* Na zijn doopsel en nog voor zijn optreden in Galilea werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef te worden gesteld (Mt 4,1). Een proef is een test. In de keuze die we maken bewijzen we wie we zijn of willen worden. Zo is een “bekoring” (iets wat ons bekoorlijk overkomt) of een “verzoeking” (waarin we verzocht worden een keuze te doen) altijd de kans om door ja of nee te zeggen onze gekozen weg te bevestigen of te wijzigen, en zo te groeien.
* Jezus verbleef veertig dagen op een berg in de woestijn van Juda, zoals Mozes veertig dagen op de eenzame Horeb had vertoefd (Ex 24,18). Veertig is de tijd van groei en rijping doorheen de uitdagingen. Hier zal Jezus doen wat het Godsvolk gedurende veertig jaar in de woestijn niet had gekund. Het werd wel de test, de proef op wat soort Messias Hij wilde zijn. Drie testcases vormen het voorportaal van de reële uitdagingen waarmee Hij zijn leven lang zal worden geconfronteerd:
-
“Indien Gij de Zoon van God zijt, maak van deze stenen brood.” Brood geven aan wie honger lijdt is goed. Toch is dat is de eerste bekoring: “Indien Gij de Zoon van God zijt”. Dat horen wij ook vandaag: “Indien God bestaat, waarom is er zoveel honger in de wereld ?” en: “Indien gij de Kerk van God zijt, waarom is niet uw eerste zorg de honger uit de wereld te helpen ?” Die vraag raakt ons als christenen. Gevat antwoordde Jezus: “De mens leeft niet van brood alleen, maar elk woord dat komt uit de mond van God.” Het gaat om een geheel ! De vraag naar brood in het onzevader volgt op de eerste drie beden zoals: “Uw Rijk Kome”. D.i. dat God, door in de wereld God te mogen zijn, de wereld ten volle geneest. “Zoek eerst het Rijk Gods en de rest wordt u erbij gegeven.” Aan de menigte die tot over het meer Jezus zal volgen om zijn woord te beluisteren, zal Hij ook het wonder van de broodvermenigvuldiging doen. Wie Gods woord zoekt, bekent zijn totale (materiële en spirituele) honger. Die nood opent naar het ware leven. Maar zodra Jezus de volgende dag merkte dat velen Hem nu kwamen volgen alleen omwille van het brood, spaarde Hij zijn woorden niet: “Niet omdat ge tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat ge van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. Werk niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven, en dat de Mensenzoon u geven zal” (Joh 6,26). Het uiteindelijke Brood zal de Eucharistie zijn. Hijzelf wordt het levende Brood. Hij wilde geen broodkoning zijn naar het model van een genotmaatschappij. - De Kerk staat vandaag voor dezelfde uitdaging: “Als de kerk niet dient, dient ze tot niets.” Maar tot welke dienstbaarheid is zij geroepen ? Vandaag zien we hoe eenzijdig vaak de westerse ontwikkelingshulp gebeurt: louter materieel, technisch, zonder respect voor bestaande morele en sociale structuren, terwijl ze een religieuze leegte nalaat, die de mens van zichzelf vervreemdt. Net hetzelfde deed het marxisme. Men dacht van stenen brood te maken, maar in plaats van brood heeft men het volk stenen gegeven (Benedictus XVI, Jezus van Nazaret).
-
“Als Gij de Zoon van God zijt, spring dan naar beneden, want er staat geschreven…” De duivel doet zich voor als een schriftkenner, als een theoloog. Dat was de tweede test: doe een stunt, een spektakelwonder. Een echo ervan horen we later op Calvarie: “Als Gij de Zoon van God zijt, spring van het kruis af.” (Mt 27,40). “Welk teken doet Gij om te bewijzen dat Gij de Messias zijt ?” (Mt 12,39;16,1). En Jezus zei dat geen ander teken zal gegeven worden dan het teken van Jona, de boetepredikant. - De Kerk wordt vandaag evenzeer bekoord: de zucht naar een spectaculaire Messias, naar mediafiguren voor wie iedereen applaudisseert. Maak van de liturgie een show, een amusementsspel, een versierde lege doos. Er zal volk komen. Clowns in het circus trekken volk. Veel volk is niet noodzakelijk een teken van echtheid. Ook komt de verlokking de boodschap een andere inhoud te geven onder voorwendsel zich aan te passen aan de smaak van de tijd en aan het ‘gezond verstand’. Men zal roepen: die profeet hebben we nodig. In zijn antwoord wees Jezus naar Israëls ontrouw in de woestijn: “Ge zult de Heer uw God niet op de proef stellen."(Deut 6,16).
-
Tenslotte ziet Jezus als van op een hoge berg alle landen van de wereld, net zoals Mozes op de berg Nebo het beloofde land aanschouwde dat hij nooit zou betreden: “Al deze koninkrijken zal ik u geven als ge voor mij neerknielt…” Moest de Messias niet de politieke koning of machtshebber van de hele wereld worden ? - Dat is twintig eeuwen lang de bekoring van de Kerk geweest. Het Rijk Gods kan nooit samenvallen met enige wereldse structuur of macht. Waar dit gebeurde was dit ten koste van de zuiverheid en de waarachtigheid van haar zending. Geen discussie meer. Jezus zegt gewoon: “Ga weg, Satan, er staat geschreven: De Heer uw God zult ge aanbidden en Hem alleen dienen” (Deut. 6,13). Een echo zullen we horen in zijn dispuut met Petrus over het lijden: “Achter Mij, Satan, … want gij wil niet wat God wil, maar wat de mensen willen” (Mt 16,23). Zijn Rijk van liefde zal pas op de heuvel van het kruis geboren worden. Engelen kwamen en dienden Hem. Het is alsof opnieuw de hemel opengaat als bij zijn doopsel: deze is echt de geliefde Zoon van God.
* Jezus heeft ons de ware kijk op God en op zijn Rijk gegeven. De veertigdagentijd is voor ons de uitgelezen kans om in gebed, versobering en gevende liefde onze eigen verlangens uit te zuiveren, ze te heroriënteren en ze te richten op het enig ware goed dat God voor ons heeft gedroomd.