Levend water …
daarover gaat het op deze zondag.
is er ergens water dat ons geloof en ons bestaan
kracht geeft en uitstraling?
‘Geen water’ … dan denken wij aan woestijn,
aan landen waar alles verdort,
aan dieren en mensen die omkomen van dorst.
Maar is ‘geen water’ ook niet bij ons?
Wij kennen wel geen droogte,
maar wij missen dikwijls een ander water:
het water van de geloofskracht,
het water van de geloofsvreugde,
het water van het geloofsgetuigenis.
Als de Joden in de woestijn
aan Mozes om water vragen …,
dan brengt Mozes hen bij het water van Jahwe.
Het water van Jahwe … komt uit de bron die Mozes vond,
maar het water van Jahwe … komt ook van de berg Horeb:
op die berg zijn immers de Tien Geboden afgekondigd.
De Tien Geboden,
dat is het voornaamste water dat de Joden ontvingen in de woestijn,
dat was echt hun levend water,
de houvast voor hun leven.
Hebben wij ook zo’n houvast voor ons leven,
een bron van levend water?
Christenen hebben niet alleen de Tien Geboden.
Christenen hebben nog meer: de levensweg van Jezus.
Zijn levensweg in liefde,
dat zou de houvast en het levend water voor ons moeten zijn.
Als wij die levensweg gaan,
dan zitten we niet meer in de woestijn:
dan zitten wij op een geloofsweg en dan hebben we geloofskracht.
Het is mooi dat een vrouw,
en dan nog wel een vreemdelinge, een Samaritaanse vrouw,
ons vandaag wat meer op die geloofsweg mag brengen.
Het is een vrouw waarop heel wat te zeggen is
en over wie ook gesproken wordt.
Vijf mannen had ze al gehad …
Die vrouw heeft dus bijna letterlijk dorst naar mannen.
Als ze met Jezus in gesprek komt,
doet die haar een andere dorst ontdekken:
haar verlangen naar de Messias,
haar verlangen naar Iemand die haar houvast geeft,
haar verlangen naar Iemand die haar nu echt de weg naar God wijst.
Dat ontdekt ze als ze met Jezus in gesprek is,
zij ervaart Hem als de vervulling van haar leven,
als haar Messias.
Hij die aan haar om wat water vroeg … blijkt degene te zijn
die haar levenswater geeft …
Jezus is de schenker van het levenswater.
Dat water hebben wij allen letterlijk ontvangen bij ons doopsel:
toen zijn wij met het gezegend water van het doopsel
opgenomen in de gemeenschap met God
en in de gemeenschap van de kerk.
Elke dag mogen wij ons opnieuw onderdompelen
en ons laten besprenkelen door de Geest van Jezus.
Durven wij ons echt laten raken door dat water?
Of staan wij aan de kant?
Zoeken wij dat levende water,
of zijn wij vervreemd van dat water
en is dat water voor ons flets en doods geworden?
Er zijn niet veel druppels van dat water nodig,
om ons als christen tot leven te brengen.
Ik heb mij deze week enkele keren kwaad gemaakt in school,
omdat studenten hun werk niet goed deden.
Maar enkele uren daarna dacht ik:
‘Ik mag wel streng zijn, maar ik moet ook geduld hebben.
En als er zijn die het na drie keer nog niet verstaan hebben,
dan moet ik hen apart nemen, en het nog eens opnieuw uitleggen …
Want … als Jezus de weg van de dienstbaarheid tot het uiterste is gegaan,
dan mag ik het na drie keer ook niet opgeven …'.
Het woord en de levensweg van Jezus worden levend water,
telkens als wij er bij stilstaan.
Wij kunnen eigenlijk nooit genoeg stilstaan
bij de levensweg van Jezus.
Want Hij blijft ons druppelgewijs besprenkelen,
door heel Zijn levensweg
en door elk van Zijn woorden.
Mogen wij die levensweg en die woorden opvangen
als levend water voor ons geloof en voor ons hart.