Wie de Bijbel wat kent die weet
dat alle details van de verheerlijking van Jezus op de berg
erop wijzen dat dit het verhaal is
van een godsopenbaring, van een intense godsontmoeting,
een religieuze top-ervaring in Jezus’ leven.
Hier wordt Jezus bevestigd in Zijn persoonlijke opdracht
als Gezondene van God.
Ook wij hebben waarschijnlijk
op een of andere manier al een godsontmoeting beleefd,
een intense ervaring van harmonie en volheid,
een moment van innerlijk weten
wat wij met ons leven eigenlijk te doen hebben,
met een evident inzicht
en met een innerlijke bezieling tot aanpakken,
tot engagement, wat het ons ook zou kosten.
Dat zo’n moment geen illusie is, maar echt,
valt vooral af te lezen van de rest van het mensenleven,
bij ons, zowel als bij Jezus.
GOD LAAT ZIJN HART KENNEN.
Op de berg mocht Jezus ervaren
dat Zijn eigen opdracht, Zijn zending\
- geheel in de lijn van de grote godsmannen van de Joodse traditie :
Mozes, de leider van het volk en Elia, de grootste profeet -
erin bestond om “Bemiddelaar” te zijn tussen God en de mensen,
Met heel Zijn leven heeft Jezus duidelijk gemaakt
dat Hij voor ons de “ware Weg” kon zijn
om Godsverbonden, in relatie tot God, te leven.
Maar heel de vraag daarbij is: met welke God?
met welk idee over God voor onze geest of, nog beter, in ons hart?
Het werd Jezus duidelijk dat Zijn eigen roeping,\ - nog unieker dan die van Zijn voorlopers -
erin bestond “Zoon” zijn,
dwz. Zich te voelen en te gedragen
als de Zoon van een liefhebbende Vader.
Dat is essentieel voor Jezus’ en voor onze gelovige ervaring:
ons door God bemind te weten.
Niet bespied, niet beoordeeld, niet opgevorderd,
maar op de eerste plaats zielsgeliefd, hartelijk bemind.
“Ik ben een beminnenswaardige mens!
God laat mij voelen dat ik de moeite waard ben
om bemind te worden,
en daardoor in staat om zelf te beminnen.”
Jezus leert ons dus dat wij geen schrik moeten hebben
voor een ontzagwekkende, verre, veeleisende Heer,
maar dat wij onze aanhankelijkheid en dankbaarheid mogen tonen
tegenover een mens-nabije, liefdevolle, hartelijke Vader.
In onze menselijke relaties gaan liefde en dwang niet samen.
Ook in de christelijke geloofsrelatie niet.
Ons geloof is geen geloof uit verplichting, omdat het zou moeten
vanwege de Almachtige, of van de Kerk, of vanuit onze omgeving,
of voor ons eigen prestige of goede naam.
Wij geloven alleen uit dankbaarheid
voor het gratis liefdesaanbod van een God die Vader wil zijn
en wiens liefhebbende zonen en dochters wij,
uit zelfgekozen vrije wederliefde, willen worden.
Jezus zegt ons dus vandaag:
“Wees niet bang voor Gods aanwezigheid,
want Hij heeft een hart voor u!”
GOD SPREEKT OOK.
Gods stem klinkt vanuit de wolk op de berg,
zoals zij klinkt vanuit ons eigen binnenste
en zij zegt : “Dit is Mijn welbeminde Zoon.
Luister allen naar Hem!”
Gods stem verplettert dus niet, maar nodigt uit.
Jezus mocht ervaren dat het Zijn taak was, als Zoon,
aan zoveel mogelijk mensen te laten aanvoelen
dat de stem van die uitnodigende LiefdeGod
ook duidelijk hoorbaar was
in de diepste betrachtingen van hún cultuur
en in de eerlijkste verlangens van hún hart.
Daarom zag Hij het stilaan meer en meer
als Zijn opdracht toch naar Jeruzalem te trekken,
naar het religieus centrum van het land,
als symbool van de openheid naar allen,
om aan heel het volk, ja, aan heel de wereld en aan iedereen,
datzelfde duidelijk te maken:
“Mensen, jullie worden bemind!
Jullie zijn de moeite waard geliefd te worden
en jullie hebben een hart om te beminnen!
Wat er ook gebeurd is, wat er ook gebeurt,
in jullie hart zit de mogelijkheid om op het leven te antwoorden
niet uit slaafse onderdanigheid of dwang,
maar als vrije, liefdevolle mensen.”
Jezus zegt ons dus vandaag ook:
“Wees niet bang voor Gods stem,
die uitnodigt en uw vrijheid aanspreekt!”
TENSLOTTE STUURT GOD ONS WEER OP WEG.
Na de top-ervaring worden, zowel Jezus als wij,
van de berg terug naar de vallei van ons alledaagse taken gezonden.
En - wij moeten ons geen illusies maken -
daar kronkelt een moeilijke weg.
De weg van een doodgewoon mensenleven
is immers getekend door de dagelijkse strijd
tegen het kwade, voor het goede,
tegen onze gemakzucht en zelfzucht,
voor grotere waarachtigheid en hechtere verbondenheid.
Jezus’ weg zal Hem voeren naar die andere berg, Kalvarie.
Doorheen vallen en opstaan wordt ook onze weg onvermijdelijk
een weg die alleen doorheen strijd en lijden
voert naar de heerlijkheid.
“Toen de leerlingen hun open opsloegen,
zagen zij niemand meer dan alleen Jezus.”
Bij het verder trekken,
hebben wij alleen Jezus als betrouwbare Gids.
Maar in Hem stapt God Zelf als Tochtgenoot mee.
Door Zijn liefdekracht wordt onze levensweg Gods weg,
een weg naar écht leven.
Jezus zegt ons dus ook nog:
“Wees er ook niet bang voor
onderweg God als Tochtgenoot te ervaren!”
Vanuit Zijn top-ervaring op de berg
herhaalt Jezus tot ieder van ons vandaag:
“Wees niet bang!
Wees niet bang voor Gods aanwezigheid in je leven,
want Hij heeft een hart voor u!
Wees niet bang voor Gods stem in je ziel,
want Hij spreekt je vrijheid aan!
Wees niet bang voor Gods kracht op je weg,
want Hij voert je naar echt leven!
Wees niet bang
om een man of vrouw te worden naar Gods hart!”