OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom op deze eerste zondag van de veertigdagentijd. Het is ook weer de tijd van de Vastenactie. Nu hebben wij altijd een eigen actie, maar de campagneleider van de Landelijke Vastenactie, Van der Kuil, heeft toch wel een paar goede opmerkingen.
Hij zegt in de Volkskrant, dat het imago van de Katholieke Vastenaktie moet worden opgepoetst. Het kan geen kwaad je iets te ontzeggen. Vasten moet cool worden, zegt hij. De Katholieke Kerk propageert daarom dit jaar de Vastenaktie als de ‘christelijke ramadan’. Dat we een moslimterm gebruiken - zo zegt Van der Kuil - heeft ermee te maken dat de ramadan een bekender begrip is bij jongeren dan de vasten.
Tot 1967 hanteerde de Katholieke Kerk soortgelijke strikte regels voor de vastenperiode van veertig dagen tussen Aswoensdag en Pasen als de moslims die hebben voor hun ramadan. Katholieken mochten in die periode geen vlees eten en geen alcohol drinken. Kinderen mochten door de week niet snoepen.
Later gaf Rome gelovigen de vrijheid zelf een invulling te geven aan de periode, behalve voor Aswoensdag en Goede Vrijdag wanneer de belijdende katholieken zich formeel nog wel van het eten van vlees moeten onthouden.
Sinds 1967 richt de actie zich op het inzamelen van geld voor de derde wereld. Toen draaide het om solidariteit. Nu willen we ook spiritualiteit en soberheid weer terugbrengen, zegt Van der Kuil.
Daarom worden katholieken opgeroepen zichzelf weer iets te ontzeggen of een opoffering te doen. Bijvoorbeeld door minder te eten. Maar je kunt ook vorm geven aan de vasten door veertig dagen geen televisie te kijken, door een boek te lezen over zingeving of iemand te bezoeken waarvoor men zich anders geen tijd gunt.
Door de term ramadan te gebruiken, wil de Katholieke Kerk de aandacht trekken op de vasten. Van der Kuil denkt dat nog enkele tienduizenden katholieken de vastentraditie in ere houden. Dat is een klein percentage van de vier miljoen Nederlanders, die zich katholiek noemen en ook een klein deel van de vierhonderdduizend gelovigen, die nog regelmatig naar de kerk gaan.
De wereld holt achteruit. Misschien kunnen wij nog wat redden als wij onszelf een beetje meer aanpakken.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige God, leer ons in deze veertigdagentijd met meer toeleg en vroomheid het evangelie te beleven, en beter te begrijpen, dat wij niet leven van brood alleen, maar van elk woord, dat Gij ook spreekt in deze tijd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .
PREEK
Broeders en zusters, ik wil het komende jaar een paar keer per maand - als een onderdeel van de preek - iets vertellen over de heilige Eucharistie. Het is na het doopsel toch het mooiste sacrament. En ik denk - als ik sommige mensen uitspraken hoor doen over de Eucharistie - dat onze kennis best een beetje aangevuld mag worden. De komende maanden volgen eerst wat inleidende overwegingen. Vandaag de eucharistie als mysterie en als sacrament.
Het woord ‘mysterie’ komt uit de Griekse taal en betekent zoveel als ‘ingewijde’ en ‘de lippen sluiten’. In allerlei boeken en films wordt gesproken over mysteries. Maar dan gaat het over wat nu nog een raadsel is en wat door na te denken en te onderzoeken kan worden opgelost.
In de Kerk heeft het woord ‘mysterie’ te maken met zaken, die ons verstand ver te boven gaan. En je kunt nog zoveel studeren… het mysterie zal blijven. Als wij nadenken of spreken over God, schieten onze menselijke woorden altijd tekort.
Wij spreken bijvoorbeeld over het ‘Paasmysterie’ en na de consecratiewoorden over brood en wijn zegt de priester: Verkondigen wij het mysterie van het geloof". Wij spreken ook van de ‘mysteries’, de geheimen, van de rozenkrans.
De grote heilige Augustinus, bisschop en kerkleraar in de 4e en 5e eeuw, schreef: Bent u het Lichaam van Christus en zijn ledematen? Dan is wat hier op het altaar ligt het mysterievolle teken van wat u bent. U ontvangt hier het mysterie dat u bent, het teken van wat u bent." Wij kunnen ook zeggen: Ontvang wat je bent - namelijk Lichaam van Christus - en: Word wat je ontvangt, want in ons dagelijkse leven handelen, spreken en denken wij nog niet altijd als het Lichaam van Christus.
De Eucharistie is een mysterie, zoals de liefde een mysterie is. Mysteries zijn er om in te wonen en in te leven, om er een thuis in te vinden, om je blijvend te laten inspireren.
