE GOD

‘Ik ben het Die jou roept’, is Zijn naam. ‘Ik zal jou altijd weer blijven roepen’ is Zijn naam. Ik ben Die roept: ‘Mens, waar ben je, waar blijf je..? Wanneer word je eindelijk mèns?’ Ik ben ook Die roept: ‘Mens, waar is je broer..?’ God is de Stem van mijn geweten, Hij die op mij een beroep doet, die mij nodig heeft om God voor de mensen te kunnen zijn…

…als een LASTIGE GOD

Een God die maar blijft aandringen, ook al heb je honderd uitvluchten, bezwaren en alibi’s. Een God die schijnbaar onmogelijke zaken van jou vraagt (Ga naar Farao, Mozes. En zeg hem dat hij mijn volk moet laten gaan…). Ik durf niet, ik ben niet sterk genoeg, het is nu het juiste moment niet, ik kan niet goed spreken. Zend toch maar liever iemand anders… - Nee, Mozes: jij moet gaan! En nu, op dit moment, vandaag nog…

… als een GOD DIE GEEN ANDERE HANDEN EN VOETEN HEEFT DAN DIE VAN MENSEN

De naam van God is een werk-woord (zoals liefde een werk-woord is). God moet je doèn, God moet je laten gebeuren, God moet je jouw handen en voeten lenen om Hem concreet te maken voor mensen. Geloven in deze God kan nooit theoretisch en vrijblijvend zijn. Geloven is zeer praktisch. We zullen op het ‘laatste oordeel’ niet gequoteerd worden op onze theoretische kennis over God en de geloofswaarheden, maar alle punten zullen toegekend worden op het ‘dagelijks werk’, op het ‘huiswerk’ en de ‘praktijk’…

…als een GOD DIE ZIET EN HOORT WAT MENSEN MEEMAKEN

De God die Mozes hier leert kennen zit niet hoog in de hemel op een troon werkeloos en ongeïnteresseerd toe te kijken, zit niet neer te kijken op mensen en hun miserie. Het is geen God die onveranderlijk en onbeweeglijk-onbewogen is. Geen spiedend oog als Big Brother, geen God van het kadertje ‘God-ziet-mij-hier-vloekt-men-niet…’ Nee, Hij trekt zich het lot van mensen aan, lijdt mee, ziet er ook van af als mensen afzien. ‘Gezien, gezien heb Ik de ellende van mijn volk. Gehoord heb Ik de jammerklachten om zijn onderdrukkers. Ik ken zijn lijden, en Ik daal af om mijn volk te bevrijden…’ (Exodus 3, 7-8)

enkele vraagjes ter persoonlijke overweging

(misschien kan je hierover even met je celgeno(o)te in gesprek gaan)

Welke beelden en namen van God zijn jou als kind aangeleerd of aangepraat? Welke daarvan heb je overgehouden, welke overboord gegooid, en waarom?

**Met welke namen zou je God nu noemen? Wie is God voor jou? Welk beeld heb je nu van God? Wie of wat heeft er voor gezorgd dat dit godsbeeld veranderd is? **(zie hieronder ‘ter inspiratie)

Als jij nu Mozes was, en je staat daar bij het Brandend Braambos, en je hoort Zijn Stem uit het vuur… Wat zou God jou op dit moment vragen om te doen, denk je? Waar ligt nu, in jouw situatie, in deze fase van jouw leven, jouw concrete opdracht? En hoe wil je daar werk van maken?


ter inspiratie***

vader – vriend – moeder – kracht – onbekende – vijand –almachtige – vreemde – woord - die trouw is – Schepper – allerhoogste – held – kracht - brood – gids - bruidegom – onzegbaar gezegde –deur open – droom van een mens – hoeksteen - licht – wreker - zachte Bries - sleutel – bron van levend water – ogenwenker – naaste - boom aan de bron – sterke burcht – verlosser - die in het verborgene ziet - rechter - de enige - die  levend maakt - wachter – herder - sterke arm – de ware - Leeuw - rots in de branding - zon – arend- die verborgen is – parel – twijgje -degene die vergeeft - bron van hoop – vuur - God als woord of als spreken -koning -vader - degene die zegent – bevrijder - Ik zal er zijn – Liefde - Jezus christus - …

*een getuigenis: ‘Doe je schoenen uit, Mozes! De plaats waar je staat is heilige grond.’

