4° Vasten A 2011
OPENINGSWOORD
Broeders en zusters,
reeds herhaaldelijk en ook vandaag horen we in de lezingen, hoe groot Gods liefde is voor eenvoudige en nederige mensen; zo horen we in de evangelielezing het verhaal van de blindgeborene, uitgestoten in de maatschappij. Zijn groot geloof, zijn verlangen om Jezus te ontmoeten, en
Hem te zien, hebben de genezen blinde tot een nieuwe mens herboren.
Hij heeft Jezus gezien; hij heeft Zijn licht mogen aanschouwen.
Ook in de eerste lezing horen we hoe David, de kleinste van het gezin en schapenhoeder, door zijn broeders wordt geminacht. Door Gods woord en door woord en liefde wordt David tot koning gezalfd;
God kijkt naar het innerlijke van de mens.
Zijn wij in staat om Jezus in elke periode van het leven, als lichtgevende bron,
de helper in ons midden zien. – Mogen wij samen in deze eucharistieviering
in één christelijke gemeenschap, God biddend vragen ons te helpen om in alle eenvoud en nederigheid onze zwakheid te bekennen, onze ogen en ons hart te
openen en te vragen om zijn barmhartigheid.
SCHULDBELIJDENIS
Moge de barmhartige God het licht van zijn woord over ons doen schijnen,
zodat we van onze blindheid genezen worden. Amen.
OPENINGSWOORD
Heer onze God,
open onze ogen, maar vooral:
open ons hart voor uw woord van licht en leven;
dat wij niet blind blijven
voor Hem die ons de weg wijst
naar een leven van waarheid en vrede.
Door Christus onze Heer. Amen.
ZENDING
Licht zijn op vandaag; roept ons op tot echt “Broederlijk delen. Dank voor je milde gave.
4° Vasten A 2011
SCHULDBELIJDENIS
Wij staren ons blind op eigen waarden en geluk;
we sluiten onze ogen voor de schrijnende nood
overal ter wereld.
God, wees ons genadig.
Het licht in onze ogen is meestal verduisterd door eigen fouten.
Wij hebben voldoende aan onszelf – aan eigen licht;
zo doven wij het licht voor vele anderen.
God, wees ons genadig.
Wij berekenen met een gesloten hart
en met maten en gewichten, hoeveel wij aan kansarmen geven,
terwijl “BROEDERLIJK DELEN”
oproept tot echt delen.
God, wees ons genadig.
VORMELING
Heer onze God,
Uw boodschap is de weg naar het volle licht.
Maak dat we zien;
dat wij U erkennen als het licht op onze levensweg.
God, wees ons genadig.
4° Vasten A 2011
In de lezing die volgt horen we hoe God aan Samuël de opdracht geeft om
David, de jongste van het gezin en schapenhoeder tot koning te zalven.
God kiest altijd voor de geringen en de eenvoudigen.
LEZING UIT HET BOEK SAMÛEL (16, 1b.- 6-7. 1O, 13a)
In die dagen zei de Heer tot Samuël:
“Vul de hoorn met olie; Ik zend u naar Isai, de Bethlemiet,
want één van zijn zonen heb IK voor het koningschap bestemd.”
Toen Samuël daar aankwam, viel zijn blik op Elia en hij dacht:
die - daar - voor de Heer staat is ongetwijfeld zijn gezalfde!
Maar de Heer zei tot Samuël:
Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte; Hem wil Ik niet.
Want God ziet niet zoals een mens ziet;
een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart.”.
Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor,
maar Samuël zei tot Isaï:
“Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.”
Daarop vroeg hij aan Isaï:
“Zijn dat al uw jongens?”
Hij antwoordde: “Alleen de jongste ontbreekt;
die hoed de schapen.”
Toen zei Samuël tot Isaï:
“Laat die dan halen,
want we gaan niet aan tafel voordat hij hier is.”
Isaï liet hem dus halen.
De jongste was rossig,
had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer:
“Hem moet gij zalven: hij is het.”
Samuël nam dus de hoorn en zalfde hem
te midden van zijn broers.
