Licht en donker (2011)

A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Meer dan eens heeft men mij de vraag gesteld: “Hoe ben je toch in zo’n merkwaardig geestelijk ambt terecht gekomen? De tegenstelling tussen dat ambt en je computerreparaties, muziek maken en kano varen is toch wel erg groot.”
Dat zit zo: Toen ik een jaar of 5-6 was, mocht ik in de kapel van de zusters hier in Best komen kijken hoe mijn broer het misdienaarsambt uitoefende. Ik kwam die kapel binnen en uit de hoogte daalde gezang neer dat van engelen leek te komen. Het altaar en al het witte marmer erom heen straalde in helder licht. “Dan is dit de hemel”, dacht ik. Misschien is dat wel de aanzet geweest tot mijn huidige bestaan.
De gedachten rond wat later liturgie werd genoemd, zijn nooit helemaal verdwenen, maar die hemel op aarde vervaagde al gauw door de gewone dagelijkse bezigheden, die zich al in het vroege bestaan opdringen. Dan ziet het er allemaal heel anders uit. Af en toe breekt het licht toch weer even door. Heel even soms.
Iedereen droomt wel eens graag over de zon die het kwakkelweer verdrijft. Iedereen ziet graag uit naar een dag zonder zorgen te midden van de dagelijkse beslommeringen. Vakantie naar Verweggistam doet veel vergeten. Een gat in de dag slapen, geen gezeur en de zon op je body. Even genieten van een stukje hemel op aarde…en dan loopt iemand je weer in de weg, je ergert je aan een en ander. Met onze dromen, onze vermoedens, ons geloof gaat het steeds zo. Zien, soms even. Het is een nooit eindigend uitzien naar, altijd weer zoeken.
Iets dergelijks schildert de evangelist als de apostelen Petrus, Jacobus en Johannes het gesleur van de ene stad naar de andere moe zijn, moe van al die mensen die elk een eigen mening hebben over de boodschap van Jezus Christus. Ze dromen van erkenning, van helderheid over wie Jezus is en de rol die voor hen is weggelegd. Maar die droom van een hemel op aarde heeft niet lang geduurd. Uitgerekend deze drie waren er bij in de Hof van Olijven, het verraad en alle ellende daarna. Ze zijn er wel weer uit gekomen, maar niet meteen.
Met ons uitzien naar, zoeken naar God, gaat het niet anders. Velen van ons herinneren zich nog wel b.v. de jaren-50. Alles leek helder en duidelijk en het schitterde allemaal van gezang en processies over een tapijt van bloemen, vaandels en rustaltaren en noem maar op. We zongen van “O Kerk van 20 eeuwen, die vast staat als een rots”. Nou , die Kerk dat is nog een verhaal apart en we weten dat zelfs een rots door een tsunami overspoeld kan worden. Maar ook het geloof in de eeuwige God zelf moet weer opnieuw gezocht worden. Hemelse dromen helpen daar niet zo veel bij. Wat gold voor die apostelen, geldt ook voor ons: Zoek niet in de hemelse dromen maar kijk naar de wereld om je heen, laat de sterrenhemel op je inwerken, luister naar muziek, verwonder je over de geboorte en de onbevangenheid van een kind, zoek om je heen en in je zelf, in de stilte bijvoorbeeld. Het kan ook een gesproken of geschreven woord zijn. En als we af en toe weer op het spoor van God gezet worden, weer een vermoeden van Hem hebben, heel even geloven in zijn aanwezigheid, dan moeten we weten dat het nooit een onaantastbaar bezit is, maar iets dat steeds opnieuw dient te worden verworven. Het evangelie van vandaag zegt het ons: Zien, soms even.
En dan die vraag: Hoe is dat zo met mij gegaan? Niet anders.Er is geen reden om het op te geven en ik doe het er goed mee. Gun ik iedereen. Gewoon zoeken, vinden en weer zoeken. Amen

Zoeken in Preken Online