I. “Jezus werd door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef te worden gesteld.” (Mt 4,1) –. Men neemt het als historisch dat Jezus bij de aanvang van zijn openbaar leven zich heeft teruggetrokken in de woestijn van Juda. Nu nog wijst men daar in de nabijheid de berg aan van Jezus’ bekoringen. - Drie dingen: de woestijn, de duivel en de op-proef-stelling:
\
- De woestijn was in Jezus’ tijd een oord van verschrikking. Het is ook een oord van stilte, waar men tot zichzelf kan komen, waar men geconfronteerd wordt met de diepten van eigen hart. De Geest voert Jezus naar dat oord om er te verblijven gedurende 40 dagen en 40 nachten, het symbolisch getal van het rijpingsproces , de tijd van het “worden”.
\ - De duivel treedt op. Heel Jezus’ leven is één confrontatie met de macht van het kwaad, de macht van de duisternis. Deze wordt voorgesteld als een wezen dat in dialoog komt. Jezus sluit zijn gebed tot de Vader af met: “ Leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Men mag kiezen “de kwade”(persoonlijk) boven “het kwaad” (onpersoonlijk en abstract, vreemd aan het Hebreeuws). In het N.T. heeft het kwaad altijd een gezicht, is altijd persoonlijk.
\ - Ten slotte gaat het om een op-proef-stelling. Een test, een bekoring (we worden uitgedaagd door iets dat bekoorlijk is, dat goed schijnt te zijn), een verzoeking (we worden verzocht om te kiezen). In de keuze groeien wij. In de keuze worden we wie we willen zijn; we krijgen een gelaat. De bekoring is dus nodig opdat we zouden kunnen kiezen en ons zelf worden.
II. Zo liet Jezus in zijn bekoringen blijken Wie Hij wilde zijn, welk soort Messias Hij moest worden, wat zijn zending was. In dit verhaal leren we Jezus kennen.
\ - “Maak van deze stenen brood.” Brood laten komen voor wie honger heeft is een goed. Die bekoring zal zich herhalen bij de broodvermenigvuldiging, waarop Hij zal antwoorden: “Niet omdat gij tekenen hebt gezien, zoekt gij Mij, maar omdat ge van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven…” (Joh 6, 26). Hij riskeerde met dit wonder een broodmessias te worden, en ook toen koos Hij voor de vlucht in de eenzaamheid. Hij wilde zijn “Het Brood dat Leven geeft.” (Joh 6, 30). En ook nu antwoordt Hij: “ Niet alleen van brood leeft de mens, maar van elk woord dat uit Gods mond komt.” Deze verzoeking deed denken aan het geklaag van Israël in de woestijn, toen het alleen maar manna kreeg (Ex 16, 8).- De bekoring van het aardse messianisme. Dat was zijn zending niet. - Dat gevaar bestaat vandaag, dat we alleen dat aan God vragen. Het is de mentaliteit van de consumptiemaatschappij juist dat van God en Kerk te willen: “ Anders dient de Kerk tot niets of God is de schuldige als dat niet gegeven wordt.” Men wil genieten en niet lijden.
\ - “ Spring naar beneden, God zal u wel engelen sturen, die u opvangen…” – Die uitdaging zal zich later herhalen: “ Als gij de Zoon van God zijt, kom dan van het kruis af.” (Mt 27, 40). Eens zullen de Farizeeën en Sadduceeën Jezus op de proef stellen: “Welk teken doet Gij om te bewijzen dat Gij de Messias zijt ?” (Mt 16, 1; 12, 39; 24, 3; Mc 8,11; Lc 11, 16). En Jezus zegt dat geen ander teken gegeven wordt dat het teken van Jona, die de boete preekte. – De zucht naar een spectaculaire Messias, een mediafiguur die iedereen met zijn wondertoeren verbluft. Een thaumaturg. Wonderen op aanvraag of bestelling. Zo is Nero in het theater opgetreden en hij heeft geknield voor het applaus van het publiek. Politici vandaag, die meedoen aan leuke TV-spelletjes, die hun persoonlijk succes zoeken boven het ware beleid. En maak in de Kerk van de liturgie maar een amusementsspel, een show, en gewed: ge zult volk krijgen!
\ - “ Al die koninkrijken van de wereld zal ik U geven, als Ge voor mij knielt en mij aanbidt…”. De satan is de “prins van deze wereld”. Ook deze idee komt terug, o.a. bij Pilatus: “ Zijt Gij de koning der Joden ?” ( Joh 18, 33) – En Jezus zei: “Mijn koningschap is niet van deze wereld, niet van hier.” (Joh 18, 36). Zijn ware macht zal zichtbaar worden in de almacht van de liefde op het kruis. Jezus wilde een nieuwe wereld die niet geboren wordt uit macht, maar uit de bekering van het hart. – Het is ook onze bekoring vaak een machtskerk te willen zijn, i.p.v. een arme en dienende Kerk. Mgr Ancel de Franse schoenmakerbisschop pleitte op het Concilie voor de macht van de dienstbaarheid en niet van de heerszucht (puissance de service, non de domination).
* Deze drie bekoringen (genot, hoogmoed en macht) zijn het inkomportaal van alle bekoringen die in Jezus’ leven nog zouden komen. Die bekoringen deden zich voor aan zijn binnenkant, als visioenen in zijn gebed. Ze waren evenwel geen schijnaanvallen. Ze grepen Hem aan in zijn ziel, drongen door tot in het merg. Anders zouden het geen bekoringen zijn geweest. Ze wilden Hem afbrengen van de zuiverheid en het wezen van zijn zending. – Deze bekoringen van Jezus zijn deze van de Kerk vandaag, van onze concrete geloofsgemeenschap, en van iedereen van ons.
* Deze vastentijd wordt ons geschonken, opdat ook wij de woestijn zouden binnengaan in dialoog met ons hart. Een tijd van gebed, waarin we tot inzicht komen welke valse waarden ons gevangen houden, veertig dagen lang, opdat na de bevrijding ervan Pasen echt Pasen zou zijn. Amen.