De Latijnse vertaling van het woord ‘mysterie’ is ‘sacrament’. Beide woorden betekenen eigenlijk hetzelfde, maar in de praktijk is er een verschil. Het woord ‘mysterie’ wordt gebruikt als het gaat over een onzichtbaar aspect van bijvoorbeeld de Eucharistie. En het woord ‘sacrament’ gebruiken wij als het gaat om een zichtbaar aspect van bijvoorbeeld de Eucharistie, bijvoorbeeld het brood en de wijn.
Onze Rooms-Katholieke Kerk kent sinds de Middeleeuwen zeven sacramenten: Doopsel, Biecht, Eucharistie, Vormsel, Huwelijk, Priesterschap en Ziekenzalving.
Onze God, broeders en zusters, is steeds naar ons op zoek. Dat zien wij in heel de Bijbel. En wij zijn steeds op zoek naar God. Sacramenten zijn speciale momenten waarop God en mens elkaar vinden en ontmoeten. En deze ontmoeting mag leiden tot een voortdurende relatie met God.
In de sacramenten ervaren wij de liefde en de kracht van God. Dat noemen wij ‘genade’. Dat is de aanwezigheid en de werkzaamheid van God in ons. De sacramenten spelen een rol op alle belangrijke momenten van ons leven. Bij onze geboorte - doopsel - bij de groei van ons leven - communie en vormsel - bij ziekte - namelijk biecht en ziekenzalving - en bij een levenskeuze - huwelijk of priesterschap.
De Sacramenten, lieve mensen, zijn geen losstaande onderdelen, waaruit je als in een supermarkt naar believen kunt kiezen, zo van die wel en die niet". Ze zijn alle gebaseerd op Jezus Christus, zijn ons door Hem gegeven. Daarom wordt Christus zelf ook weleens het ‘oersacrament’ genoemd.
Van de eucharistische gaven van brood en wijn wordt gezegd dat Christus sacramenteel tegenwoordig is. Het gaat om een zichtbaar aspect - brood en wijn - van een onzichtbare aanwezigheid van Christus. Dit is en blijft een ‘mysterie van ons geloof’.
Dit is het voor vandaag. Hoe wij ook studeren, de Eucharistie is en blijft een ‘geloofsmysterie’. Je gelooft het… of je gelooft het niet.
Er hangt voor het altaar een mooie afbeelding van een doornenkroon, gemaakt in 1955 door de Franse schilder Alfred Manessier. Een van de grootste mysteries van het christendom is en blijft het lijden. Waarom overkomt mij lijden en dood en waarom moest Christus lijden en sterven? Als God almachtig is, kan Hij de dingen toch anders regelen. In de hemel, beste medegelovigen, zullen wij op al onze vragen een antwoord krijgen.
Nog even wat over de schriftlezingen van vandaag. In de eerste lezing hoorden wij hoe Adam en Eva - met Gods toelating - door de duivel op de proef werden gesteld. Helaas zakken zij voor het examen. Zij verwijderen zich van God. In onze tijd zijn er ook miljarden mensen, die zich ook van God verwijderen door niet naar Gods Tien Geboden en de Geboden van de Kerk te luisteren. Wij hoeven ons dus niet af te vragen waarom er zoveel kwaad in de wereld gebeurt: de grote massa van de mensen kiest er zelf voor.
En in de tweede lezing hoorden wij wat de gevolgen zijn van de ongehoorzaamheid aan God: de zonde kwam in de wereld en met de zonde de dood. Maar, zegt Paulus, zoals door één mens de zonde en de dood in de wereld zijn gekomen, zo komen de vergeving en de rechtvaardiging óók door één mens: Jezus Christus.
Maar de beproevingen gaan verder. In het evangelie hoorden wij hoe ook Jezus Christus zich door de duivel heeft laten beproeven. Hij was lichamelijk ernstig verzwakt door het zware vasten. Maar geestelijk was Hij er heel sterk door geworden. Tegenover iedere beproeving van de duivel stelde Jezus Christus een Woord van God: Niet van brood alleen leeft de mens" en Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen" en tenslotte De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen".
Ook wij worden beproefd. In allerlei kleine en grote zaken. Zal ik hem helpen of niet? Zal ik komende zondag de visite wat later laten komen en zeggen dat ik eerst naar de kerk wil of niet?
Jezus Christus heeft ons voorgedaan waar wij antwoorden moeten zoeken. In Gods Woord. Wij zijn natuurlijk niet verplicht dat te doen. God laat ons vrij. Zoals Hij Adam en Eva vrij liet. Maar àls je christen wilt zijn, dan móét je je antwoorden zoeken in Gods Woord. Uit onszelf weten wij de waarheid niet. Wie vrijwillig voor God kiest, verliest een stukje aardse vrijheid, maar wint de eeuwige vrijheid.
Beste medegelovige, de duivel is ontzettend geraffineerd, sluw, veel meer dan wij. Hij bedenkt veel goede smoezen waarom wij het goede niet hoeven te doen, niet hoeven te luisteren naar God en zijn Kerk. Trappen wij er niet in. Wat God ons in zijn Woord aanraadt is altijd het beste.