Niets menselijks is Jezus vreemd
en dus kan Hij vermoeid raken en dorst krijgen.
Omdat Hij méér is dan enkel mens, durft Hij het aan
om als jood een Samaritaanse vrouw aan te spreken.
Daar voelt zij zich onwennig bij
en er volgt kort een zakelijk over-en-weer praten over water putten.
Maar al heel gauw wordt de put waar ze mekaar ontmoeten
van een plek waar zij gewoon
een portie levensnoodzakelijk water haalt
tot een plek van échte ontmoeting.
Het gesprek is niet eenvoudig:
volgens de vrouw weet Jezus niet goed hoe dat met die put zit,
maar Hij blijkt wél alles te weten over haar privéleven!
Zij gelooft dat de Messias ooit komt,
maar dat ze oog in oog met Hem staat, is toch wel even schrikken.
Kennen wij plekken van ontmoeting met Jezus
waar Hij ons met onszelf confronteert?
Laten wij onze kruik dan ook in de steek
omdat het water voor het Leven niet in een kruik thuishoort,
maar in het hart gegoten wordt?
2010-2011 - A - 3de zondag in de veertigdagentijd