Homilie
Verleden week ging het over dorst. Vandaag gaat het over zien, met de genezing van de blinde. Het is vandaag Johannes op zijn best. Een lang verhaal met daarin misverstand op misverstand, of moeten we zeggen onwil op onbegrip. Verleden week hoorden we de vrouw aan de put zeggen: ‘Geef mij van dat water waardoor ik geen dorst meer krijg, zodat ik niet hierheen hoef te komen om water te putten’. Haar dorst wordt een opstap om tot geloof te komen, niet voor haar alleen, maar voor een hele groep Samaritanen.
Vandaag is de blindheid van een man aanleiding om te spreken over een andere blindheid. De genezing van één blinde moet leiden tot de genezing van velen die op een andere manier blind zijn. Maar dat gaat niet gemakkelijk.
Geloven moet je willen. Geloven vraagt bereidwilligheid van het hart die noodzakelijk is om tot geloof te komen. Jaren geleden, ik was amper twintig, werkte ik samen met een buurman. Hij kende ons gezin en wist dat wij gelovig waren en zei: ‘Ik zou wel willen geloven, maar ik kan het niet.’ Dat heb ik onthouden. Het roept bij mij de vraag op, wat zijn de hindernissen om tot geloof te komen.
Kijken we naar de eerste lezing. Samuel moet iemand gaan zalven, maar hij weet niet wie. Die indrukwekkende Eliab zal wel de gezalfde van God zijn. Nee, God ziet niet zoals een mens ziet. Zelfs de oude Samuel zou nog in de fout gaan, na zoveel jaren als profeet. Ook hij moet steeds opnieuw luisteren en kijken met andere ogen.
Paulus heeft het vandaag ook over zien als hij zegt: ‘Eens waren jullie duisternis, maar nu zijn jullie licht geworden.’ ‘Leef in verbondenheid met Christus. Leef als kinderen van het Licht. Wordt wakker, laat het licht van Christus over je stralen.’
Wat zijn dus de hindernissen? Bij Samuel is een van de hindernissen om te zien zijn eigen verwachting. Hij verwacht een grote, indrukwekkende messias. Maar zijn verwachting zet hem op het verkeerde been. Bij Paulus is de duisternis een hindernis om te zien. Wat bedoelt hij met die duisternis. Dat kunnen slechte gewoonten zijn, dat kan een slechte omgeving zijn, dat kan achterbaksheid en heimelijk gedrag zijn.
Wat zijn de hindernissen in onze tijd om tot geloof te komen. Deze dagen heb ik een film gezien van Bernadette Soubirous, die Maria heeft gezien in Lourdes, de afgelopen maand was het 150 jaar geleden dat Maria voor het eerste verscheen aan de jonge Bernadette. In die film werd duidelijk hoeveel weerstand het bovennatuurlijke oproept. Een man, blind aan een oog, wast zich aan de bron die Bernadette opent. Zijn oog geneest, de man kan weer zien. Een verlamd jongetje geneest. Maar de overheid van het dorp, de verlichte geesten, en eveneens de kerkelijke overheid zijn sceptisch.
Wat zijn de hindernissen om te geloven. De pastoor komt met de opmerking. Als we ons vergissen, brengen we de Kerk veel schade toe. Dat is angst. De moderne verlichte wetenschappers zeggen: Wonderen bestaan niet, dit is suggestie. Zij hebben een levensgroot vooroordeel: Wonderen bestaan niet.
Vandaag komen we in de lezing een heel oud vooroordelen tegen. Heeft die blinde man gezondigd of hebben zijn ouders gezondigd? Hij is tenslotte blind geboren. Jezus rekent af met dat vooroordeel. ‘Geen van beiden,’ zegt Hij. Deze blindheid van zijn ogen heeft niets met zonde te maken.
Een hindernis in onze tijd is soms dat mensen de ellende in de wereld zien en zeggen: ‘Als God bestaat, waarom laat hij dan al dat kwaad toe?’ Deze gedachte begon na de Jodenvervolging en de gaskamers. Dit kan God niet toelaten. Het leidde tot de stelling: ‘God is dood’. Hoe gedraagt Jezus zich tegenover de onvolmaaktheid van de schepping? Want er is ziekte en andere gebreken.
