Evangelieprikje(2008)

A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

" Je ziet vanbuiten goed wat … vanbinnen doet". Het is niet alleen iets wat we in de reclame horen, ik las het ook op één van de eerste dagen op de vastenkalender. Wil men in de reclame uitpakken met dat befaamde onderdeel waarvan ik vroeger zou vermoed hebben dat ze in de gelijknamige worstjes zaten, dan vond ik het op de vastenkalender terug met de boodschap dat je inderdaad aan de buitenkant kan tonen hoe je je vanbinnen voelt. Je kan iets uitstralen … Ik moest er onmiddellijk aan denken toen ik dit evangelie las waarin Jezus een stralende gedaanteverandering ondergaat. Over de historische achtergrond van dit verhaal kan je lang discussiëren, belangrijker is evenwel de boodschap. Waarom schrijft een evangelist dat iemand straalt als de zon met kleren zo wit als sneeuw dat hij zo zou kunnen meespelen in een reclamespot voor een bepaald wasproduct?

Nog lang voor digitale tv zijn intrede gemaakt had, gebruikte de evangelist Matteüs de techniek van een voorsmaakje te geven van wat komen gaat: een tipje van de sluiter van de toekomst wordt zichtbaar. Dat gebeurde o.a. ook al in het kindheidsevangelie. Het verhaal dat we vandaag lezen situeert de evangelist ongeveer een week nadat Jezus zijn leerlingen heeft verteld dat Hij zal moeten lijden. Het is niet zo moeilijk om ons in te beelden dat de leerlingen, die Jezus vaak om andere, minder verheven redenen, gevolgd hebben dat niet zagen zitten. Ze hadden de toekomst anders gezien. Jezus neemt hen mee de berg op, dicht bij God om hen nog eens te laten kijken vanuit het perspectief van God. Ze mogen aanschouwen, zo verhaalt de evangelist, hoe Jezus straalt. Gods heerlijkheid straalt in deze ene mens. Al in het Oude Testament was er voorspeld dat er een licht zou komen dat straalt in de duisternis, wel, de leerlingen zien het stralen. Ze zien ook hoe Jezus bezoek krijgt van mister Wet, Mozes en mister profeet, Elia. Ik schrijf ‘mister’ in de betekenis van een echt modelvoorbeeld. De leerlingen zien hoe Jezus met hen praat. Gods heerlijkheid mogen aanschouwen, het is niet iedereen gegund, vandaar dat Petrus al de aardse beslommeringen vergeet en dit moment wil koesteren. Het is Jezus die hem terug met beide voeten op de grond zet waar weldra het bloed van een onschuldig man zal op vallen. Mozes en Elia duiken niet zomaar op in het verhaal. Eigenlijk dienen ze om te zeggen dat de Messias die in het Oude Testament voorspeld werd, niet veel van doen heeft met de Messias die de leerlingen in Jezus zagen. Dat ze een verkeerd kregen van Jezus, ligt niet in de eerst plaats aan Jezus maar aan de interpretatie van de leerlingen, waarschijnlijk ingegeven door de gespannen politieke situatie in die tijd. Vanuit het licht van de Wet en de Profeten krijgen de leerlingen een blik op het perspectief van God. En daarbij hoort dus lijden, maar dit lijden zal net het einde zijn, wel de verheerlijking van Jezus. Die verheerlijking komt er niet door een x aantal genezingen, wonderen of door een goed spreker te zijn. Het enig wat Jezus altijd weer overeind houdt en uiteindelijk hem ook zal doen verrijzen, is de innige band van God. Als verheerlijkte zeker, maar ook gewoon als “aardse” mens stroomt deze man iets uit van God.

Wat kan ik vandaag nu doen met dit verhaal? Wel, we zitten in de vasten. Wie echt nog pogingen onderneemt om anders te gaan leven in deze boetetijd, zal ervaren dat dit niet eenvoudig is. Eigenlijk zijn we allemaal een beetje als Abraham uit de eerste lezing die gevraagd wordt los te komen van aardse zekerheden die eigenlijk geen zekerheden zijn. De vastentijd is de uitgelezen tijd om stil te staan bij de vraag over de kern van ons leven. Op welke basis nemen we de meeste beslissingen: uit een gevoel van angst of uit een diep doorleefd vertrouwen dat er Iemand is die ons liefheeft? We zijn mensen, dus is het maar logisch dat we ook af en toe in de fout gaan en zelf zekerheid denken te kunnen opbouwen, bij Abraham was het niet anders. In deze veertigdagentijd waarin we ons beperken tot het levensnoodzakelijke kan er misschien tijd komen om het godsvertrouwen wat te verdiepen door gebed, maar ook door in de Wet en bij de Profeten te lezen dat God er altijd is voor mensen en te betrouwen is. Wie vanuit zo’n vertrouwen kan leven, straalt iets uit. Door ons doopsel mogen wij delen in het leven van de Verrezene, deze tijd is misschien wel de ideale tijd om dat vertrouwen te versterken.

Diende dit verhaal oorspronkelijk om de leerlingen en de eerst kerk wat moed in te spreken, het nodigt ook ons vandaag uit niet op te geven, angst geen bezit te laten nemen van ons. Het nodigt uit om vanuit de bijbel en gebed op het spoor te komen van die God die ons zoekt en bij ons wil zijn, altijd weer. Eens dat vertrouwen geworteld is, roept het om verkondigd te worden. Christenen kunnen zich niet opsluiten met gebed en bijbel, gezellig onder elkaar. Neen, wij worden geroepen licht te laten stralen van Gods liefde overal in onze omgeving waar de letterlijke en figuurlijke duisternis leven moeilijk maakt. Christen zijn is altijd weer de berg op en de berg af gaan, dicht bij God om vanuit Hem terug te keren naar het leven van elke dag … Want … je ziet vanbuiten goed wat geloof vanbinnen doet!

(Hans Callaert)

Zoeken in Preken Online