Pinksteren – jaar A

A-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Homilie op Pinksteren 2014 (Hand. 2, 1-11 en Jo. 20, 19-23)

Tielt, 8 juni 2014

Meer dan 25 jaar geleden publiceerde de historicus, Pater Karel Van Isacker, een zonderling boek met als titel “Ontwijding”. Daarin vertelde hij dat in de studentenkerken in de Ver. Staten, toen meer dan 20 jaar geleden, voor de eucharistie geen brood en wijn gebruikt werd, maar thee en rijst, “als een symbool van solidariteit met het onderdrukte volk van Vietnam” en dat teenagermissen gevierd werden met coca-cola en hot dogs. Daar werd na de homilie marihuana gerookt door de priester en het volk “om het de geest wat gemakkelijker te maken” (p.66).

Ik moet je vandaag spreken over de Geest. Maar, wees gerust, we zullen daarvoor geen marihuana roken. Blijkbaar is het op onze dagen niet moeilijk om te spreken over de geest, want zelden heeft men in de maatschappij aan de geest en het verstand zoveel belang gehecht. Kennis wordt tegenwoordig zeer hoog aangeslagen. Er is op de T.V. veel geld te verdienen met antwoorden op quizvragen in “Blokken”, “De slimste mens”, enz… Als je de bijna “slimste mens” bent, kun je daar zelfs politieke munt uit slaan. Maar ik mag dat waarschijnlijk niet zeggen. Met bewondering kijkt men op naar die spelers, die blijkbaar alles weten over sport, films, geschiedenis, literatuur en moderne liedjes, die alle vedetten en politici met naam en schandaalverhaaltjes kennen. Ik krijg er zelfs complexen van, want ik zou heel slecht scoren. Ook aan diploma’s hecht men heel veel belang. Als een moeder verneemt dat haar dochter een vriend heeft, is de spontane vraag niet of hij vlinders vangt of postzegels verzamelt, maar welk diploma hij heeft. En voor een poetsvrouw of een man van de ruimdienst vindt men ronkende namen als “hygiënische assistenten” en er bestaan zelfs studierichtingen voor, voorlopig nog niet in het hoger onderwijs.

Maar over dat soort geest gaat het niet op Pinksteren. Want blijkbaar kun je van die geest niet leven. Van vele mensen met heel veel verstand moet je zeggen dat ze geen verstand van leven hebben. Ze staan zo sterk onder de druk van hun werk dat ze zelf toegeven: “Dat is geen leven meer!” Anderen worden zo sterk bedreigd door liefdeloosheid van mensen uit hun omgeving dat ze klagen en zeggen: “Zo kan ik niet verder leven!” Hoewel de wetenschap voor alles een pilletje heeft en de reclame voor alles een remedie, is er onder de mensen veel angst: angstige bezorgdheid voor hun gezondheid, voor werkzekerheid, voor de toekomst van hun zelfstandige zaak; angst om het afbetalen van hun hoge lening op het huis dat ze gebouwd of gekocht hebben; angst voor de verloedering van het milieu, angst voor de corruptie tot in de hoogste kringen van de magistratuur en de politie; angst voor het ouder worden en het betalen van de rusthuisfactuur; angst voor het alleen-zijn. En noem maar op.

Misschien is het omdat zo weinig mensen zich laten leiden door Gods Geest. Ook op onze dagen is er een Babylonische spraakverwarring. Mensen verstaan elkaar zo weinig. Getrouwde mensen verstaan dikwijls hun partner niet; ouders lijden onder het onbegrip van hun kinderen en kinderen klagen erover dat hun ouders hen niet begrijpen; politieke partijen en sociale klassen voeren elke dag, zelfs in het parlement en in de T.V., hun nummertjes op van wantrouwen, onbegrip en misverstand, voor en na de verkiezingen.

In de evangelielezing van dit Pinksterfeest hebben we zopas vernomen: als Jezus bij zijn leerlingen verschijnt, wenst Hij hun de vrede toe. Gods H. Geest brengt onderling begrip en deugddoende eenheid onder de mensen. Het wordt pas Pinksteren als je, bezield door Gods H. Geest, als man en vrouw, als ouders en kinderen, weer dezelfde taal spreekt in je gezin. Het wordt pas Pinksteren als we begrip opbrengen voor- en dezelfde taal spreken als de werklozen, de werkgevers en de werknemers, de bejaarden en de jongeren, de marginalen, de armen en de rijken, de gezonden en de zieken. We moeten hen willen aanspreken in hun eigen taal, zodat ze zich door ons begrepen en aanvaard voelen. Dan zal Gods H. Geest het aanschijn van de aarde vernieuwen. Dan eindigt de Babylonische spraakverwarring in ons gezin, in onze buurt, in onze familie, in onze werk- en vriendenkring. Dan gaan mensen weer elkaar verstaan. Dan gebeurt op vandaag weer het grote Pinksterwonder.

En je hoeft daarom geen marihuana te roken, maar enkel je hoogmoed wat opzij te zetten en ontvankelijk te worden voor Gods H. Geest.

In die betekenis wens ik u allen een Zalig Pinksterfeest.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online