1e zondag van de Veertigdagentijd – jaar A

A-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars

Viering PCB Brugge

Eerste zondag veertigdagentijd - A

21-22 februari 2026

toespraak

De Schreeuw – Edvard Munch

‘De schreeuw’ is het meest bekende werk van de Noorse schilder Edvard Munch, die nauwelijks dertig was toen hij dit doek schilderde. ‘Ik voel de grote schreeuw van de mens doorheen de natuur gaan’, zei hij er zelf over. Dit schilderij maakt de oerkreet van de mens zichtbaar: je hoort die schreeuw als het ware wanneer je het schilderij voor je ziet.

Ieder mens schreeuwt bij momenten op zijn of haar manier om erkenning en aanvaarding. Soms zijn mensen heel diep gekwetst door het leven – soms hebben ze anderen zo erg gekwetst, dat het henzelf ook kapot heeft gemaakt…

Stukjes van die Schreeuw worden hoorbaar als wij op een bepaald moment – soms bruusk en onverwacht – betrokken worden bij de geschiedenis van mensen. Vroeg of laat manifesteert zich bij zo’n mensen de behoefte aan een uitweg voor wat zich alsmaar meer opstapelt in hun lijf, in hun herinnering en in hun ziel en dan komt het er uit, ineens of met veel horten en stoten.

De vraag die telkens weer klinkt achter elk bang stilzwijgen, of achter elk stoer doen is: LAAT ME ASJEBLIEF LEVEN NEEM ME EN AANVAARD ME ZOALS IK BEN MET ALLES WAT JE WEET VAN MIJ EN LAAT ME NIET VALLEN ALS IK HET ZELF SOMS NIET MEER WEET GOOI ME NIET VAN JE AF ALS IK ME VERSCHUIL ACHTER ZEVEN MASKERS TEGELIJK RESPECTEER ME OOK ALS IK MOEILIJK DOE

De vraag ‘Laat me asjeblief leven en geef mij een nieuwe kans’ – ‘Have a little faith in me…’ is de vraag van jullie allemaal hier in de gevangenis – een dringende vraag gericht aan ieder van ons ‘buiten’, en aan de hele samenleving.

De tekst die hier in de lange gang naar de ingang van de kapel op een groot doek in grote zwarte letters geschilderd is, is al evenzeer een schreeuw om op-nieuw te mogen leven. Het is een hartenkreet om toekomst en hoop.

Onder voorwaardelijkheid.

Een verhaal van innerlijke verscheurdheid, een verhaal van dubbelzinnige passie, een verhaal van zwijgende verspreking, een verhaal van brute pech noch ongeloofwaardigheid. Iedere keer wanneer ik hier toe kom aan de ingang van de kapel, besef ik weer: wij hebben als christenen een onvervangbare taak. Wij moeten die schreeuw van zoveel mensen in alle soorten ‘gevangenissen’ van deze wereld registreren en versterken. Wij moeten de signalen helpen decoderen, begrijpen en vertalen. Wij moeten bij momenten zelf ook luider schreeuwen in naam van en in plaats van alle mensen die geen stem (meer) hebben, die monddood gemaakt zijn, die niets en niemand zijn.

Christenen moeten de toekomst helpen openhouden. De wacht houden bij de menswording van elke mens. ‘Altijddurende Bijstand’ bieden bij elk nieuw begin – ook bij het minste beetje goede wil dat wij ontwaren. Er zijn. In de bres springen als het moet. De wacht optrekken in de donkere nacht, want je kunt niets forceren in dat groeiproces. Geloven dat nieuw leven geborgen is onder harde korsten aarde. Ruimte maken. Kansen scheppen op geboorte. Blijven hopen. Tot zeventig keer zeven keer op-nieuw willen beginnen. En telkens weer bang uitkijken of het nieuwe leven wel ooit naar boven komt – of hier bij dat grote doek van wanhoop en ontreddering misschien al iets begint te dagen van de gedroomde ‘Rue de l’ Espérance’ waar ik in de viering van Pasen enige tijd geleden over gesproken heb…

Wat kunnen wij, mensen die hier in detentie verblijven, concreet doen tijdens de ramadan en de vasten die zopas begonnen zijn?

LOSLATEN WAT OVERBODIG IS EN TE ZWAAR WEEGT.

Loslaten

Ik wil niets meer verliezen. Dus hou ik niet langer vast. Wat weg wil gaat weg. Wat blijft is wat bij me past.

Want…

Wat je vasthoudt verkrampt wat je opsluit verdampt wat je deelt wordt vruchtbaar wat je loslaat maakt vrij.

Caritas Van Houdt

VASTHOUDEN AAN DE HOOP, EN NIET WEGZINKEN IN ONVERSCHILLIGHEID.

Dat niets mij onverschillig laat in deze vastentijd

niets dat broos of kwetsbaar is en vraagt om troost

niets dat arm of behoeftig is en smeekt om aandacht

niets dat verstoten wordt gedumpt, vergeten en hoopt gezien, gehoord te worden

niets dat onheil wereldwijd verspreidt ziek en onveilig maakt en roept om uitkomst en genezing.

Aswoensdag bidt in mij dat ik met zusters, broeders, de weg mag gaan naar een kwetsbaar, vruchtbaar ‘Wij’.

Vasten met een vast verlangen dat niets mij onverschillig laat.

Caritas Van Houdt

HET KLEINE GOEDE VAN ELKE DAG BLIJVEN DOEN.

Dit kunnen wij doen:
dicht bij mensen blijven. Al is het maar door gehoor te geven aan de stem, het spreken, de noodkreet van een andere mens die jou roept, die jou nodig heeft. Daartoe bewogen worden. Die mens herkennen als je naaste. En de naaste worden van die mens.

De op 24 maart 1980 vermoorde bisschop Oscar Romero schreef ooit: ‘We planten het zaad dat op een dag zal groeien. We besproeien het geplante zaad omdat het een belofte inhoudt. We leggen fundamenten waarop verder zal moeten gebouwd worden. We bereiden het gist dat moet rijzen ver voorbij ons kunnen. We kunnen zelf niet alles doen, en het hoeft ook niet… En zo worden we bekwaam om iets te doen, zij het beperkt, en om het goed te doen. Om te doen wat gedaan moet worden: het kleine goede van elke dag’.

samenstelling: geert dedecker

Zoeken in Preken Online