In deze tijd van het jaar kan het gebeuren, dat je trekvogels hoort overvliegen. Zij hebben ergens diep in het zuiden overwinterd, en zijn nu weer op weg naar hun broedplaatsen in het noorden. En over een week of twee zullen de eerste trekvogels die in onze gebieden nestelen hier aankomen. Zo rond half maart hoor je ineens dat ze er weer zijn en dan weet je dat de winter echt op zijn retour is.
Trekvogels: het zijn vogels die hun bestemming altijd weer elders hebben liggen. Door de aankomende kou en het afnemende licht in de herfst, weten ze dat hun bestemming in het zuiden ligt en ze trekken weg. En als de vorstgrens naar het noorden toe verdwijnt, dan vinden ze hun bestemming hier in onze streken om er te nestelen en jongen groot te brengen. Ze trekken mee op de grens van licht en koude.
Wij mensen doen dat niet: ofschoon er wel ouderen zijn, die in Spanje overwinteren. Maar gewoonlijk blijven wij in het land, omdat onze bestemming nu eenmaal hier gelegen is: hier wonen en werken wij, hier, of hier in de buurt wonen onze kinderen, onze familie en kennissen.
Toch gaat het in de eerste lezing vandaag over een mens, die een trekvogel wordt! De lezing vertelt over Abraham, die door God wordt aangesproken. Stel je voor: een mens wordt aangesproken door God. Dat wil zeggen: vanuit een totaal andere wereld, de wereld van God ontvangt een mens een stem. Hij wordt letterlijk “be-stemd” - hij krijgt een “be-stemming”. Hij moet op weg: zijn bestemming ligt niet op zijn eigen erf. Hij wordt tot meer geroepen. De wereld van Abram wordt a.h.w. opengebroken. Abraham is het beeld van elke mens, die gelovig is. Dat wil zeggen: elke mens die leeft vanuit het geloof, dat zijn uiteindelijke bestemming in de wereld van God, in het land-dat God-beloofd-heeft ligt. Natuurlijk, je woont ergens op een bepaald adres, maar als mens is er meer: er leeft in elke mensenziel een soort onrust. Er moet meer zijn, dan huisje, boompje, beestje. “Wie ben ik, en wat is de zin van mijn leven?” Dat zijn vragen van “de Stem”. Vragen die een zekere onrust in de mens teweeg brengen. En om op die vragen een antwoord te vinden gaat de mens op weg; hij wordt een trekvogel. Hij voelt aan dat zijn ware bestemming niet ligt in de wereld, het land waar hij geboren is, maar hij is eigenlijk bestemd voor een wereld, een “land”, zegt de bijbel, dat hem beloofd is. En om dat land, die bestemming te vinden begint de mens aan een reis, een tocht, een trektocht. Hij gaat net als Abraham op reis, naar waar de Stem hem geroepen heeft.
Het vormsel, waar jullie je deze weken op voorbereiden is een stap in die trektocht.
Het evangelie over Jezus’ verheerlijking op de berg spreekt ook over de bestemming van Jezus. De drie apostelen mogen alvast te zien krijgen wat de eindbestemming van Jezus, maar ook hun eigen eindbestemming zal zijn. Want Jezus is ons voorgegaan. Met Pasen zullen wij vieren dat Hij door de dood is heen getrokken en dat wij ook door de dood heen kunnen trekken.
Naast Jezus staan Mozes en Eila. Zij vertegenwoordigen de Wet en de Profeten; het Oude Verbond, zouden wij zeggen. En zij spreken met Jezus, zegt de tekst. Dat wil zeggen: Jezus, als teken van het Nieuwe Verbond en Mozes en Elia als teken van het Oude Verbond horen bij elkaar. De weg van Abraham uit het Oude Verbond en de weg van Jezus uit het nieuwe Verbond komen allebei uit bij de ware bestemming van elke mens: de vrede en het Licht van God.
Vandaag op de tweede zondag van de Veertig Dagen presenteren jullie jezelf aan de parochiegemeenschap. En daarmee zeggen jullie zoiets als: wij willen op weg gaan naar onze bestemming, als gelovige. En wat is die bestemming? Wij zijn bestemd en geroepen om als geliefde kinderen Gods te delen in het licht van de Vader, dat vandaag uitstraalt over Jezus.
Om die bestemming te bereiken worden wij een soort trekvogels, geestelijke trekvogels. Wij blijven de gewone dingen doen die we altijd doen: we gaan naar school, we hebben een klein baantje om wat bij te verdienen, wij gaan om met onze vrienden, maar door dat alles heen blijven wij ook alert op onze uiteindelijke bestemming als mens: wij zijn kinderen van het licht.
Laten wij in deze viering bidden voor jullie in het bijzonder en ook voor elkaar als parochiegemeenschap: dat wij juist bij alles wat er in ons leven voorvalt licht mogen zien en mogen blijven vertrouwen op in de Stem, op de Belofte die ons roept tot heerlijkheid. Amen.