3e vastenzondag A (2008)

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Het evangelie dat we zojuist hebben gehoord is nogal lang en dat maakt dat we er een beetje in verloren lopen. Daarom ga ik me beperken door het geven van een korte commentaar van enkele passages.

We weten het: tussen Joden en Samaritanen botert het niet goed. Joden en Samaritanen gaan met elkaar niet om. Om u een voorbeeld te geven: wanneer Joden van Jeruzalem naar Galilea willen gaan dan zijn er twee mogelijkheden: ofwel recht naar het noorden, door Samaritaans gebied. Dat is de kortste weg. Ofwel langs een hele omweg in een grote boog om Samaria heen. Dat was de weg die de meeste overtuigde Joden namen. Ze verkozen de lange weg boven de kortste. Ze deden al het mogelijke om contacten met Samaritanen te vermijden. Samaritanen waren voor hen ketters, verraders van het ware geloof. In de stad Samaria stond er immers een tempel ter ere van de Romeinse keizer en hun tempel stond op de berg Garizim. Samaria was ook wat we nu zouden noemen een multiculturele stad waar verschillende godsdiensten en culturen elkaar ontmoetten. Met deze mensen wilden de Joden niets te maken hebben. ‘Samaritaan’ was zelfs in de mond van de Joden een scheldwoord… Niet te verwonderen dat de vrouw in de evangelielezing aan Jezus vraagt: “Hoe kunt Gij als jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?” want ‘joden namelijk onderhouden geen betrekkingen met de Samaritanen’.

Let nu eens goed op. Om terug te keren naar Galilea volgt Jezus niet de gewone route. Hij trekt lossendoor Samaria in plaats van in een grote boog eromheen zoals iedereen. Ik geloof niet dat dit toeval is. Jezus weet maar al te goed wat Samaria is, - het is niet de eerste keer dat hij het over een Samaritaan heeft. - Heel bewust kiest Hij om door het gebied van de “vijanden”, de “vreemden” te trekken. Het verhaal toont duidelijk aan dat hij een ontmoeting zoekt met de “andere” en Hij trekt het zich niet teveel aan van ‘wat zal men ervan zeggen’. Als men het goed nagaat heerst bij de joden en Samaritanen het wel gekende principe ‘eigen volk eerst’. Jezus is bij die Samaritaanse niet welkom. [Ook bij Lucas (Lc 9), wanneer Jezus op weg naar Jeruzalem in een Samaritaans dorp aankomt en men Hem daar niet wil ontvangen omdat ze onverdraagzaam zijn tegenover een voor hen rivaliserende godsdienst, vragen leerlingen Hem:“Wilt Gij dat we vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?” (Lc 9,54). Jezus verwerpt er de onverdraagzaamheid van zijn leerlingen en Hij zegt: “De Mensenzoon is niet gekomen om mensen in het verderf te storten, maar om te redden.”]

Jezus aarzelt niet om in relatie te treden met die “andere”, met die vrouw die anders denkt en die in een andere culturele en zelfs religieuze traditie thuishoort.

Let ook eens op het volgende. Jezus laat zichzelf en God niet opsluiten in een gesloten systeem. De vrouw wijst Jezus terecht en laat opmerken dat de Samaritanen de tempel gebouwd hebben op de Garizimberg (op die berg daar). Ze voegt eraan toe: “gij, joden, zegt dat Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet”. Ze legt dus de nadruki op wat hen onderscheidt. Jezus antwoordt daarop: “Er komt een uur dat gij noch op die berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden…. Er komt een uur dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid” .

Let wel: dat is geen afzwakking van het Joodse geloof. Integendeel: Jezus zegt dat men God met hart en ziel moet aanbidden in eender welke omstandigheid. Hier gaat het over het nabije Rijk Gods dat komen zal, niet opgesloten in eigenzinnige en gesloten structuren.

Mag ik daaruit een les trekken voor ons. Het komende Rijk van God wordt nu reeds werkelijkheid, in de mate waarin wij, de liefde Gods, tegenstellingen ombuigen tot kansen tot ontmoeting. Als alle mensen kinderen van eenzelfde Vader zijn, dan moeten wij hen ook zo behandelen. We moeten geen Samaritanen uit onze samenleving weren. We moeten ze ontmoeten, niet zomaar oppervlakkig, maar wel van mens tot mens.

De les die we vandaag uit dit evangelie kunnen trekken is dus eenvoudig. Heb eerbied voor anderen, ook al zijn ze het met jou grondig oneens en durf het aan een gesprek aan te gaan, niet om gelijk te halen maar om elkaar beter te kunnen begrijpen. Dat is opbouwwerk en daaraan hebben we een grote nood. Let er deze dagen eens op hoe wij omgaan - of niet omgaan - met anderen. Daarvan een vastenpuntje maken. Waarom niet? Dat is een goeie methode om zich te bekeren tot het goede, tot het goede doen.

Zoeken in Preken Online