Het is daarom interessant om te zien hoe Jezus de blinde man geneest. Hij maakt een beetje modder. Zoals God de eerste mens boetseerde uit klei. Dat is vochtige aarde. Zo boetseert Jezus zijn ogen opnieuw. Hij strijkt de modder (slijk) op zijn ogen. Dan moet hij zich gaan wassen. De man moet zelf ook iets doen om te kunnen zien. Blijkbaar is ons vlees, ons lichaam, onze natuur niet zomaar perfect, niet zomaar goed of gezond. Jezus herschept, geneest, voltooit en maakt weer heel. Maar Jezus moppert niet in de trand van: ‘Waarom Laat de Vader dit toe, dat heeft Hij niet goed gedaan?’ Jezus maakt er een teken van, Hij gebruikt het als een gelegenheid om iets goeds te doen.
Het is vandaag weer een verhaal vol symboliek. De vijver heet Siloam, een naam die Johannes vertaalt met ‘Gezondene.’ Maar we weten: de Gezondene bij Johannes is Jezus Zelf. Met andere woorden, het gaat hier om een diepere wasbeurt die met Jezus te maken heeft. Gewassen worden in Jezus is vanouds het doopsel. Je ziet dan ook dat de man stap voor stap met alle discussies en tumult om hem heen tot de overtuiging komt dat Jezus een profeet is en uiteindelijk komt hij tot de uitspraak: ‘Ik geloof, Heer.’
Maar die Farizeeën. Wat is hun hindernis? Er zijn veel hindernissen voor de Farizeeën. Eerst hun positie. Zij kunnen niet accepteren dat Jezus hen overstijgt. Dat zij hun stellingen, hun leer moeten aanpassen omwille van Jezus. Hun positie maakt hen hoogmoedig, hooghartig, ijdel en star.
Dan hun geloofwaardigheid. Ze hebben jarenlang de sabbatswetten gehandhaafd. Nu komt Jezus en zou blijken dat ze te streng zijn geweest, of de wetten verkeerd hebben toegepast. Dat is gezichtsverlies.
Dan is er ook nog een ‘vooroordeel’. Deze blinde man geloven ze niet op zijn woord. Ze geloven zelfs zijn ouders niet. Want Jezus kan geen wonder doen op sabbat, dat zou God niet willen.
Wat nog meer? Waarschijnlijk ook gewoon angst. Ze zijn bang voor de consequenties. Ze moeten erkennen dat ze ook zelf zondaars zijn. Roepen ze daarom misschien zo hard dat deze man en ook Jezus zondaars zijn?
En wat zijn onze hindernissen? Die zijn niet anders dan die van Samuel, of van de Farizeeën of de verlichte geesten uit de tijd van Bernadette.
De jonge Bernadette had geen hindernissen. Ze was open en ontvankelijk. Ze was tegelijk stevig, echt en trouw. Ze wilde niet groter zijn dan ze was. Ze bracht slechts de boodschap over van deze wonderschone Dame in het wit. Jezus zegt: ‘Als jullie niet worden als kinderen.’ Vragen wij aan Jezus dat Hij ons geloof vernieuwt, verdiept en geneest. Dat Hij ons doet zien met nieuwe ogen. Amen.
Begroeting
Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.
Samenkomen in geloof is niet vanzelfsprekend. Er zijn veel hindernissen die ons tegenhouden open en onbevangen te staan tegenover Christus. Vragen we dat Hij ook ons aanraakt om ons hart te herscheppen.
Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.
Voorbede
Bidden wij, één in geloof, tot onze hemelse Vader.
Bidden wij voor allen die geloven. Dat zij in hun geloof niet verharden. Bidden wij dat allen die gedoopt zijn de eenvoud van hart bewaren of terugkrijgen die het kenmerk is van de kinderen van het licht. Bidden we om openheid en ontvankelijkheid. Laat ons bidden.
Bidden wij voor onze wereld. Voor allen die niet kunnen geloven. Voor hen die in wetenschap een hindernis ervaren. Voor allen die in het lijden en het kwaad van de wereld een hindernis ervaren. En voor hen die door het slechte voorbeeld van religies gehinderd worden om te geloven. Dat het licht van Christus hen mag verlichten. Laat ons bidden.
Bidden we voor zieken, gehandicapten en vandaag vooral voor blinden. Dat zij steun vinden bij medici, dat zij begrip vinden bij hun omgeving. Dat zij hun handicap overstijgen en dieper zien met de ogen van hun geloof. Laat ons bidden.
Bidden we voor onze geloofsgemeenschappen. Dat we elkaar zien in het licht van het geloof, in het licht van Gods liefde. Om meer innerlijke vrijheid, zodat we tijd kunnen maken voor wat echt belangrijk is. Om vreugde bij tegenslagen, om moed in donkere tijden. Om geloof als een licht op ons pad. Laat ons bidden.