Homilie op de 3e zondag van de veertigdagentijd (Jaar A):
Het gesprek bij de waterput (Jo. 4, 5-42)
Tielt, 23 maart 2014
Stel je voor dat ik als deken op de Markt van Tielt op klaarlichte dag lang zou staan praten met een vrouw van lichte zeden die reeds 5 mannen versleten heeft en nu met een 6e samenwoont. Ongetwijfeld ideaal voer voor commentaar van elkeen die het ziet.
Wel, zo iets durfde Jezus. We hebben het zopas gehoord in het evangelie.
Die dame die water kwam putten aan de waterput in het dorp, was een beruchte lichtekooi. Dat wist iedereen. Bovendien was ze een Samaritaanse. Nu moet je weten dat de Israëlieten met misprijzen neerkeken op de inwoners van Samaria omdat ze zich vroeger, tijdens de ballingschap, vermengd hadden met de Assyriërs. Samaritanen waren, in de ogen van de echte Joden, een soort religieuze bastaards: bij voorkeur te mijden.
Jezus, die jonge Joodse rabbi van toen, stoorde zich niet aan die taboes en vooroordelen en ging met die vrouw een diepzinnig gesprek aan.
Misschien moet je voor elke echte ontmoeting, voor elk ernstig gesprek, eerst taboes doorbreken en vooroordelen opzij zetten. Er zijn er nogal wat.
Zelfs in de Kerk. Waarom zijn het priesterschap en het diaconaat van de vrouw in Rome onbespreekbaar, zelfs een taboeprobleem. Waarom wil het Vaticaan geen gesprek over het verplichte celibaat van de priesters? Toch niet omdat er daarvoor een doorslaggevende motivering is! En zo kun je verder gaan. Ik zeg niet dat daarin wijzigingen moeten komen. Maar dat bepaalde problemen onbespreekbaar zijn, doet de Kerk geen deugd.
Zoals het in een gezin niet goed is dat ouders sommige problemen met hun kinderen niet willen of niet durven bespreken. Al te gemakkelijk doen ouders in een discussie met hun kinderen een beroep op dooddoeners die geen argument zijn. Zo zei een vader aan zijn zoon van 18: “Jongen, aanvaard toch eens dat je vader van 50 jaar een pak ervaring heeft die jij als jongen van 18 niet hebt.” Waarop de zoon prompt antwoordde: “Pa, ervaring van wat? Van een verleden dat niet meer bestaat en van een heden waarin je niet leeft, want je bent niet mee met je tijd!” Toen werd de vader heel boos. Het is voor een vader ook niet leuk. Maar toch is het spijtig. Was het geen geschikte aanleiding om als bekommerde vader aan zijn zoon duidelijk te maken waarom hij dit of dat niet goed vond.
Dat onderstelt natuurlijk dat je heel veel vertrouwen hebt in de goede bedoelingen van je kinderen. Dat onderstelt ook dat je onbevooroordeeld kunt luisteren. Van wie niet spreken kan zegt men dat hij stom is. Dat is een zware handicap. Maar iemand die niet luisteren kan wordt niet beschouwd als een gehandicapte. Het is nochtans een zware handicap in een relatie. Het is bijzonder vervelend te moeten omgaan met iemand die niet luisterbereid is.
Dat luisteren is zo moeilijk omdat het zoveel onthechting vraagt: onthechting vooral aan je eigen mening, aan je eigen zienswijze.
Een open gesprek onderstelt ook de nederigheid eventueel te kunnen bekennen dat je ongelijk hebt, dat je je mening moet herzien. Niet elkeen kan die nederigheid en eerlijkheid opbrengen. Spijtig!
Daarom ook heerst er tussen sommige gehuwden een valse aanwezigheid waarin een gesprek onmogelijk is. Dat is jammer, soms zelfs catastrofaal.
Van dat soort muren tussen mensen, van al die vooroordelen, trekt Jezus zich niets aan. Daarom wordt het gesprek met die Samaritaanse vrouw van lichte zeden zo boeiend, zo diepgaand. Misverstanden worden opgehelderd: misverstanden over het ware water, over de plaats van de godsaanbidding, over het ware voedsel en over de vruchten van het Rijk Gods. Jezus stelt zich kwetsbaar op, Hij geeft zich bloot en vindt daarom in die vrouw een boeiende gesprekspartner. Zo tilt Hij het aanvankelijk banale gesprek naar een hoger niveau en mag Hij, zonder enig verwijt, haar zelfs veel zeggen over haar persoonlijk leven dat een puinhoop is.
Zo wordt Jezus voor die lichtekooi bij de waterput de man van haar leven: Man en Leven met een hoofdletter. Dat vertelt ze ook onomwonden aan al wie het horen wil.
Zij die naar de waterput kwam met een lege kruik, symbool van de leegte in haar losbandig leven, wordt nu zelf bron van leven voor haar dorpsgenoten.
Wie beseft dat de waarheid nooit absoluut is, dat er ruimte moet gecreëerd worden voor stukjes waarheid, dat er onder mensen compromissen moeten gesloten worden vanuit respect voor elkaar, verlost de wereld van benauwing en verdrukking, van machtsspel en verdachtmakingen.
Dat deed Jezus in het evangelieverhaal. Dat vraagt Hij ook aan ons.
Als wij ruimhartig denken en doen als Jezus, vooroordelen doorbreken, geen harde grenzen trekken, luisteren naar wie anders zijn en hen waarderen, ons niet storen aan geroddel, worden ook wij voor heel veel mensen levend water dat hun dorst naar waar geluk lest, voedsel dat hun honger naar diepe vreugde verzadigt.
Probeer het maar. Maar gemakkelijk is het niet.
Gabriël. Buyse, pastoor-deken em. Tielt