Marijke doet vrijwilligerswerk in een Vlaamse gevangenis. Zij vertelt wat haar beweegt en hoe de gevangenis ‘heilige grond’ werd voor haar:

Men vraagt mij wel eens: “Heeft jouw vrijwilligerswerk in de gevangenis voor jou iets met geloven te maken?” En ik vertel dan steeds over die ene keer dat ik bij het binnengaan van de gevangenis mijn schoenen moest uitdoen omdat er blijkbaar iets van metaal als versteviging in mijn schoenzool zat. En dat ik toen dacht aan het verhaal van Mozes die ook zijn schoenen moest uitdoen bij het brandende braambos omdat hij op heilige grond stond. Daar was God namelijk aanwezig.

Sindsdien is de gevangenis binnengaan voor mij het betreden van heilige grond. Van de filosoof Emmanuel Levinas leerde ik dat God te vinden is in het appèl van de ander; iemand die op mij een beroep doet, iemand die mij nodig heeft…Dit appèl werd ooit schitterend verwoord door de Duitse theologe Dorothee Sölle:

Ik was in de gevangenis, en jullie hebben je niet om mij bekommerd. Ik was in de gevangenis, en jullie hebben mijn gezinsleden genegeerd. Ik was in de gevangenis, en jullie hebben je kinderen verboden om met mijn kinderen te spelen. Ik was in de gevangenis en kwam weer vrij maar door jullie wantrouwen begon de straf pas toen.

(uit Ignis Webmagazine – tijdschrift van de Jezuiëten over geloof en samenleving)

** tot slot: gebed om innerlijke vrede in deze onzekere tijden**

Onnoembare, ongeziene, God van alle leven, help me wat rust en kalmte te vinden als wat buiten gebeurt me opjaagt, als gebeurtenissen en emoties me overspoelen, als de zorgen me benauwen, als de angst mijn hartenklop verhevigt, als ik niet weet wat te beginnen.

Onnoembare, ongezien God van alle leven, Neem me dan bij de hand En versterk mijn vertrouwen in U. U bent voor mij als een Vader en een Moeder En U hebt het beste met me voor, Ook al verloopt het leven soms anders dan mijn verwachtingen.

Blijf bij mij God, waak over elk van ons, Altijd en overal. Amen


Ja, er is angst. Ja, er is isolatie. Ja, er is paniekaankoop. Ja, er is ziekte. Ja, er is zelfs dood.

Maar ze vertellen dat ze in Wuhan na zoveel jaren lawaai weer de vogels kunnen horen zingen dat de lucht na een paar weken rust niet langer dik met dampen is maar helder en blauw.

Ze vertellen dat ze in de straten van Assisi mensen horen zingen voor elkaar en hun ramen openhouden zodat degenen die alleen zijn de geluiden van familie om hen heen kunnen horen.

Ze vertellen dat een hotel in het westen van Ierland gratis maaltijden bereidt en aan huis bezorgt.

En vandaag was een jonge vrouw die ik ken bezig met het verspreiden van vliegers door de buurt met haar nummer zodat de ouderen iemand hebben die ze kunnen bellen…

En kerken, synagogen, moskeeën en tempels bereiden zich voor om mensen te verwelkomen en onderdak te bieden aan daklozen, zieken en vermoeiden.

Over de hele wereld vertragen en reflecteren mensen. Over de hele wereld kijken mensen op een nieuwe manier naar hun buren, en over de hele wereld worden mensen wakker met een nieuwe realiteit:

hoe groot we echt zijn. op hoe weinig controle we echt hebben over wat er echt toe doet: liefde en van elkaar houden.

Dus we bidden en we herinneren ons : Ja, er is angst maar er hoeft geen haat te zijn. Ja, er is isolatie maar er hoeft geen eenzaamheid te zijn. Ja, er is paniekaankoop maar er hoeft geen gemeenheid te zijn. Ja, er is ziekte maar er hoeft geen ziekte van de ziel te zijn. Ja, er is zelfs dood maar er kan altijd een wedergeboorte van liefde zijn.

Wees dus bewust van de keuzes die je maakt om nu te leven. Adem vandaag. Luister achter de geluiden van je paniek en hoor de vogels zingen weer! De lucht klaart op! De lente komt eraan! En we zijn altijd omgeven door liefde!

Open de ramen van je ziel! En hoewel je misschien niet de lege straten aan kan raken: ZING!

© Richard Hendrick (Brother Richard) Ierland, 13 maart 2020

~ vertaald vanuit het Engels ~ Hilde Heijn ~

Zoeken in Preken Online