4° Vasten A 2011
VOORBEDEN
Broeders en zustrers,
door ons doopsel werden wij uitgenodigd om dragers van licht te zijn:
bidden wij om deze gave:
Bidden wij v oor mensen die dagelijks de kans hebben
om in overvloed te leven;
dat ze hun verantwoordelijkheid zouden opnemen
tegenover de noodlijdende mens,
door “BROEDERLIJK TE DELEN”
laten wij bidden:
Bidden wij voor onszelf:
dat we blijvend de kracht putten uit ons samen zijn in de eucharistie;
dat helderheid en licht elke dag ons leven inkleuren;
dat we plaats ruimen voor gebed dat lichtgevend is
en ons bereid maakt tot overgave:
laten wij bidden:
Bidden wij dat wij bewust worden
dat elk samen zijn rond de tafel van brood en wijn,
een lichtpunt moge zijn om intenser naar God
en naar elkaar toe te leven,
als vredevolle en begripsvolle mensen:
laten wij bidden:
VORMELINGEN
Wij danken God voor onze ouders en voor zovele
goede mensen die licht brengen in ons leven
door hun voorbeeld en toewijding
en met heel veel geduld:
Laten wij bidden:
4° Vasten A 2011
VOORBEDEN
Broeders en zusters,
door ons doopsel werden wij uitgenodigd om dragers van licht te zijn:
bidden wij om deze gave:
Goede vader,
Jezus uw zoon is gekomen om ‘licht’ te zijn in ons duister bestaan. Laat zijn licht ons begeleiden, zodat wij hoopvol de toekomst inkijken. Amen.
GEBED OVER DE GAVEN
Heer onze God,
U hebt ons uw zoon geschonken als een licht op onze weg, als voedsel ten leven
Wij gedenken Hem met brood en wijn en bidden U:
sterk ons met deze gaven, opdat ook wij elkaar de ogen openen
voor een leven van liefde en vreugde,
dat duurt tot in eeuwigheid. Amen.
SLOTGEBED
Eeuwige God,
Wie geen licht en toekomst meer zagen, nam U bij de hand.
Wie blind geworden is door een groot verdriet
opende Gij de ogen voor een nieuw begin.
Daarom bidden wij: open onze ogen voor uw visioen van vrede,
opdat wij ziende niet blind zijn,
maar de sporen mogen zien van uw Rijk. Wij vragen het u door Christus onze Heer. Amen.
ZENDING
Licht zijn op vandaag roept ons op tot echt “Broederlijk delen”
Dank voor je milde gave.
4° Vasten A 2011
NA DE COMMUNIE
Ik ben het licht van de wereld.
Heer Jezus,
wij komen naar U toe
met onze gesloten ogen.
Wij zien niet
hoe u aanwezig zijt
midden onder ons
door uw innerlijke liefde
en barmhartigheid.
Kom dan vandaag naar ons toe,
raak ons aan
en open onze ogen
opdat wij niet langer blind zijn,
maar zien hoe U
het licht van de wereld bent,
dat straalt voor alle mensen.
Een licht in de duisternis
voor hen die lijden,
voor hen die wanhopig zijn;
het licht dan ons leidt
naar onze verlossing in God.
Naar Iny Driessen
Naar het evangelie volgens Johannes
Naar Johannes 9
In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan
een man die blind was van zijn geboorte af.
Toen vroegen ze hem:
Hoe zijn dan uw ogen geopend?
Hij antwoordde: “De man die Jezus heet, maakte slijk,
bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij:
Ga naar de Siloam en was u.
Ze vroegen hem toen:
“Waar is die man??
Hij zei : Ik weet het niet.”
De joden wilden niet van hem aannemen,
dat hij blind was geweest en het gezicht herkregen had,
eer zij de ouders van de genezende hadden laten komen.
Zij stelden hun toen de vraag:
Is dit uw zoon die volgens uw zeggen blind geboren is?
Hoe kan hij dan nu zien?
Zijn ouders antwoordden:
Wij weten dat dit onze zoon is
en dat hij blind is geboren.
maar hoe hij nu zien kan, weten we niet;
of wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet.
Vraag het hem zelf , hij is oud genoeg
en zal zelf zijn woord wel doen.”
Zijn ouders zeiden dit omdat ze bang waren voor de Joden,
want de Joden hadden reeds afgesproken
dat al wie Hem als Messias beleed
uit de synagoge gebannen zou worden.
Daarop zeiden zijn ouders:
Hij is oud genoeg, vraagt het hemzelf.
Jezus vernam dat mend e blinde buitengeworpen had
en toe hij hem aantrof, zei hij: “Gelooft ge in de mensenzoon?
Hij antwoordde: Wie is dat, Heer; Dan zal ik in hem geloven.
Jezus zei hem: Gij ziet hem, het is degene die met mij spreekt.
Toen zei de blinde: Ik geloof, Heer.
En hij wierp zich voor Hem neer.